Dit is waarom je tegenwoordig moet bijbetalen voor hetzelfde medicijn

empty white painted store

Dat gekozen middel wordt het voorkeursmedicijn genoemd. Als je dat medicijn gebruikt, worden de kosten normaal gesproken door de zorgverzekeraar betaald. Daarbij kan het medicijn nog wel onder het eigen risico vallen. Toch is het uitgangspunt dat dit middel de standaardkeuze is binnen je verzekering.

Voor zorgverzekeraars is dit beleid aantrekkelijk, omdat zij met fabrikanten prijsafspraken kunnen maken. Daardoor blijven medicijnen goedkoper. In theorie kan dat helpen om de zorg betaalbaar te houden. Maar in de praktijk ontstaan er problemen wanneer het gekozen middel niet leverbaar is.

Dan moet de apotheek overstappen op een ander merk. Dat middel heeft dezelfde werkzame stof, dezelfde sterkte en dezelfde toedieningsvorm. Medisch gezien is het dus vaak een goed alternatief. Toch valt het niet altijd onder dezelfde afspraken. Daardoor kan de vergoeding anders uitpakken dan patiënten verwachten.

Wanneer patiënten extra betalen

Als het voorkeursmedicijn niet op voorraad is, zoekt de apotheek naar een vervangend middel. Dat kan een ander merk zijn dat wel leverbaar is. Soms wordt dat alternatief volledig vergoed. Maar dat is niet altijd zo. De kosten kunnen alsnog terechtkomen bij de patiënt, bijvoorbeeld via het eigen risico.

Dat gebeurt vooral wanneer het eigen risico nog niet volledig is gebruikt. In dat geval kan de prijs van het vervangende medicijn meetellen. Patiënten merken dat vaak pas later. Ze hoeven het bedrag meestal niet direct in de apotheek te betalen. De rekening verschijnt dan achteraf bij de zorgverzekeraar.

Er kan ook een eigen bijdrage ontstaan. Dat gebeurt wanneer het alternatieve medicijn duurder is dan de wettelijke vergoedingslimiet. In dat geval wordt niet het volledige bedrag vergoed. Het deel boven die grens kan voor rekening van de patiënt komen. Dat voelt extra vervelend wanneer er geen keuze was.

De prijsverschillen tussen merken kunnen behoorlijk groot zijn. Twee medicijnen kunnen dezelfde werkzame stof bevatten, maar toch anders geprijsd zijn. Daardoor kan een tekort aan een goedkoop voorkeursmiddel leiden tot een duurder alternatief. Voor de patiënt is dat lastig te begrijpen, omdat het om hetzelfde soort medicijn gaat.

white plastic egg tray on white printer paper

Heb je je eigen risico al helemaal gebruikt? Dan vallen extra kosten in veel gevallen minder zwaar uit. De zorgverzekeraar vergoedt dan vaak meer. Toch blijft het per situatie verschillen. Daarom weten patiënten vaak niet vooraf waar ze aan toe zijn. Dat maakt het systeem onduidelijk.

Reactie van zorgverzekeraars

Omdat veel mensen hierover vragen hebben, is aan grote zorgverzekeraars gevraagd hoe zij omgaan met deze situatie. Zilveren Kruis en VGZ geven aan dat patiënten in principe niet extra hoeven te betalen door medicijntekorten. Volgens hen wordt het voorkeursbeleid bij leveringsproblemen tijdelijk aangepast of losgelaten.

Dat betekent dat apothekers dan een ander merk mogen meegeven. De patiënt zou daardoor niet bewust benadeeld moeten worden. Toch erkennen de verzekeraars dat het eigen risico nog steeds een rol kan spelen. Als het vervangende medicijn onder het eigen risico valt, kunnen patiënten alsnog kosten krijgen.