Insectengaas biedt goede bescherming voor jonge moestuinplanten. Plaats het gaas voordat de wantsen de planten bereiken. Zorg dat de randen goed aansluiten op de grond. Anders kunnen de insecten alsnog onder het gaas kruipen.
Controleer planten daarnaast regelmatig op eitjes en jonge wantsen. Eitjes zitten vaak in groepjes aan de onderkant van bladeren. Je kunt aangetaste bladeren voorzichtig verwijderen. Gooi ze daarna niet op de composthoop.
Natuurlijke vijanden kunnen eveneens worden gebruikt. De sluipwesp Trissolcus basalis wordt ingezet tegen de zuidelijke groene schildwants. Deze kleine wesp legt eitjes in de eitjes van wantsen. Daardoor komen er geen jonge wantsen meer uit.
Onderzoekers kijken ook naar de samoeraisluipwesp. Deze soort kan mogelijk helpen tegen de bruingemarmerde schildwants. Het inzetten van sluipwespen gebeurt vooral professioneel. Gebruik ze alleen wanneer duidelijk is welke wants de schade veroorzaakt.
Bedwantsen leven vooral binnenshuis
De bedwants behoort ook tot de wantsensoorten. Toch vormt dit insect geen gevaar voor tuinplanten. Bedwantsen leven vooral in woningen en verblijven dicht bij mensen. Zij voeden zich namelijk met menselijk bloed.
Het bed is een bekende schuilplaats, maar zeker niet de enige. Bedwantsen verstoppen zich ook achter plinten, meubels en stopcontacten. Overdag blijven ze meestal uit beeld. In de nacht komen ze tevoorschijn om bloed te zuigen.
Bij een grote plaag kan een zoetige, vreemde geur ontstaan. Ook kleine donkere vlekjes op beddengoed kunnen op bedwantsen wijzen. Hun beten veroorzaken vaak jeuk, roodheid en huidirritatie. Sommige mensen krijgen daarnaast last van zwellingen.
Bedwantsen zijn lastig zelfstandig te bestrijden. Ze verstoppen zich in kleine naden en kunnen lang zonder voedsel overleven. Schakel bij een vermoedelijke plaag daarom professionele hulp in. Zo voorkom je dat de insecten zich verder door de woning verspreiden.