In Nederlandse tuinen leven veel verschillende soorten wantsen. Sommige soorten zijn nuttig, terwijl andere juist schade aan planten veroorzaken. Schadelijke wantsen zuigen vaak sappen uit bladeren, stengels, bloemen of vruchten. Daardoor kunnen planten verzwakken en kan zelfs een complete moestuinoogst mislukken.
Toch hoeft niet iedere wants direct bestreden te worden. Veel soorten veroorzaken nauwelijks problemen of ruimen juist andere insecten op. Het is daarom belangrijk om eerst te bekijken met welke soort je te maken hebt. Hieronder lees je welke wantsen vaak voorkomen en wat je tegen schadelijke exemplaren kunt doen.
Schadelijke wantsen herkennen
De grauwe schildwants is een vrij grote wants die regelmatig in Nederlandse tuinen voorkomt. Je herkent hem onder meer aan zijn lichte onderkant met kleine zwarte vlekken. Deze soort komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten. Inmiddels heeft hij zich ook in andere delen van Europa gevestigd.
De grauwe schildwants zuigt vooral sappen uit planten. Soms eet hij ook resten van dode insecten. Wanneer het dier zich bedreigd voelt, verspreidt het een sterke geur. Die geur komt uit speciale stinkklieren en kan lang blijven hangen.
Ook de groene schildwants is een bekende verschijning in de tuin. Deze brede wants is meestal helder groen en heeft een bruin gedeelte aan het uiteinde. Zodra de herfst begint, verandert zijn kleur. Het insect wordt dan grotendeels bruin en valt minder op.
In het voorjaar zuigt de groene schildwants plantensappen op. Daardoor kunnen kleine beschadigingen ontstaan aan bladeren en jonge plantendelen. De schade blijft meestal beperkt. Ook deze wants verspreidt een onaangename geur wanneer hij wordt vastgepakt of bedreigd.
De groene appelwants lijkt enigszins op de groene schildwants. Toch is zijn lichaam smaller en feller groen. Aan de achterkant zit vaak een lichtbruin gedeelte. Vooral in kassen kan deze soort veel problemen veroorzaken.
Paprikaplanten, komkommers en aubergines zijn geliefde voedselbronnen voor de groene appelwants. Hij kan veel schade aan jonge bladeren veroorzaken. Buiten de kas komt hij vaak voor in appel- en perenbomen. Bij grote aantallen kunnen bladeren en vruchten beschadigd raken.

