De Nederlandse taal staat bekend om haar rijke woordenschat, genuanceerde uitdrukkingen, maar tegelijkertijd om haar grillige grammaticaregels en talloze uitzonderingen. Zowel moedertaalsprekers als mensen die Nederlands als tweede taal leren, lopen regelmatig tegen werkwoordsvervoegingen aan die op het gehoor volkomen natuurlijk lijken, maar volgens de officiële spellings- en grammaticaregels pertinent onjuist zijn. Sociale media en taalfora staan dan ook vol met korte taaltests die onze kennis van de werkwoordsvormen op de proef stellen.
De afbeelding toont een nostalgisch schoolbord in een klaslokaal met een klassieke taalopgave: 'Corrigeer de fout! ‘Ze wasten hun handen’ – 50% van de mensen zakt voor deze test.' Op het eerste gezicht lijkt er voor veel lezers weinig aan de hand met deze zin. We gebruiken het woord 'wasten' immers regelmatig in spreektaal wanneer we het hebben over het schoonmaken met water en zeep in de verleden tijd. Toch is 'wasten' in deze specifieke context een hardnekkige en veelgemaakte fout. In de Nederlandse standaardtaal is het werkwoord wassen (reinigen) een sterk werkwoord, wat betekent dat de stamklinker verandert in de verleden tijd: wassen – waste / wasten is fout; het moet zijn: wassen – wósten. De correcte zin in de verleden tijd luidt dan ook: 'Ze wosten hun handen' (of in de tegenwoordige tijd: 'Ze wassen hun handen'). In dit uitgebreide artikel ontleden we de etymologie en werkwoordsvervoeging van 'wassen', leggen we uit waarom er twee verschillende werkwoorden 'wassen' bestaan die vaak door elkaar worden gehaald, duiken we in de psychologie achter de regelmatige vervoegingsfout, en zetten we de belangrijkste grammaticale regels voor sterke en zwakke werkwoorden helder op een rij.
Het Dubbele Werkwoord 'Wassen': Twee Betekenissen, Twee Vervoegingen
De verwarring rondom het woord 'wasten' ontstaat grotendeels doordat de Nederlandse taal twee volkomen verschillende werkwoorden kent die in het hele werkwoord (de infinitief) identiek worden geschreven: wassen:
-
1. Wassen (Betekenis: Reinigen / Schoonmaken Met Water):
-
Type: Dit is van oudsher een sterk (onregelmatig) werkwoord.
-
Tegenwoordige tijd: Ik was, jij wast, wij wassen.
-
Verleden tijd (enkelvoud): Ik wies (verouderd) of ik waste (spreektaal), maar de officiële klassieke sterke meervoudsvorm is wosten (of enkelvoud: wies / waste).
-
Let op de moderne standaardtaal: Volgens de officiële Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) en het Groene Boekje is de overgang van 'wassen' naar zwak gedeeltelijk geaccepteerd voor het enkelvoud (hij waste), maar de meervoudsvorm in zuivere grammatica blijft traditioneel sterk (zij wosten), of men gebruikt in de tegenwoordige tijd 'ze wassen hun handen'.
-