Toen mijn appartement na jaren onverwacht werd verkocht, moest ik verhuizen. Op de laatste dag waren al mijn spullen ingepakt en stond het huis volledig leeg.
Toch besloot ik niet zomaar de deur achter me dicht te trekken.
Ik wilde de woning achterlaten zoals ik hem zelf graag zou aantreffen.
De laatste schoonmaak
De laatste verhuisdoos werd in de bus gezet. Daarna liep ik nog één keer door het lege appartement.
De kamers waren stil.
Geen meubels meer. Geen foto’s aan de muur. Geen boeken in de kast. Geen kleding die herinnerde aan de jaren die ik daar had gewoond.
Alleen lege ruimtes en de echo van een leven dat zich daar had afgespeeld.
Ik pakte een emmer, vulde hem met warm water en deed er wat schoonmaakmiddel bij.
Daarna begon ik kamer voor kamer.
Ik dweilde de vloeren, maakte de ramen schoon, nam de keukenkastjes af en verwijderde kleine vlekken die ik in de loop der jaren nauwelijks nog had opgemerkt.
Zelfs de plekken die waarschijnlijk niemand zou controleren, maakte ik schoon.
Toen ik klaar was, rook het hele appartement fris.
Er hing een geur van citroen in de lucht.
Maar voor mij rook het vooral naar afscheid.
Een plek die meer was geworden dan een woning
Ik bleef nog even midden in de lege woonkamer staan.
Mijn gedachten gingen terug naar de dag waarop ik hier voor het eerst binnenkwam.
Ik was naar de stad verhuisd voor een nieuwe baan en kende bijna niemand. Alles voelde onzeker.
De stad was nieuw.
Mijn werk was nieuw.
Mijn leven voelde alsof het opnieuw moest beginnen.
Maar langzaam veranderde dat kleine appartement in een plek waar ik me thuis voelde.
Daar had ik moeilijke telefoongesprekken gevoerd.