Deel 2 – De zoon waarop iedereen wachtte
De volgende ochtend zat David in de wachtkamer van een particuliere echopraktijk in Amsterdam-Zuid.
Naast hem zat Allison, zijn 29-jarige vriendin, met een hand op haar buik.
Margaret had erop gestaan mee te gaan.
Ook Patricia was gekomen, samen met haar man en enkele andere familieleden. Uiteindelijk waren alle zeven aanwezige familieleden van Davids kant meer bezig met de verwachte jongen dan met Allison zelf.
‘Eindelijk een Coleman die de naam kan voortzetten,’ zei Margaret.
Allison glimlachte gespannen.
‘We weten nog niet alles zeker.’
‘Ach, die eerdere echo was toch duidelijk?’ antwoordde Patricia.
David sloeg zijn arm om Allison heen.
‘Maak je niet druk. Ik heb de kinderkamer al laten ontwerpen.’
Hij liet zijn moeder een foto zien van een blauw ingerichte kamer.
Aan de muur stond in sierletters:
Little Coleman.
Margaret glimlachte goedkeurend.
Voor haar was de scheiding geen tragedie geweest.
Het was een correctie.
David was de enige zoon van haar overleden echtgenoot, Willem Coleman, die ooit een succesvol Nederlands logistiek bedrijf had opgebouwd.
Onder Davids leiding was Coleman Logistics uitgebreid naar België en Duitsland.
De buitenwereld zag een welvarende familie.
Een villa in het Gooi.
Dure auto’s.
Een hoofdkantoor met glazen gevels.
En een directeur die regelmatig in ondernemersbladen verscheen.
Wat bijna niemand wist, was dat de onderneming de afgelopen jaren financieel steeds kwetsbaarder was geworden.
David had grote bedragen geïnvesteerd in uitbreiding. Sommige distributiecentra bleken aanzienlijk minder rendabel dan voorspeld.
Maar hij hield vol dat alles onder controle was.
Net zoals hij in zijn huwelijk had gedaan.
Toen Sophie geboren werd, had Margaret gezegd dat een meisje natuurlijk ook prachtig was.
Bij Emma’s geboorte had ze David zachtjes toegefluisterd:
‘De volgende wordt vast een jongen.’
Toen er geen derde kind kwam, veranderde haar toon.
Catherine kreeg tijdens familiediners steeds vaker opmerkingen over erfopvolging en traditie.
David verdedigde haar aanvankelijk.
Later zweeg hij.
Uiteindelijk begon hij zelf over een zoon.
Allison verscheen in die periode op het hoofdkantoor als externe communicatieadviseur.
Ze was charmant, zelfverzekerd en gaf David het gevoel dat hij nog steeds een belangrijke, bewonderde man was.
Binnen enkele maanden begonnen ze een verhouding.
Toen Allison vertelde dat ze zwanger was en volgens een eerdere test een jongen verwachtte, besloot David dat zijn toekomst eindelijk duidelijk was.
Catherine moest plaatsmaken.
In de spreekkamer werd Allison gevraagd op de onderzoeksbank te gaan liggen.
De echoscopiste bekeek de gegevens op haar scherm.
‘Volgens de informatie die u hebt doorgegeven, zou u nu ongeveer achttien weken zwanger moeten zijn.’
‘Dat klopt,’ zei Allison snel.
De echoscopiste begon het onderzoek.
Een paar minuten later keek ze opnieuw naar de gegevens.
‘Weet u zeker dat de zwangerschapsduur eerder zo is vastgesteld?’
Allison draaide haar hoofd.
‘Waarom?’
‘De metingen passen eerder bij ongeveer veertien weken. Dat hoeft op zichzelf niet verontrustend te zijn, maar het verschil is groot genoeg om de datering te laten controleren.’
David ging rechtop zitten.
‘Veertien?’
‘Ongeveer. Ik wil dat de verloskundige de eerdere verslagen erbij neemt.’
Allison trok haar blouse iets verder over haar buik.
‘Dat zal wel een fout zijn.’
‘Dat kan,’ antwoordde de echoscopiste. ‘Daarom controleren we het.’
David keek op zijn telefoon.
Hij zocht de datum waarop Allison hem had verteld dat ze zwanger was.
Daarna keek hij naar haar.
‘Maar je zei dat je toen al bijna acht weken was.’
‘Dat dacht ik.’
‘En die eerste echo?’
‘David, alsjeblieft. Niet hier.’
De echoscopiste legde rustig uit dat een echo geen bewijs van vaderschap kon leveren en dat een verschil in datering zorgvuldig medisch beoordeeld moest worden.
Maar Margaret had de spanning al opgemerkt.
Buiten de spreekkamer vroeg ze:
‘Allison, is er iets wat je ons niet verteld hebt?’
Allison keek naar haar handtas.
Haar telefoon trilde.
Op het scherm verscheen een bericht van Richard.
Bel me zodra je alleen bent. We moeten praten.
David zag de naam.
Richard.
Zijn beste vriend.
En financieel directeur van Coleman Logistics.