De tarieven voor deze transporten zijn de afgelopen tijd ongekend hard gestegen, wat ervoor zorgt dat zelfs als ruwe olie goedkoper wordt ingekocht, de totale kosten voor het eindproduct niet dalen. Deze extra kosten worden vervolgens doorberekend aan de consument.
Accijnzen blijven op peil ondanks lagere olieprijzen
Naast de hoge transportkosten is er nog een ander belangrijk element dat de prijs aan de pomp opdrijft: de accijnzen en belastingen. De Nederlandse overheid past de accijnzen niet automatisch aan wanneer de olieprijs daalt.
Hierdoor blijft het fiscale deel van de brandstofprijs onveranderd hoog, ongeacht de ontwikkelingen op de oliemarkt. Hierdoor profiteren automobilisten niet van de dalende olieprijzen, omdat de vaste lasten onveranderd blijven.
De accijnzen vormen een aanzienlijk deel van de uiteindelijke prijs die de consument betaalt. Zelfs als de olieprijs op de wereldmarkt daalt, zakt de prijs aan de pomp slechts beperkt of helemaal niet, omdat deze belastingen een groot deel van het bedrag uitmaken.
Voor veel automobilisten is het frustrerend om te merken dat het voordeel van goedkopere olie verloren gaat aan belastingafdracht.
Raffinagekosten dragen bij aan hoge tarieven
Ook het raffinageproces speelt een rol in de hoogte van de brandstofprijzen. Voordat ruwe olie verandert in bruikbare benzine of diesel, moet het een intensief proces ondergaan in de raffinaderij. Deze raffinagekosten fluctueren en zijn de laatste tijd eveneens gestegen.
Dit heeft te maken met strengere milieueisen, hogere energiekosten en investeringen in modernisering van installaties. Al deze factoren worden uiteindelijk doorberekend in de prijs die automobilisten aan de pomp betalen.
Het verschil tussen de prijs van een vat ruwe olie en een liter benzine is hierdoor groter dan veel mensen denken. De consument betaalt niet alleen voor de olie zelf, maar ook voor de verwerking, het transport en de belastingen die er bovenop komen.
Hierdoor is een daling van de olieprijs slechts een klein deel van het totale kostenplaatje.