Per 1 juli 2026 staat er opnieuw een aanpassing op de planning voor het minimumloon in Nederland. Dat is niet alleen relevant voor werkenden, maar ook voor mensen met een AOW-uitkering. Omdat de AOW gekoppeld is aan het minimumloon, bewegen beide bedragen met elkaar mee. Hoewel de officiële cijfers nog niet definitief zijn vastgesteld, geven de huidige verwachtingen al een vrij duidelijk beeld van wat er gaat veranderen.
Minimumloon stijgt opnieuw
De overheid past het minimumloon standaard twee keer per jaar aan: op 1 januari en op 1 juli. Deze halfjaarlijkse bijstelling is bedoeld om inkomens enigszins mee te laten groeien met de economische ontwikkeling, zoals inflatie en loonstijgingen.
Voor juli 2026 wordt verwacht dat het minimumuurloon stijgt van €14,77 naar €14,99. Dat lijkt misschien een kleine verandering, maar het komt neer op een stijging van €0,22 per uur, oftewel ongeveer 1,9 procent.
Ook het zogeheten referentiemaandloon – het bedrag waarop veel uitkeringen worden gebaseerd – gaat omhoog. Naar verwachting komt dit uit op ongeveer €2.337 bruto per maand.
Wat betekent dit voor de AOW?
De Sociale Verzekeringsbank (SVB), die verantwoordelijk is voor de AOW-uitkeringen, koppelt deze aan het minimumloon. Dat betekent dat wanneer het minimumloon stijgt, de AOW automatisch meegroeit.
Voor veel mensen is dit een belangrijke ontwikkeling, omdat het direct invloed heeft op hun maandelijkse inkomen.
Verwachte AOW voor alleenstaanden
Voor alleenstaande AOW’ers wordt vanaf juli 2026 een bruto maandbedrag verwacht van ongeveer €1.662,35.
Daarvan gaan nog belastingen en premies af, zoals loonheffing en de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw). Na deze inhoudingen blijft er naar schatting ongeveer €1.285 netto per maand over.
Daarnaast ontvangen AOW’ers vakantiegeld. Dit wordt maandelijks opgebouwd en bedraagt naar verwachting circa €108,52 bruto per maand.
Overzicht alleenstaanden (verwacht):
Bruto AOW: €1.662,35
Loonheffing: €296,70
Zvw-bijdrage (4,85%): €80,62
Netto AOW: €1.285,03
Vakantiegeld: €108,52