Clara keek naar hen.
‘Dat argument kennen we inmiddels.’
Bij haar vertrek behield Clara een toezichthoudende rol zonder doorslaggevende stem.
De onderneming droeg nog steeds de familienaam.
De leiding was niet langer familiebezit.
Mathildes huis
Clara erfde Mathildes huis in Bergen.
Een groot gebouw met te veel kamers en een tuin die professionele aandacht nodig had.
Ze woonde er niet.
Niet permanent.
Een deel werd ingericht als opleidingslocatie voor jonge bestuurders en werknemersvertegenwoordigers.
De bibliotheek bleef intact.
Daar stond Mathildes stoel bij het raam.
Op het bureau lag een laatste brief aan Clara.
Niet bedoeld voor de rechtszaak.
Lieve Clara,
Ik weet dat je boos op mij zult zijn omdat ik je een last nalaat die op papier op een fortuin lijkt.
Je hebt mij vaak gezegd dat niemand een familiebedrijf alleen hoort te controleren. Je hebt gelijk. Daarom heb ik ervoor gezorgd dat ook jij gecontroleerd wordt.
Clara glimlachte toen ze dat las.
Ik laat dit niet aan je na omdat jij altijd goed bent geweest. Dat zou een gevaarlijke leugen zijn. Ik laat het aan je na omdat jij fouten kunt erkennen zonder onmiddellijk iemand anders de rekening te sturen.
Daaronder:
Vergeet niet te leven. Bestuur is ook een manier om verdriet uit te stellen.
Clara legde de brief terug.
Mathilde had haar scherp gezien.
Ook in wat zij liever verborgen hield.
Valérie’s laatste ontmoeting
Clara zag Valérie één keer na de rechtszaken.
Niet in een balzaal.
In de hal van een toezichthouder na een hoorzitting.
Valérie droeg een eenvoudig pak en had geen assistent bij zich.
‘Gefeliciteerd,’ zei ze.
‘Waarmee?’
‘Je hebt gewonnen.’
‘Dat is niet hoe het voelde.’
Valérie lachte zacht.
‘Dat zeggen winnaars graag.’
Clara keek haar aan.
‘Julius dacht dat jij van hem hield.’
‘Een tijdlang deed ik dat misschien.’
‘Misschien?’
‘Liefde wordt onduidelijk wanneer beide mensen voortdurend berekenen.’
‘En zaken zijn zaken?’
Valérie’s gezicht veranderde nauwelijks.
‘Dat was wreed.’
‘Maar waar?’
‘Nee.’
Clara wachtte.
Valérie keek naar de glazen deuren.
‘Ik gebruikte zakelijkheid als excuus om geen verantwoordelijkheid te voelen. Net zoals Julius familie gebruikte en jij misschien plicht.’
Die laatste opmerking trof doel.
Clara zei niets.
‘Ik dacht dat ik slimmer was dan hij,’ vervolgde Valérie. ‘Omdat ik wist dat onze relatie een transactie was.’
‘Hij dacht hetzelfde.’
‘Ja.’
‘Daarom verloren jullie beiden.’
Valérie knikte.
‘Waarschijnlijk.’
Ze vroeg niet om vergeving.
Clara bood haar niet aan.
Geen hereniging
Financiële tijdschriften fantaseerden jarenlang over een mogelijke hereniging tussen Clara en Julius.
De trouwe eerste vrouw.
De gevallen zakenman.
Een imperium dat hen opnieuw samenbracht.
Het gebeurde niet.
Clara had niet vijftien jaar nodig gehad om te leren wat zij in twee zinnen kon samenvatten:
Julius kon spijt hebben.
Hij kon veranderen.
Hij kon zelfs opnieuw een mens worden met wie zij een eerlijk gesprek kon voeren.
Dat gaf hem geen recht op haar huwelijk terug.
Zij ontmoetten elkaar soms bij familiegelegenheden.
Mathildes herdenkingsdag.
De begrafenis van Lorenzo.
Een aandeelhoudersbijeenkomst toen Julius’ resterende economische rechten werden afgewikkeld.
Beleefd.
Afstandelijk.
Werkelijk.
Julius vroeg één keer:
‘Had je ooit overwogen mij te waarschuwen voor Valérie?’
‘Ja.’
‘Waarom deed je het niet?’
‘Ik probeerde het voordat we scheidden.’
‘Daarna?’
‘Daarna was ik niet meer verantwoordelijk voor de risico’s die jij aantrekkelijk vond.’
Hij keek naar haar.
‘Je wist dat ik kon vallen.’
‘Ja.’
‘En je liet het gebeuren.’
Clara dacht na.
‘Ik stopte met tussen jou en je eigen keuzes staan.’