Bloembollen in de grond stoppen is zo’n zeldzame tuinklus waar je weinig moeite voor terugkrijgt, en juist daarom is het zo verleidelijk. Je graaft een gat, laat een bol verdwijnen en daarna lijkt het maandenlang stil.
Toch gebeurt er onder de oppervlakte van alles, zeker zodra de temperatuur zakt. Met een paar slimme keuzes (en wat timing) zorg je ervoor dat je tuin straks niet één week, maar een heel seizoen lang kleur laat zien.
Voorjaars- of zomerbol? Dit is het verschil
Voor je enthousiast begint te planten, is het handig om te weten met welk type bol je te maken hebt. Hier gaat het opvallend vaak mis, vooral omdat het in de winkel allemaal gezellig naast elkaar kan liggen.
Voorjaarsbollen plant je in de herfst, omdat ze een koudeperiode nodig hebben om later te kunnen bloeien. Denk aan tulpen, krokussen, narcissen, hyacinten en sneeuwklokjes. Die kou is geen extraatje, maar echt een onderdeel van hun ‘startknop’.
Wanneer kan je wél en niet in de grond stoppen
Zomerbollen zoals dahlia’s en gladiolen werken precies andersom. Die zijn gevoelig voor vorst en willen pas in het voorjaar geplant worden, wanneer de kans op nachtvorst zo goed als weg is.
Plant je ze toch al in de herfst, dan is de kans groot dat ze het niet redden: te koud, te nat, en voor je het weet zijn ze weggerot nog vóór ze überhaupt iets konden doen. Dat is niet alleen zonde, maar ook onnodig.
De ideale plantperiode: Oktober en november
Voor voorjaarsbollen zijn oktober en november vaak de fijnste maanden. De bodem is dan meestal genoeg afgekoeld, wat helpt om schimmel en te vroege groei te voorkomen. Half oktober is vaak een prima richtpunt.
November is nog steeds uitstekend, en zelfs december kan vaak ook nog—mits de grond niet bevroren is. Bollen hebben ongeveer zes weken nodig om wortels aan te maken. En eerlijk: te laat planten is bijna altijd beter dan ze laten indrogen in het schuurtje.
Zo diep moeten bollen de grond in
Met diepte kun je het jezelf makkelijk maken: plant een bol twee tot drie keer zo diep als hij hoog is. Een grote tulpenbol van ongeveer vijf centimeter gaat dus rond de vijftien centimeter diep.