Deel 1 – Vijf minuten na de scheiding
‘Zet je koffers maar buiten neer, Catherine. Allison komt straks en ik wil niet dat ze jullie hier aantreft.’
David Coleman stond met zijn autosleutels in zijn hand bij de voordeur, terwijl zijn twee dochters op de trap zaten en hoorden hoe hun vader hen uit het huis stuurde waarin ze waren opgegroeid. Op de eettafel lag de bevestiging van hun scheiding, die nog geen vijf minuten eerder officieel was ingeschreven, naast een envelop met een echofoto van het kind dat David zijn langverwachte zoon noemde.
Catherine keek naar de envelop.
Daarop had iemand met gouden letters geschreven:
Onze kleine erfgenaam.
‘De meisjes moeten hun spullen nog pakken,’ zei ze.
‘Dat hadden ze gisteren moeten doen.’
Hun oudste dochter, Sophie, elf jaar, kwam overeind.
‘Papa, moet mijn fiets ook mee?’
David wreef over zijn voorhoofd.
‘Je moeder regelt wel een fiets.’
‘Maar die heb ik van opa gekregen.’
‘Sophie, niet nu.’
De achtjarige Emma hield haar knuffelkonijn zo stevig vast dat de stof bij een oor begon los te laten.
Catherine liep naar haar toe.
‘Pak je jas, lieverd. We gaan.’
In de woonkamer zaten Davids moeder Margaret, zijn zus Patricia en vijf andere familieleden. Ze waren gekomen om, zoals Margaret het had genoemd, een moeilijke maar noodzakelijke overgang te begeleiden.
Niemand bood aan de koffers te dragen.
Margaret nam een slok thee.
‘Twaalf jaar, Catherine. En uiteindelijk heeft David nog steeds geen zoon.’
Catherine bleef bij de deuropening staan.
‘Hij heeft twee kinderen.’
‘Je weet wat ik bedoel.’
‘Ja,’ zei Catherine zacht. ‘Dat weet ik.’
David keek demonstratief op zijn horloge.
‘Kunnen we dit alsjeblieft afronden?’
Catherine pakte de laatste weekendtas.
Ze had twaalf jaar met deze man geleefd. Ze had zijn overhemd gestreken voor zijn eerste belangrijke zakenpresentatie. Ze had naast zijn ziekenhuisbed gezeten toen hij een blindedarmoperatie kreeg. Ze had met hem gehuild toen zijn vader overleed.
Nu kon hij haar niet eens aankijken.
Buiten begon het te regenen.
Sophie keek nog één keer naar het huis.
‘Mama, waar slapen we vannacht?’
‘Er is een plek geregeld.’
‘Bij oma?’
‘Nee, schat.’
Catherine zette de koffers onder de overkapping en keek op haar telefoon.
Een bericht verscheen.
Auto is gearriveerd. Chauffeur wacht aan de overkant.
Aan de overzijde van de straat stopte een zwarte Mercedes.
Een chauffeur stapte uit en liep met een paraplu naar hen toe.
‘Mevrouw Van Dijk?’
Catherine knikte.
David, die inmiddels in de deuropening stond, fronste.
‘Van Dijk?’
Het was haar meisjesnaam.
Een naam die ze tijdens hun huwelijk nauwelijks had gebruikt.
‘Wat is dit voor toneelstuk?’ vroeg hij.
Catherine antwoordde niet.
De chauffeur nam hun bagage over.
Emma werd voorzichtig op de achterbank geholpen. Sophie ging naast haar zitten.
David liep een paar stappen naar buiten.
‘Catherine, wie betaalt dit?’
Ze keek hem voor het eerst die middag recht aan.
‘Maak je daar maar geen zorgen over.’
‘Je hebt toch niet onze gezamenlijke rekening gebruikt?’
‘Nee, David.’
Ze trok haar jas dicht.
‘Dit is niet van jou.’
De Mercedes reed weg.
David bleef in de regen staan totdat de achterlichten verdwenen.
Wat hij niet wist, was dat de auto onderweg was naar een privéluchtvaartterminal op Schiphol.
Daar stond een zakenvliegtuig klaar voor een vlucht naar Zürich.
En op Catherines telefoon wachtte een tweede bericht.
De bestuursvergadering is bevestigd. De verlenging van de financiering blijft voorlopig opgeschort.
Ze las het tweemaal.
Daarna legde ze haar telefoon weg.
‘Mama?’ vroeg Sophie.
‘Ja?’
‘Ben je verdrietig?’
Catherine keek naar haar dochters.
‘Ja, lieverd.’
Ze pakte Sophies hand.
‘Maar we gaan het redden.’