‘Onschuldige’ E-nummers blijken tóch schadelijk: dit voedsel zit er vol mee

Voor het eerst lijkt er serieuze twijfel te ontstaan over iets wat jarenlang als vanzelfsprekend werd gezien in onze voeding. E-nummers, de toevoegingen die ons eten langer houdbaar, mooier en veiliger moeten maken, stonden tot nu toe te boek als streng gecontroleerd en onschadelijk. Maar nieuw wetenschappelijk onderzoek zet dat beeld onder druk. Sommige conserveermiddelen, die dagelijks door miljoenen mensen worden geconsumeerd, blijken mogelijk toch gezondheidsrisico’s met zich mee te brengen.

Die conclusie komt niet van een actiegroep of een alternatieve voedingsgoeroe, maar uit een grootschalige studie uitgevoerd in opdracht van het Franse ministerie van Volksgezondheid. Voor het eerst is er een statistisch verband gevonden tussen specifieke E-nummers en een verhoogd risico op kanker. Dat betekent niet dat elk product met een E-nummer ineens gevaarlijk is, maar het zet wel een dikke kanttekening bij het vertrouwen dat jarenlang bestond in ultrabewerkte voeding.

Van lofzang naar twijfel

Nog geen tien jaar geleden klonk het geluid heel anders. In 2017 verscheen het boek Ode aan de E-nummers van microbioloog en voormalig NSC-politica Rosanne Hertzberger. Zij stelde dat de angst voor E-nummers grotendeels gebaseerd was op emotie en wantrouwen tegen alles wat ‘kunstmatig’ klinkt. Volgens haar waren E-nummers juist een zegen: ze zouden voedsel veilig houden, bederf tegengaan en ervoor zorgen dat we minder voedsel verspillen.

Hertzberger ging zelfs een stap verder. Kant-en-klaarmaaltijden, zo betoogde ze, zouden minstens zo voedzaam en veilig zijn als zelf gekookt eten met verse ingrediënten. De wetenschap had deze stoffen immers goedgekeurd, dus paniek was volgens haar misplaatst. Het wantrouwen tegen E-nummers noemde ze een vorm van ‘voedselreligie’.

Fast forward naar nu, en dat optimistische beeld lijkt te wankelen. Niet omdat E-nummers ineens massaal verboden zijn, maar omdat nieuw onderzoek laat zien dat ‘veilig’ misschien niet hetzelfde is als ‘zonder risico’.

Wat onderzocht is

Franse wetenschappers volgden ruim 105.000 volwassenen over een periode van veertien jaar. Aan het begin van het onderzoek, in 2009, waren alle deelnemers kankervrij. Gedurende de jaren daarna werd nauwkeurig bijgehouden wat zij aten, met speciale aandacht voor conserveermiddelen die vaak in ultrabewerkte producten voorkomen.

De onderzoekers vergeleken mensen met een hoge inname van deze stoffen met mensen die er nauwelijks mee in aanraking kwamen. Het resultaat was opvallend: van de 17 onderzochte conserveermiddelen bleken er zes statistisch samen te hangen met een verhoogd risico op verschillende vormen van kanker.

Belangrijk om te benadrukken: het gaat om een verband, geen keihard bewijs van oorzaak en gevolg. Toch is het de eerste keer dat dergelijke resultaten op deze schaal worden gepubliceerd. De studie verscheen in het gerenommeerde medische tijdschrift The BMJ, wat de bevindingen extra gewicht geeft.

Deze E-nummers vielen op

De zes conserveermiddelen die in het onderzoek naar voren kwamen, zijn allemaal toegestaan binnen de Europese Unie en worden dagelijks gebruikt in tal van producten:

Natriumnitriet (E250)
Deze stof wordt vooral gebruikt in bewerkt vlees om de kleur te behouden en bacteriën te remmen. De studie koppelt E250 aan een 32 procent hoger risico op prostaatkanker.

Kaliumnitraat (E252)
Komt onder andere voor in bepaalde vleeswaren en kazen. Bij een hoge inname zagen onderzoekers een 22 procent hoger risico op borstkanker en een 13 procent hoger risico op kanker in het algemeen.

Kaliumsorbaat (E202)
Veelgebruikt in zuivel, sauzen en gebak. De cijfers wijzen op een 26 procent hoger risico op borstkanker en 14 procent hoger risico op alle kankersoorten.

Kaliummetabisulfiet (E224)
Bekend van wijn en gedroogd fruit. Deze stof werd in verband gebracht met een 20 procent hoger risico op borstkanker.

Acetaten (E262)
Te vinden in snacks, brood en vleeswaren. De onderzoekers zagen hier een 25 procent verhoogd risico op borstkanker.

Azijnzuur (E260)
Een bekend conserveermiddel dat voorkomt in augurken, dressings en marinades. Hierbij ging het om een 12 procent hoger risico op kanker in het algemeen.

Wat betekent dit nu echt?