Eleanor zweeg zo lang dat hij dacht dat de verbinding was verbroken.
‘Waarom heeft niemand dat verteld?’ vroeg ze uiteindelijk.
‘Omdat het haar hotel is en ze niet verplicht is haar zakelijke bezittingen aan iedere gast bekend te maken.’
‘Maar ze had me kunnen waarschuwen!’
Richard keek naar het raam van zijn kantoor.
‘Waarvoor? Dat je haar niet als een gelijkwaardig mens zou behandelen als je wist dat ze rijk was?’
Eleanor antwoordde niet.
‘Luister naar me,’ vervolgde hij. ‘Ik heb je vaak horen praten over mensen die volgens jou niet in bepaalde kringen thuishoren. Ik heb je gevraagd daarmee op te houden. Gisteren ging je te ver.’
‘Ik probeerde alleen Sophie te beschermen.’
‘Nee. Je probeerde te bepalen wie er welkom was op een feest waarvoor je zelf niet eens alle kosten betaalde.’
Eleanor hing op.
Een uur later ontving ze een bericht van Daniel.
Ik wil vanavond met je praten. Claire heeft ons uitgenodigd voor de receptie. Ik verwacht dat je met respect met haar omgaat.
Ze las het bericht meerdere keren.
Daarna belde ze haar zoon.
‘Waarom moeten we naar een evenement van Claire?’
‘Omdat ze mijn toekomstige schoonzus is en omdat ze ons een uitnodiging heeft gestuurd.’
‘Na wat ze gisteren heeft gedaan?’
Daniel zuchtte.
‘Mam, zij heeft niets gedaan. Jij hebt haar beledigd.’
‘Ik wilde niet dat ze het feest verpestte.’
‘Ze heeft het feest niet verpest. Ze is vertrokken toen Sophie haar daarom vroeg. Dat is precies wat jij wilde.’
Eleanor had geen antwoord.
‘Ik hou van je, mam,’ zei Daniel. ‘Maar ik ga niet doen alsof dit normaal was.’
Voor het eerst begon Eleanor te beseffen dat de gevolgen niet alleen over geld of een hotelkamer gingen.
Haar zoon twijfelde aan haar oordeel.
En dat kon ze niet eenvoudigweg met een telefoontje herstellen.
De terugkeer naar de balzaal
De volgende avond was de balzaal van het Grand Meridian gevuld met zacht licht, witte bloemen en lange tafels waarop kleine glazen vazen stonden.
Het personeel had alles tot in de puntjes verzorgd.
Ik arriveerde via de hoofdingang, niet via de privélift. Ik droeg een donkerblauwe avondjurk en een eenvoudige zilveren ketting die van mijn moeder was geweest.
Martin, de algemeen directeur, kwam me tegemoet.
‘Alles is gereed, mevrouw Carter.’
‘Dank je. Hoe gaat het met het personeel?’
‘Goed. Ze zijn trots op de renovatie.’
‘Dat is belangrijker dan de versiering.’
Hij glimlachte.