Een nieuwe belastingmaatregel zorgt voor veel discussie in Den Haag. Volgens critici dreigen juist werkenden met een laag of middeninkomen relatief hard geraakt te worden, terwijl hogere inkomens en grote vermogens grotendeels buiten schot blijven. Vooral de manier waarop de zogenoemde vrijheidsbijdrage wordt ingevoerd, leidt tot felle reacties.

De plannen maken onderdeel uit van een breder pakket aan maatregelen waarmee het kabinet extra geld wil vrijmaken, onder meer voor hogere defensie-uitgaven.
Maar de vraag wie uiteindelijk de rekening betaalt, verdeelt de politiek. Vakbonden en oppositiepartijen spreken van een oneerlijke lastenverdeling, terwijl het kabinet benadrukt dat moeilijke keuzes noodzakelijk zijn.
Vrijheidsbijdrage zorgt voor ophef
De discussie draait om de zogenoemde vrijheidsbijdrage. Volgens critici komt deze maatregel in de praktijk neer op een verhoging van de inkomstenbelasting voor veel Nederlanders.
De belastingschijven worden de komende jaren namelijk niet aangepast aan de inflatie. Ondertussen stijgen de lonen door loonafspraken en prijsontwikkelingen vaak wel mee. Daardoor schuiven werknemers sneller door naar een hogere belastingschijf, zonder dat hun koopkracht daadwerkelijk sterk is verbeterd.
Dat verschijnsel staat bekend als fiscale sluipbelasting of ‘bracket creep’. Op papier stijgt het inkomen, maar tegelijkertijd neemt ook de belastingdruk toe.
Waarom belastingschijven belangrijk zijn
Nederland werkt met verschillende belastingschijven. Hoe hoger het belastbare inkomen, hoe meer belasting er over een deel van het inkomen wordt betaald.
Normaal gesproken worden die schijven regelmatig aangepast aan de inflatie. Zo wordt voorkomen dat mensen alleen door prijsstijgingen meer belasting gaan betalen.
Wanneer die indexatie uitblijft, kunnen werknemers ongemerkt meer belasting afdragen. Vooral mensen die jaarlijks een loonsverhoging krijgen vanwege inflatie merken dat verschil uiteindelijk in hun portemonnee.
Werkenden voelen de gevolgen
Volgens tegenstanders van de maatregel zijn het vooral werknemers met een laag of middeninkomen die hierdoor geraakt worden.
Verpleegkundigen, leraren, politieagenten, vuilnisophalers en andere werkenden zien hun salaris wel stijgen, maar leveren volgens de critici tegelijkertijd een groter deel daarvan weer in via de belasting.
Zij stellen dat de maatregel juist groepen raakt die al te maken hebben met stijgende kosten voor boodschappen, energie, wonen en zorg.