Dit is waarom oppassen op jouw kleinkinderen supergezond is!

Daarnaast denken onderzoekers dat oma’s oppassen vaker als prettig ervaren. Als iets plezier geeft, kan dat extra goed werken voor je mentale gezondheid. Wanneer oppassen vooral voelt als stress of verplichting, kan het effect anders zijn. Dan kost het misschien juist te veel energie.

Het onderzoek laat dus vooral zien dat oppassen gunstig kan zijn. Het betekent niet dat iedere grootouder er automatisch gezonder van wordt. De omstandigheden zijn belangrijk. Hoe vaak pas je op? Vind je het leuk? Is het vrijwillig? En krijg je genoeg rust tussendoor?

a woman and a child are walking on the beach

Plezier maakt veel verschil

De Volkskrant vroeg hoogleraar neurocognitie André Aleman om uitleg bij het onderzoek. Hij werkt aan de Universiteit Groningen en weet veel over het ouder wordende brein. Volgens hem is vooral plezier heel belangrijk. Een activiteit is meestal beter voor je hersenen wanneer je er echt van geniet.

Aleman was zelf niet betrokken bij de studie. Toch noemt hij het onderzoek interessant. Wel vindt hij dat er nog vragen openblijven. Hij mist bijvoorbeeld de context. Passen grootouders op omdat ze dat leuk vinden? Of doen ze het vooral omdat het moet? Dat maakt volgens hem veel uit.

Als oppassen voelt als een fijne activiteit, kan het veel opleveren. Je hebt contact, je voelt je nuttig en je blijft actief. Dat zijn allemaal dingen die goed kunnen zijn voor het brein. Maar wanneer oppassen vooral stress geeft, kan dat juist nadelig zijn. Langdurige stress is niet goed voor lichaam en geest.

Daarom is balans belangrijk. Een middag oppassen kan heerlijk zijn. Maar als grootouders te vaak moeten bijspringen, kan het zwaar worden. Zeker wanneer ze zelf gezondheidsproblemen hebben of weinig hersteltijd krijgen. Oppassen moet dus niet veranderen in een verplichting waar iemand aan onderdoor gaat.

Het beste werkt oppassen waarschijnlijk wanneer grootouders het met plezier doen. Dan is het gezellig, zinvol en mentaal uitdagend. En dat is precies de combinatie waar het brein baat bij kan hebben.

Geen kleinkinderen nodig

Niet iedereen heeft kleinkinderen. En niet iedere grootouder past regelmatig op. Gelukkig betekent dat niet dat je je brein niet kunt trainen. Er zijn veel andere manieren om mentaal fit te blijven. Het belangrijkste is dat je activiteiten kiest die je uitdagen en waar je plezier aan beleeft.

Experts wijzen vooral op activiteiten waarin beweging, sociaal contact en nadenken samenkomen. Denk aan wandelen met anderen, fietsen in een groep of samen een cursus volgen. Ook bridge, schaken, bordspellen en puzzels kunnen helpen om je hersenen actief te houden.

Nieuwe digitale vaardigheden leren kan ook nuttig zijn. Denk aan werken met een tablet, foto’s bewerken of leren videobellen. Dat is soms even lastig, maar juist daardoor wordt het brein geprikkeld. Nieuwe dingen leren blijft belangrijk, ook op latere leeftijd.

Het draait dus niet alleen om oppassen. Het gaat om actief blijven in brede zin. Wie regelmatig iets doet dat aandacht, geheugen en plezier vraagt, geeft het brein een goede training. Dat hoeft niet groots te zijn. Een spelletje, gesprek of wandeling kan al verschil maken.

Oppassen op kleinkinderen is dus niet alleen leuk voor de band met de familie. Het kan ook bijdragen aan een fitter hoofd. Vooral wanneer het vrijwillig, gezellig en afwisselend blijft. Dan profiteren niet alleen de kinderen van opa en oma, maar ook de hersenen van opa en oma zelf.