Deel 1: De Bodemloze Put van Vrijgevigheid
De vriendschap tussen Mariska en Laura ging terug tot hun studententijd. Ze hadden alles samen gedeeld: goedkope flessen wijn op gammele balkons, slapeloze nachten voor tentamens, en de eerste onhandige stappen op de arbeidsmarkt. Maar naarmate de jaren verstreken, begonnen hun paden zich te splitsen. Niet in emotionele zin, althans dat dacht Mariska, maar wel in financieel opzicht.
Mariska had altijd een diep geworteld gevoel voor verantwoordelijkheid gehad. Ze werkte hard, deed overuren bij het marketingbureau waar ze werkte, deed verstandige investeringen en leefde binnen haar stand. Ze had een bescheiden maar comfortabel spaarpotje opgebouwd. Laura daarentegen leefde alsof de dag van morgen niet bestond. Ze droomde van een leven als influencer en artiest, nam de ene na de andere slechtbetaalde parttime baan aan, maar weigerde haar uitgavenpatroon daarop aan te passen. Haar Instagram-feed stond vol met hippe lattes, weekendjes weg en merkkleding, terwijl haar bankrekening chronisch in het rood stond.
Al snel ontstond er een patroon dat Mariska aanvankelijk met liefde accepteerde.
"Maris, ik zit deze maand echt even helemaal 'te blut'. Mijn huur wordt morgen afgeschreven en ik heb letterlijk geen cent meer voor boodschappen," klonk het dan door de telefoon, steevast vergezeld van een dramatische snik.
En Mariska hielp. Natuurlijk hielp ze. Het begon met vijftig euro voor de wekelijkse boodschappen. Daarna werd het honderd euro voor de energierekening. Vervolgens driehonderd euro omdat Laura's huurbaas met uitzetting dreigde. Het was altijd "lenen", maar Mariska zag het geld zelden of nooit terug. Als ze er voorzichtig naar vroeg, reageerde Laura defensief of diep gekwetst. Mariska praatte het voor zichzelf recht: Ze is mijn beste vriendin. Als ik het kan missen, moet ik haar toch helpen?