De logica van kinderen kan soms verbluffend, maar ook ongelooflijk hilarisch zijn. Vooral wanneer het aankomt op schoolvakken zoals wiskunde, ontstaan er op de basisschool regelmatig misverstanden die thuis aan de keukentafel voor de nodige discussie zorgen. De kleine Johnny, de Vlaamse en Nederlandse hoofdpersoon uit talloze grappige anekdotes, heeft gisteren zijn wiskundetoets teruggekregen. Met een magere 8 op 20 wist hij dat hij zijn vader wat uit te leggen had. Maar de reden achter deze onvoldoende laat pijnlijk én grappig zien hoe strikt de logica in een klaslokaal kan worden toegepast.
De teleurstelling van een onvoldoende
Het was een spannende middag toen de kleine Johnny met zijn rapporttas de huiskamer binnenstapte. Zijn vader zat aan de tafel en zag aan het gezicht van zijn zoon al direct dat het wiskunderesultaat niet helemaal was geworden wat men ervan had gehoopt. Een 8 op 20 is in het schoolsysteem immers een duidelijke onvoldoende.
Zijn vader zuchtte eens diep, legde zijn krant opzij en vroeg direct: "Wat is er in godsnaam gebeurd, Johnny? We hebben hier gisteren toch nog zo hard op geoefend?" Johnny keek zijn vader met grote, onschuldige ogen aan en begon de situatie in de klas te verdedigen. Volgens hem lag de fout namelijk absoluut niet bij zijn eigen voorbereiding, maar bij de stririkte en verwarrende vraagstelling van de lerares.
De verwarring rond de vermenigvuldiging
Johnny begon kalm uit te leggen hoe de toets mondeling was afgenomen. "Nou pap," zei hij, "de leraar keek me aan en vroeg heel serieus: 'Johnny, hoeveel is 3 keer 2?' Dus ik dacht na aan wat we thuis hadden geoefend en ik zei direct: '6!'"
Zijn vader knikte instemmend en keek verbaasd. "Maar Johnny, dat is toch honderd procent juist? Drie keer twee is inderdaad gewoon zes. Waarom heb je daar dan punten op verloren?" Johnny zuchtte gefrustreerd en legde de volgende stap van de lerares uit. "Ja, dat dacht ik dus ook! Maar direct daarna keek ze me streng aan en vroeg ze: 'En hoeveel is 2 keer 3?'."