De drie jongens werden vervolgd voor zware mishandeling in vereniging en poging tot het beïnvloeden van een getuige. Floris kreeg de zwaarste straf, omdat hij de aanval had gepland en daarna de lastercampagne had aangestuurd. Joris werkte mee met het onderzoek en kreeg een lagere straf, maar verloor zijn studie en moest een deel van de medische kosten betalen.
Pepijn werd vrijgesproken van het plannen van de aanval, maar niet van het filmen en verspreiden van de beelden. Zijn ouders betaalden uiteindelijk een schadevergoeding, maar geen bedrag kon de maandenlange pijn van Lily terugbrengen.
Lily wilde ook geen geld van hen.
Ze richtte samen met Eva een fonds op voor slachtoffers van geweld die door rijke families onder druk werden gezet. Het geld kwam uit de civiele schikking met de universiteit en uit de verkoop van een pand van Victor van Wijk.
“Waarom doe je dit?” vroeg ik haar op een avond.
We zaten aan de keukentafel. De vaatwasser draaide. Buiten gleden fietslichten als kleine witte strepen langs het natte trottoir.
“Omdat ik niet wil dat iemand anders eerst moet bewijzen dat haar gezicht gebroken is voordat mensen geloven dat ze pijn heeft.”
Ze kon nog steeds maar korte tijd praten. Daarna masseerde ze haar kaak met twee vingers.
Ik schonk koffie voor haar in, hoewel ze die maandenlang alleen lauw kon drinken.
“Je had gelijk,” zei ik.
“Waarover?”
“Over De Schim.”
Ze keek naar haar kopje.
“Je hebt hem niet nodig gehad.”
“Hij zat wel naast je.”
“Maar hij heeft niemand aangeraakt.”
“Dat was moeilijker dan je denkt.”
“Ik weet het.”
Ik keek naar haar litteken. Het was zichtbaar wanneer ze lachte, maar steeds minder wanneer ze stil bleef.
“Ben je bang voor hem?” vroeg ik.
Lily schudde haar hoofd.
“Alleen als jij vergeet wie je bent zonder hem.”
Dat bleef bij mij hangen.
Maandenlang had ik gedacht dat de families van die jongens een grens hadden overschreden en dat ik daarom mijn oude naam mocht terugnemen. Maar Lily had iets anders gezien. De Schim was nooit ontstaan omdat ik sterk was. Hij was ontstaan omdat ik niet wist hoe ik machteloosheid moest verdragen.
Op de dag dat de rechtbank de laatste uitspraak deed, stond ik buiten onder de luifel. Victor van Wijk werd door zijn advocaat naar een donkere auto geleid. Hij zag er ouder uit dan op de video’s, met ingezakte schouders en een verband om zijn rechterhand na een hartaanval.
Hij bleef even staan.
“U hebt dit allemaal voorbereid,” zei hij.
“U hebt het voorbereid.”
“U denkt dat u gewonnen hebt?”
Ik keek door het glas naar Lily. Ze stond naast Eva en hield haar tas met beide handen vast.
“Nee,” zei ik. “Ik denk dat u verloren hebt toen u dacht dat geld hetzelfde was als controle.”
Hij lachte schor.
“U bent nog steeds De Schim.”
“Niet meer.”
“Dat gelooft niemand.”
“Dat hoeft ook niet.”
Hij stapte in de auto.
Lily kwam naar buiten. De koude lucht deed pijn aan haar gezicht, maar ze weigerde haar sjaal hoger te trekken.
“Ga je mee?” vroeg ze.
“Ja.”
“Dan lopen we.”
“Het regent.”
“Dat doet het hier vaker.”
We liepen samen naar de fietsenstalling. Heel even bleef Lily staan bij de plek waar ze was neergeslagen.
Er lag nieuw asfalt. De universiteit had de oude stenen vervangen na een klacht van de gemeente. Een klein metalen plaatje in de grond markeerde de plaats van de camera die uiteindelijk alles had vastgelegd.
Lily keek ernaar.
“Ze dachten dat mijn mond het probleem was,” zei ze.
Haar stem was zacht, maar duidelijk.
“Wat was het dan?”
“Dat ik bleef praten.”
Ze pakte mijn hand.
We liepen verder langs het donkere water, terwijl achter de ramen van de huizen de lampen aangingen. Niemand keek naar ons. Niemand wist wie Lily was, wie ik geweest was of hoeveel geld er door onze handen was gegaan.
Dat was goed.
Voor het eerst hoefde niemand bang te zijn voor een naam.
Alleen voor de waarheid.