Vaderschap mag geen ondergeschoven kindje zijn

In de Bijbel is te lezen dat God Zichzelf een Vader van Zijn kinderen noemt. In dat beeld gaat het nogal eens juist om dat beschermende. „Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen die Hem vrezen”, staat er in psalm 103. Zich ontfermen betekent niet dat vader alles maar door de vingers ziet. Een vader moet soms ook straffen. Maar als hij dat niet doet met diepe pijn in zijn hart, kan hij de straf maar beter achterwege laten.

Ook de roeping van de vader ligt in eerste plaats in het gezin

Is het onredelijk te stellen dat het vaderschap in de gereformeerde gezindte nogal eens een ondergeschoven kindje is? Dat er veel discussies zijn over de plaats van de vrouw, terwijl er over de plaats van de man eigenlijk amper gesproken wordt? En groeien ook daardoor in reformatorische gezinnen niet heel wat kinderen emotioneel gezien vaderloos op?

De roeping van moeder ligt in de eerste plaats in het gezin. Die van de vader zeker niet minder. Daarna is er eerst het goddelijk beroep in het werk, voordat er sprake kan zijn van roeping in kerk, schoolbestuur of politiek.

In de Twaalf Artikelen – het Apostolicum – belijden christenen in de eerste zin God als Vader. Aardse vaders zijn in hun vaderrol beelddragers van God. Dat maakt wel duidelijk dat op het vaderschap nooit mag worden ingeleverd omdat andere zaken belangrijker zouden zijn.