Slecht nieuws voor iedereen die online winkelt: opvolger iDeal wordt fors duurder en jij gaat het merken

De komende jaren gaan webwinkels stap voor stap afscheid nemen van iDeal en kennismaken met Wero, een nieuw Europees betaalsysteem. Dat klinkt als een logische moderniseringsslag, maar achter de schermen groeit de nervositeit. Niet omdat betalen straks plots niet meer werkt, maar omdat de rekening weleens flink hoger kan uitvallen.

En wie betaalt die rekening uiteindelijk? Veel ondernemers vrezen dat het antwoord vrij simpel is: de klant. Niet morgen, en waarschijnlijk ook niet volgend jaar, maar als het prijsmodel straks echt verandert, kan het snel hard gaan.

Waarom er überhaupt een opvolger komt

iDeal is in Nederland jarenlang de saaie held geweest: je klikt, je betaalt, klaar. Betrouwbaar, vertrouwd en vooral goedkoop voor webwinkels. Maar technisch is iDeal volgens kenners aan het einde van zijn levenscyclus gekomen, waardoor een opvolger onvermijdelijk werd.

Die opvolger is Wero, opgezet binnen het European Payments Initiative (EPI). Dat is een samenwerking die Europese banken en partners moet helpen om minder afhankelijk te zijn van Amerikaanse betaaldiensten zoals Visa, Mastercard en PayPal.

Wero wil uiteindelijk af van het vaste tarief

Het grote verschil zit niet in hoe klanten betalen, maar in hoe webwinkels afrekenen met het systeem. iDeal draait meestal op een vast bedrag per transactie. Of je nu een sokkenpaar of een dure laptop verkoopt: de kosten blijven ongeveer gelijk.

Wero wil vanaf 2029 toe naar een model waarbij de kosten afhankelijk worden van het aankoopbedrag: een percentage per betaling. Dat is gebruikelijk bij veel andere betaalmethoden, maar voor iDeal-gewende webwinkels voelt het als een flinke koerswijziging.

Wat dat kan betekenen voor grote webshops

Bij hoge omzetten tikt een procentueel tarief razendsnel aan. In De Telegraaf rekent Guus van Nunen, operationeel directeur van XXL Nutrition, voor wat dit in de praktijk kan betekenen als het tarief richting 0,5 procent gaat.

Zijn bedrijf betaalt nu naar eigen zeggen rond de 35.000 euro per jaar aan transactiekosten. In een ongunstig scenario zou dat bedrag kunnen oplopen tot boven de 200.000 euro. Zo’n sprong is lastig te slikken zonder gevolgen.

Gaan klanten dit straks terugzien in prijzen?

Veel ondernemers zijn helder: als de kosten echt zo hard stijgen, is alles zelf absorberen nauwelijks realistisch. Van Nunen zegt daarom dat een deel mogelijk moet worden doorberekend. Anders wordt het volgens hem simpelweg te moeilijk om het rond te rekenen.