Rond half twee reden drie donkere dienstauto’s het terrein op.
Ze parkeerden naast het landhuis.
Een aantal gasten draaide zich nieuwsgierig om.
Uit de eerste auto stapte een hoge officier in ceremonieel tenue.
Uit de tweede kwamen twee medewerkers van een juridische afdeling.
Uit de derde stapte een vrouw met een leren aktetas.
Ik herkende haar onmiddellijk.
Brigadegeneraal Marianne de Bruin.
Ik had haar jaren eerder ontmoet tijdens een medische missie.
Ze was een van de meest gerespecteerde officieren die ik kende.
Mijn vader zag haar ook.
Zijn gezicht verloor alle kleur.
Alexander legde zacht zijn hand op mijn rug.
‘Daar zijn ze.’
Ik keek hem aan.
‘Waarom komen ze hier?’
‘Omdat je vader via zijn advocaat heeft laten weten dat hij vandaag bereid is de originele stukken te overhandigen.’
Ik verstijfde.
‘Vandaag?’
Alexander knikte.
‘De afspraak is met zijn toestemming gemaakt. We wilden niet dat je nog langer in onzekerheid bleef.’
Ik keek naar mijn vader.
Hij stond roerloos naast een tafel met champagneglazen.
Mijn moeder pakte zijn arm.
‘Wat gebeurt er?’ hoorde ik haar fluisteren.
Hij antwoordde niet.
Marianne liep naar ons toe.
‘Majoor Van Dijk.’
Ik ging automatisch rechtop staan.
‘Generaal.’
Ze glimlachte.
‘Vandaag hoeft u niet in de houding te staan.’
Ik ontspande iets.
Ze keek naar Alexander.
‘Generaal Van Halen.’
Hij knikte.
Daarna wendde ze zich opnieuw tot mij.
‘Emma, ik heb een document bij me dat u waarschijnlijk al jaren had moeten ontvangen.’
Mijn hart bonsde.
‘Wat voor document?’
Ze keek even naar de gasten om ons heen.
‘Zullen we ergens rustig gaan zitten?’
Ik knikte.
We liepen naar een kleine bibliotheek in het landhuis.
Mijn vader volgde ons.
Mijn moeder kwam achter hem aan.
Lucas verscheen bij de deur.
‘Wat is hier aan de hand?’
Ik draaide me om.
‘Dat probeer ik ook uit te zoeken.’
Lucas keek naar onze vader.
‘Pap?’
Mijn vader zei niets.
In de bibliotheek gingen we rond een grote houten tafel zitten.
Marianne legde een verzegelde envelop voor me neer.
Op de voorkant stond mijn volledige naam.
Emma Johanna van Dijk.
Ik herkende het handschrift niet.
‘Wat is dit?’ vroeg ik.
Marianne antwoordde:
‘Een gewaarmerkte kopie van een verklaring die twaalf jaar geleden is opgesteld in verband met de eigendomsstructuur van Van Dijk Medische Technologie.’
Ik keek naar mijn vader.
Hij staarde naar de tafel.
Marianne vervolgde:
‘Volgens de oorspronkelijke overeenkomst had u recht op een aanzienlijk aandelenbelang in het bedrijf.’
Ik fronste.
‘Dat kan niet.’
Mijn vader sloot zijn ogen.
‘Emma…’
Ik keek hem aan.
‘Pap, waar heeft ze het over?’
Marianne schoof een tweede document naar me toe.
‘Uw grootvader heeft destijds geld geïnvesteerd in de onderneming. Hij bepaalde dat een deel van zijn belang aan u zou toekomen zodra u eenentwintig werd.’
Mijn hart sloeg over.
Opa.
Mijn vaders vader.
De man die me als kind meenam naar musea.
Die me vertelde dat ik alles kon worden wat ik wilde.
Hij was overleden toen ik twintig was.
Ik had nooit geweten dat hij aandelen voor me had achtergelaten.
‘Waarom heeft niemand me dat verteld?’ fluisterde ik.
Mijn vader keek weg.
Marianne opende de envelop.
Binnenin zat een ondertekende verklaring.
Volgens het document had ik vrijwillig afstand gedaan van mijn rechten.
Ik keek naar de handtekening.
Mijn naam.
Mijn achternaam.
Maar niet mijn handschrift.
‘Dit is niet mijn handtekening.’
Mijn stem klonk hard in de stille kamer.
Mijn moeder verstijfde.
Lucas boog zich voorover.
‘Laat eens zien.’
Hij keek naar het document.
Daarna naar mij.
‘Emma, heb jij dit getekend?’