DEEL 2 – Mijn man begroef me voor vijftig miljoen euro, maar op mijn eigen begrafenis wachtte hem een verrassing die hij nooit zou vergeten
Ik glimlachte.
Niet omdat ik geen pijn meer voelde.
Niet omdat ik wist of mijn baby de volgende ochtend zou halen.
En zeker niet omdat ik plotseling nergens meer bang voor was.
Ik glimlachte omdat Victor voor het eerst in ons huwelijk een vergissing had gemaakt die hij niet meer kon herstellen.
Hij dacht dat ik dood was.
En zolang hij dat geloofde, zou hij zichzelf verraden.
Adrian de Kruis zat naast mijn ziekenhuisbed en keek me aandachtig aan.
‘Elena, luister goed. Ik wil dat je voorlopig niemand vertelt dat je leeft.’
Ik probeerde mijn hoofd op te tillen.
Een felle pijn schoot door mijn ribben.
‘Waarom?’
Hij legde voorzichtig een hand op mijn schouder.
‘Omdat Victor niet alleen je echtgenoot is. Hij is ook de begunstigde van een levensverzekering van vijftig miljoen euro. En hij heeft opvallend snel geprobeerd dat geld te innen.’
Ik slikte moeizaam.
‘Maar waarom zou hij denken dat hij ermee wegkomt?’
Adrians gezicht verhardde.
‘Dat is precies wat we gaan uitzoeken.’
Ik keek naar mijn buik.
‘Mijn zoon…’
Zijn uitdrukking verzachtte onmiddellijk.
‘De artsen doen alles wat ze kunnen.’
‘Is hij nog in leven?’
‘Ja.’
Ik sloot mijn ogen.
Een traan gleed langs mijn slaap.
‘Dan is de rest niet belangrijk.’
Adrian kneep zacht in mijn hand.
‘Het is wel belangrijk, Elena. Want de man die dit heeft gedaan, mag nooit meer de kans krijgen om jou of je kind iets aan te doen.’
De volgende ochtend werd ik wakker van het zachte geluid van medische apparatuur.
Mijn hele lichaam deed pijn.
Mijn pols zat in het gips.
Mijn borstkas was verbonden.
Iedere ademhaling herinnerde me aan de rotsrichel waarop ik terecht was gekomen.
Maar het eerste wat ik deed, was mijn hand op mijn buik leggen.
‘Alsjeblieft,’ fluisterde ik.
De deur ging open.
Een arts kwam binnen, gevolgd door een verpleegkundige.
‘Goedemorgen, mevrouw Van Halen.’
Ik keek onmiddellijk naar hem.
‘Mijn baby?’
Hij glimlachte voorzichtig.
‘Zijn hartslag is stabiel.’
Ik begon te huilen.
‘Echt?’
‘Ja. Maar we moeten u goed blijven controleren. U hebt ernstig letsel opgelopen en uw zwangerschap is bijna voldragen.’
Ik knikte.
‘Wat betekent dat?’
‘Dat we voorbereid moeten zijn op een spoedkeizersnede als uw toestand of die van uw zoon verslechtert.’
Ik sloot mijn ogen.
De arts vervolgde:
‘Voorlopig is het belangrijkste dat u rust krijgt.’
Rust.
Het woord klonk bijna absurd.
Mijn man had geprobeerd me te vermoorden.
Mijn baby had de val ternauwernood overleefd.
En ergens daarbuiten liep Victor vrij rond, overtuigd dat hij binnenkort vijftig miljoen euro rijker zou zijn.
Later die ochtend kwam Adrian terug.
Hij droeg een donkerblauw pak en had een leren aktetas bij zich.
Achter hem liep een vrouw van ongeveer vijftig, met kort blond haar en een ernstige blik.
‘Elena,’ zei hij, ‘dit is Marieke Vos. Ze is advocaat en werkt al jaren met mijn onderneming samen.’
Marieke kwam naast mijn bed staan.
‘Het spijt me wat u is overkomen.’
Ik knikte zwak.
Ze ging zitten.
‘Uw vader heeft mij gevraagd u juridisch bij te staan.’
Ik keek naar Adrian.
Mijn vader.
Het voelde nog steeds vreemd om dat woord te gebruiken.
Hij merkte mijn aarzeling op.
