Het was zo’n middag waarop alles even stil leek te staan. De lucht was zachtgrijs, het gras was nog licht vochtig van de ochtenddauw en ik had net een kop koffie meegenomen naar buiten.
Na een drukke werkweek vind ik het heerlijk om even in de tuin te staan zonder iets te hoeven doen. Geen telefoon, geen gesprekken, geen verplichtingen. Gewoon een paar minuten rust.
Maar nog voordat ik een slok van mijn koffie kon nemen, viel mijn blik op iets vreemds.
Iets wat daar absoluut niet hoorde.
Een feloranje verlengsnoer lag dwars over mijn gazon.
Ik bleef staan en keek ernaar.
Het snoer liep helemaal vanaf de garage van mijn buurman naar de achtergevel van mijn huis. Daar zat het aangesloten op mijn buitenstopcontact.
Ik knipperde even met mijn ogen.
Misschien zag ik het verkeerd.
Misschien was het tijdelijk.
Misschien was er bij mijn buurman iets kapotgegaan en had hij heel even stroom nodig.
Dat soort dingen kunnen gebeuren.
We waren tenslotte geen vreemden voor elkaar. Mijn buurman en ik woonden al jaren naast elkaar en hadden altijd redelijk goed met elkaar kunnen opschieten.
We groetten elkaar wanneer we elkaar zagen. Soms maakten we een praatje over het weer, de tuin of iets wat er in de buurt gebeurde.
Daarom was mijn eerste reactie niet eens boosheid.
Het was vooral verbazing.
Waarom had hij mij hier niets over verteld?
Ik liep wat dichter naar het snoer toe en volgde het met mijn ogen.
Toen zag ik dat het niet zomaar ergens over het gras was gelegd.
Het was netjes langs de rand van de tuin gelegd, alsof iemand er bewust over had nagedacht hoe het snoer het beste van zijn garage naar mijn stopcontact kon lopen.