“Financiering.”
Hij keek op.
“Dit is niet meer echt een hobbybedrijf.”
Lotte glimlachte.
“Dat is het nooit geweest.”
De lening werd goedgekeurd.
De installatie duurde acht weken.
Toen de machines voor het eerst tegelijk draaiden, stond Henk in de deuropening.
Zijn haar was volledig grijs geworden.
Hij liep nog steeds wat voorover.
“Je moeder zegt dat ik niet emotioneel mag doen.”
“Luister dan eens een keer naar haar.”
Hij knikte naar de productielijn.
“Wat kost dat allemaal?”
“Ongeveer honderdtachtigduizend.”
Henk floot zacht.
“Van oude boren.”
“Nee.”
Hij keek haar aan.
“Waarvan dan?”
Lotte streek over de rand van de nieuwe meettafel.
“Van veertien jaar niet opgeven.”
In datzelfde jaar begon Van Houten Metaalwerken problemen te krijgen.
Eerst verloor het bedrijf een grote klant.
Toen twee ervaren programmeurs vertrokken.
Daarna kwamen energiekosten, loonstijgingen en achterstallige investeringen tegelijk.
Willem was inmiddels tweeënzeventig.
Zijn zoon Martijn had de dagelijkse leiding overgenomen.
Martijn was anders dan zijn vader.
Hoger opgeleid.
Rustiger.
Maar ook opgegroeid met het idee dat Van Houten in de regio vanzelfsprekend belangrijk was.
Dat veranderde toen een klant voor landbouwmachines een aanbesteding uitschreef.
VDK schreef ook in.
Niet op complete machineonderdelen.
Op toolingservice.
Gereconditioneerde boren.
Speciale diameters.
Slijpwerk.
Traceerbaarheid.
Kwaliteitsrapportage.
Martijn hoorde ervan via een gezamenlijke leverancier.
Twee dagen later stond hij bij Lotte op kantoor.
“Gefeliciteerd,” zei hij.
“Waarmee?”
“Met de nieuwe lijn.”
“Dank je.”
Hij keek door het raam naar de werkplaats.
“Netjes.”
“Wat kan ik voor je doen?”
Martijn ging zitten.
“Wij willen graag samenwerken.”
Lotte zei niets.
“Wij hebben volume. Jullie hebben flexibiliteit.”
“En?”
“En dat kan interessant zijn.”
“Voor wie?”
“Voor beide partijen.”
Lotte pakte haar pen.
“Wat wil je precies?”
“Dat wij versleten gereedschappen aanleveren, jullie reviseren en wij ze terugkopen.”
Ze keek hem aan.
“Dus ongeveer wat ik al veertien jaar doe.”
Martijn glimlachte ongemakkelijk.
“Zakelijk gezien wel.”
“Alleen betaalden jullie vroeger niet.”
“Dat was voor mijn tijd.”
“Nee. Jij werkte toen al bij je vader.”
Zijn gezicht veranderde nauwelijks.
“Ik zat op verkoop.”
“Je wist het?”
“Van wat?”
“De bakken bij ons hek.”
Martijn keek weg.
Dat was antwoord genoeg.
Lotte legde haar pen neer.
“Waarom ben je hier echt?”
Hij ademde langzaam uit.
“Onze gereedschapskosten lopen uit de hand.”
“Dat is niet mijn probleem.”
“Kan het wel worden.”
“Hoe?”
“Een contract van ons zou voor jullie ook interessant zijn.”
Lotte lachte één keer, zonder humor.
“Martijn, mijn orderboek zit negen maanden vol.”
Hij keek opnieuw door het raam.
Voor het eerst leek hij te beseffen dat hij niet tegenover dat negentienjarige meisje zat.
Hij zat tegenover een leverancier die hem niet nodig had.
“Je wilt wraak.”
“Nee.”
“Zo voelt het wel.”
“Dat is het verschil tussen ons.”
Lotte schoof een map naar hem toe.
“Dit zijn onze standaardvoorwaarden. Zelfde tarieven als voor iedere andere klant.”
Martijn bladerde.
“Dat is twintig procent hoger dan ik verwachtte.”
“Dan moet je verder kijken.”
Hij sloot de map.
“Mijn vader zei dat dit zou gebeuren.”
“Wat?”
“Dat jij ooit moeilijk zou gaan doen.”
Lotte keek hem een paar seconden aan.
“Je vader zei ook dat ik hier nooit serieus geld mee zou verdienen.”
Martijn zei niets meer.
Hij nam de map mee.
Drie weken later tekende Van Houten Metaalwerken alsnog.
Niet omdat ze wilden.
Omdat geen enkele andere regionale leverancier dezelfde doorlooptijd kon bieden.
Het nieuws verspreidde zich snel.
Eerst onder bedrijven.
Toen in lokale ondernemerskringen.
Daarna kwam een journalist van De Stentor.
“Klopt het dat u ooit afval van Van Houten kreeg en nu leverancier van hen bent?”
Lotte antwoordde voorzichtig.
“Klopt.”
“Hoe lang?”
“Veertien jaar.”
“Gratis?”
“Zij noemden het afval.”