‘We kunnen later over ons praten,’ zei hij zacht. ‘Eerst zorgen we dat je veilig bent.’
Marieke opende haar map.
‘Er zijn een paar dingen die u moet weten.’
Ik voelde mijn hart sneller kloppen.
‘Victor heeft tegenover de Oostenrijkse politie verklaard dat u tijdens een wandeling bent uitgegleden.’
Ik staarde haar aan.
‘Dat is een leugen.’
‘Dat begrijpen we.’
‘Hij heeft me geduwd.’
Marieke knikte.
‘Kunt u zich precies herinneren wat er is gebeurd?’
Ik sloot mijn ogen.
Ik zag opnieuw de sneeuw.
Victors gezicht.
Zijn handen.
De afgrond.
En Serena die naast hem stond.
‘Ja,’ fluisterde ik. ‘Alles.’
Ik vertelde haar wat er was gebeurd.
Over de ruzie.
Over Victors plotselinge kalmte.
Over de manier waarop hij zijn handen tegen mijn schouders had gezet.
Over zijn woorden toen ik op de rotsrichel lag.
En over Serena.
Marieke schreef alles op.
Toen ik klaar was, bleef ze even stil.
‘Elena, wat u beschrijft is een zeer ernstige verdenking van poging tot moord.’
Ik knikte.
‘Dat weet ik.’
‘De politie zal uw verklaring moeten onderzoeken. Het is belangrijk dat u geen contact opneemt met Victor en dat u voorlopig geen informatie over uw verblijfplaats verspreidt.’
Adrian boog zich naar voren.
‘Er is nog iets.’
Ik keek hem aan.
Hij legde een document op mijn bed.
Bovenaan stond de naam van zijn verzekeringsmaatschappij.
Daaronder een bedrag.
€ 50.000.000.
Mijn maag trok samen.
‘Dat is de polis.’
Adrian knikte.
‘Ja.’
Ik staarde naar de handtekening onderaan.
Mijn handtekening.
Of iets wat erop leek.
‘Ik heb dit nooit getekend.’
Marieke keek onmiddellijk op.
‘Weet u dat zeker?’
‘Absoluut.’
Ik voelde mijn handen trillen.
‘Victor heeft me ooit gevraagd een aantal financiële documenten te ondertekenen. Maar ik heb nooit ingestemd met een levensverzekering van vijftig miljoen euro.’
Adrian en Marieke wisselden een blik.
Toen zei Adrian:
‘Dat vermoedde ik al.’
Hij vertelde dat de verzekering bijna twee jaar eerder was afgesloten.
Victor had via een financieel adviseur documenten aangeleverd waaruit zou blijken dat ik als mede-eigenaar betrokken was bij zijn investeringsmaatschappij.
Volgens de aanvraag zou mijn overlijden grote financiële gevolgen hebben voor de onderneming.
Maar ik had nooit aandelen gehad.
Ik had nooit deelgenomen aan bestuursvergaderingen.
En ik had nooit geweten dat mijn leven op papier vijftig miljoen euro waard was gemaakt.
‘Waarom heeft niemand dat gecontroleerd?’ vroeg ik.
Adrian keek naar zijn handen.
‘Dat is een vraag die ik mijn eigen mensen inmiddels ook heb gesteld.’
Zijn stem werd harder.
‘Er zijn aanwijzingen dat iemand binnen onze organisatie heeft meegewerkt aan het goedkeuren van de aanvraag.’
Ik voelde een koude rilling.
‘Victor had dus hulp.’
‘Mogelijk,’ antwoordde Marieke. ‘Dat wordt onderzocht.’
Ik keek naar het document.
En begreep ineens iets verschrikkelijks.
Mijn man had mijn dood niet in een opwelling veroorzaakt.
Hij had er misschien jarenlang naartoe gewerkt.
Die middag vertelde Adrian me eindelijk hoe hij mij had gevonden.
Het was een vraag die sinds mijn redding door mijn hoofd spookte.
‘Waarom was je daar?’ vroeg ik.
Hij keek me lang aan.
‘Omdat ik naar je op zoek was.’
Ik fronste.
‘Naar mij?’
Hij knikte.
‘Je moeder heeft me kort voor haar overlijden een brief gestuurd.’
Mijn hart sloeg over.
‘Een brief?’