10 soorten groenten en fruit die eigenlijk ongezonder zijn dan vele mensen denken

IJsbergsla

IJsbergsla bevat veel water en weinig calorieën. Daardoor is het een populaire basis voor salades, broodjes en wraps. Toch zijn andere bladgroenten vaak rijker aan bepaalde voedingsstoffen. Denk bijvoorbeeld aan spinazie, boerenkool of veldsla. Deze groenten kunnen meer vitamines en mineralen bevatten. Dat betekent echter niet dat ijsbergsla nauwelijks voedingswaarde heeft.

Wie graag ijsbergsla eet, hoeft daar dus niet mee te stoppen. Het verstandigste is om verschillende soorten bladgroenten af te wisselen. Zo krijg je automatisch een breder aanbod aan voedingsstoffen binnen. Maak je een salade, combineer ijsbergsla dan bijvoorbeeld met tomaat, komkommer en paprika. Voeg eventueel wat noten of peulvruchten toe. Daarmee wordt de salade een stuk voedzamer.

Druiven

Druiven zijn gezond fruit en leveren verschillende voedingsstoffen. Ze bevatten echter ook natuurlijke fruitsuikers. Omdat druiven klein en zoet zijn, eet je er gemakkelijk behoorlijk veel achter elkaar. Dat kan ervoor zorgen dat je ongemerkt een grote portie neemt. Het probleem is dus vooral de hoeveelheid. De suiker in heel fruit hoef je binnen een normaal eetpatroon niet te vrezen.

Fruit bevat namelijk ook vezels en belangrijke voedingsstoffen. Volgens het Voedingscentrum bestaat ongeveer vijf tot vijftien procent van fruit uit suiker. Dat verschilt sterk per fruitsoort. Een handje druiven kan daarom prima als tussendoortje. Een enorme schaal achter elkaar leeg eten is natuurlijk iets anders. Dat geldt uiteindelijk voor vrijwel ieder voedingsmiddel.

Kersen

Voor kersen geldt eigenlijk hetzelfde verhaal. Ze zijn zoet, gemakkelijk te eten en daardoor lastig weg te leggen. Hierdoor kan een normale portie ongemerkt behoorlijk groot worden. Kersen bevatten natuurlijke suikers, maar ook vezels en andere voedingsstoffen.

Het is daarom misleidend om kersen simpelweg ongezond te noemen. Ze passen gewoon binnen een gezond voedingspatroon. Let vooral op de hoeveelheid wanneer je gemakkelijk blijft dooreten. Schep bijvoorbeeld vooraf een portie in een schaaltje. Zo voorkom je dat je gedachteloos een hele verpakking opeet.

Kokos

Kokos is een opvallende uitzondering binnen fruit. De vrucht bevat namelijk relatief veel verzadigd vet. Dat geldt vooral voor producten zoals kokosolie en kokosvet. Veel mensen zien kokosolie als een bijzonder gezonde olie. Daar is volgens het Voedingscentrum onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor. Kokosvet bevat juist veel verzadigd vet.

Te veel verzadigd vet kan het LDL-cholesterol verhogen. Daardoor neemt het risico op hart- en vaatziekten toe. Een beetje kokos is geen probleem, maar grote hoeveelheden zijn minder verstandig. Voor dagelijks bakken zijn oliën met meer onverzadigde vetten meestal een betere keuze. Denk bijvoorbeeld aan olijf- of zonnebloemolie. Kokosproducten kun je gewoon af en toe gebruiken.

Gedroogd fruit

Rozijnen, dadels, gedroogde abrikozen en ander gedroogd fruit lijken ideale gezonde tussendoortjes. Toch zit er een belangrijk verschil tussen vers en gedroogd fruit. Door het drogen verdwijnt namelijk een groot deel van het water. Hierdoor worden de suikers en calorieën geconcentreerder. Volgens het Voedingscentrum bevat gedroogd fruit ongeveer 45 tot 75 gram suiker per 100 gram. Dat is aanzienlijk meer dan vers fruit.

Daarnaast zijn kleine gedroogde vruchten gemakkelijk snel op te eten. Een handje rozijnen is bijvoorbeeld zo verdwenen. Daardoor krijg je sneller meer fruit en calorieën binnen dan je denkt. Gedroogd fruit kan nog steeds voedingsstoffen en vezels bevatten. Kies bij voorkeur een variant zonder toegevoegde suiker. Houd daarnaast de portie klein.