“De waarheid zou vernieuwend zijn.”
Hij stond op en liep naar het raam.
“Het bedrijf heeft tijdelijk liquiditeit nodig. Mijn vader wilde niet dat jij je zorgen maakte.”
“Dus vervalste iemand mijn handtekening.”
“Gebruik niet meteen zulke woorden.”
“Welke woorden gebruikt jouw familie voor fraude?”
Hij draaide zich om.
“Familie probeert elkaar te helpen.”
“Dit is geen hulp. Dit is controle.”
Die avond belde ik Marieke Vos.
Ik had haar jaren eerder ontmoet tijdens een onderzoek naar een bestuurder die geld uit een zorginstelling had gehaald. Ze luisterde zonder me te onderbreken en vroeg daarna maar één ding.
“Heb je toegang tot de administratie van het familiebedrijf?”
“Ik heb het controlesysteem zelf ingericht.”
“Maak dan geen ruzie meer. Kijk.”
Dat deed ik.
In het digitale archief vond ik een map die niet in het gewone overzicht stond. Project Atlas. De naam klonk gewichtig genoeg om mensen domme dingen te laten doen.
Er stonden conceptovereenkomsten in voor de verkoop van een deel van het bedrijf aan een Duits investeringsfonds. Ook vond ik facturen van adviesbureau MVL Strategie, een onderneming zonder website, zonder werknemers en met een postadres boven een fietsenwinkel in Hilversum.
In achttien maanden was er 1,84 miljoen euro naar dat bureau overgemaakt.
De uiteindelijk belanghebbende was Femke van Loon, Maartens zus.
Femke werkte twee dagen per week als interieuradviseur en klaagde tijdens verjaardagen dat zelfstandigen te veel belasting betaalden. Kennelijk had ze daarnaast tijd gevonden om voor bijna twee miljoen euro strategisch advies te geven waar geen rapport, presentatie of e-mail van bestond.
Ik kopieerde niets naar een losse USB-stick. Dat zou Maarten kunnen zien. Ik maakte officiële exports met controlewaarden, noteerde toegangslogboeken en liet via Marieke een onafhankelijke digitale deskundige vastleggen wat ik had gevonden.
Daarna ontdekte ik waarom ze haast hadden.
Toen Noor werd geboren, had Willem tien procent van de certificaten van aandelen in het familiebedrijf aan haar geschonken. Bij Lotte had hij hetzelfde gedaan. De certificaten stonden onder beheer van een stichting administratiekantoor, een STAK, en waren bedoeld als langetermijnvoorziening voor zijn kleinkinderen.
Willem had het destijds een modern gebaar genoemd.
Acht jaar later probeerde hij het terug te draaien.
In Project Atlas lag een conceptbesluit waarin stond dat de uitgifte van de certificaten op een administratieve fout berustte. Volgens de bijgevoegde notulen zouden Maarten en ik namens onze minderjarige dochters hebben ingestemd met intrekking.
Onder het document stond mijn naam.
Mijn handtekening was goed nagemaakt. Net iets te goed. De echte notulen van die vergadering bestonden niet, omdat de vergadering nooit had plaatsgevonden.
Zonder die twintig procent kon het investeringsfonds volledige zeggenschap krijgen. Met de certificaten van Noor en Lotte moest er worden onderhandeld, gecontroleerd en eerlijk betaald.
Mijn dochters waren geen last voor de familie omdat ze meisjes waren.
Ze waren lastig omdat ze eigenaar waren.
Ik zat om halfdrie ’s nachts aan de keukentafel toen Maarten thuiskwam. Zijn overhemd rook naar een parfum dat ik niet gebruikte. Hij legde zijn sleutels neer en zag het afschrift van het certificaathoudersregister voor me liggen.
Zijn gezicht veranderde niet meteen. Alleen zijn rechteroog knipperde twee keer.
“Waar heb je dat vandaan?”