Kelly keek opnieuw naar Tobias.
Hij stond roerloos.
Toen zei hij:
‘Sanne, ga naar binnen.’
Ik draaide me naar hem om.
‘Waarom zegt iedereen ineens dat ik naar binnen moet?’
Niemand antwoordde.
Ik keek van mijn man naar onze buurvrouw.
En voor het eerst kreeg ik het gevoel dat er iets tussen hen speelde waar ik niets van wist.
‘Kennen jullie elkaar soms beter dan ik denk?’
Kelly sloot haar ogen.
Tobias schudde zijn hoofd.
‘Begin daar niet over.’
Mijn hart begon sneller te kloppen.
‘Waar moet ik niet over beginnen?’
Kelly haalde diep adem.
‘Sanne, ik moet je iets laten zien.’
Tobias deed onmiddellijk een stap naar voren.
‘Nee.’
Kelly keek hem recht aan.
‘Het is genoeg geweest.’
Zijn gezicht verstrakte.
‘Kelly, hou je mond.’
Ik voelde een ijskoude schok.
Mijn man had nog nooit op die toon tegen onze buurvrouw gesproken.
Ik draaide me langzaam naar hem om.
‘Tobias?’
Hij keek naar mij.
‘Ga alsjeblieft naar binnen. Dan praten we rustig.’
Maar Kelly pakte mijn arm.
‘Niet met hem alleen.’
Tobias keek naar haar hand op mijn arm.
‘Laat mijn vrouw los.’
Kelly deed een stap achteruit.
Ze huilde nu openlijk.
‘Ik heb drie nachten geprobeerd haar te waarschuwen.’
Mijn hart bonsde.
‘Waarvoor?’
Kelly keek naar de garage.
‘Voor wat daarbinnen ligt.’
Ik voelde mijn mond droog worden.
‘Wat ligt daarbinnen?’
Tobias schudde zijn hoofd.
‘Dit is belachelijk.’
Kelly keek hem aan.
‘Dan heb je er vast geen bezwaar tegen als Sanne de kast achterin opent.’
Mijn man verstijfde.
Ik keek hem aan.
‘Welke kast?’
Hij antwoordde niet.
En ineens herinnerde ik me iets.
Twee maanden eerder had Tobias een grote metalen opbergkast achter in de garage geplaatst.
Hij had gezegd dat hij er gereedschap en oude administratie in wilde bewaren.
De kast zat altijd op slot.
Toen ik hem een keer vroeg waar de sleutel lag, had hij gezegd dat hij die kwijt was.
Ik had er verder niet over nagedacht.
Tot nu.
‘Tobias,’ zei ik langzaam. ‘Wat zit er in die kast?’
Hij keek weg.
‘Niets belangrijks.’
Kelly begon bitter te lachen.
‘Niets belangrijks?’
Tobias draaide zich naar haar om.
‘Hou op.’
Ze schudde haar hoofd.
‘Nee. Niet meer.’
Toen keek ze mij aan.
‘Sanne, bel de politie.’
Ik bleef haar aanstaren.
‘De politie?’
Kelly knikte.
‘Ja.’
Tobias stapte naar voren.
‘Dit gaat veel te ver.’
Kelly keek hem recht aan.
‘Je hebt me beloofd dat je het zou oplossen.’
Mijn hart sloeg over.
‘Wat zou hij oplossen?’
Tobias keek naar de grond.
Kelly veegde met haar mouw over haar gezicht.
Daarbij smeerde ze zwarte verf over haar wang.
‘Ik heb je man zes weken geleden iets zien doen.’
Mijn adem stokte.
‘Wat?’
Ze aarzelde.
Toen zei ze:
‘Hij heeft midden in de nacht een grote koffer de garage binnengedragen.’
Ik fronste.
‘Een koffer?’
Ze knikte.
‘Een zware zwarte koffer. Hij kwam uit een bestelbusje zonder bedrijfsnaam.’
Ik keek naar Tobias.
‘Waar heeft ze het over?’
Hij schudde zijn hoofd.
‘Het was werkmateriaal.’
Kelly keek hem woedend aan.
‘Waarom heb je me dan gevraagd er nooit met Sanne over te praten?’
Er viel een stilte.
Ik voelde mijn benen slap worden.
‘Tobias?’
Hij keek me eindelijk aan.
‘Er is iets wat ik je moet vertellen.’
Ik wilde niet dat hij het me in huis vertelde.
Niet meer.
Ik wilde de waarheid horen waar we stonden.
Op onze oprit.
Onder het licht van de straatlantaarn.
Met de zwarte verf nog nat op de garagedeur.
‘Vertel het,’ zei ik.
Tobias wreef met beide handen over zijn gezicht.
‘Ik heb een probleem op mijn werk.’
Ik keek hem aan.
‘Wat voor probleem?’
Hij zweeg.
Kelly antwoordde:
‘Er ontbreekt geld.’
Mijn hart zakte.
‘Wat?’
Tobias keek haar woedend aan.
‘Je weet niet waar je het over hebt.’
‘Dan vertel jij het.’
Hij haalde diep adem.
‘Mijn zakenpartner heeft geld van klanten verduisterd.’
Ik staarde hem aan.
Tobias werkte al bijna twaalf jaar als financieel adviseur.
Samen met zijn zakenpartner, Vincent, had hij een klein adviesbureau in Utrecht.
Ik wist dat het de laatste maanden minder goed ging.
Maar Tobias had gezegd dat het tijdelijk was.
‘Hoeveel geld?’ vroeg ik.