Dat is niet hetzelfde als vaststellen dat er juridisch iets verkeerd is gedaan. Daarvoor zijn officiële onderzoeksresultaten en rechterlijke uitspraken noodzakelijk.
Ook medische dossiers spelen een belangrijke rol
De aangeleverde tekst noemt daarnaast tuchtrechtelijke uitspraken tegen vier Defensieartsen. Twee van hen zouden volgens die tekst zijn veroordeeld in verband met het vervalsen van medische informatie.
Ook wordt beweerd dat bepaalde loggingsgegevens van medische dossiers uit de periode 2010 verdwenen zijn.
Als dergelijke gegevens inderdaad niet meer beschikbaar zijn, kan dat het achteraf reconstrueren van gebeurtenissen aanzienlijk moeilijker maken.
Maar ook hier geldt: het verdwijnen of ontbreken van gegevens bewijst op zichzelf niet wie daarvoor verantwoordelijk is.
Juist daarom is onafhankelijke vaststelling van de feiten van groot belang.
De kwestie rond een zwijgcontract
Een ander onderdeel van het dossier betreft een vermeend zwijgcontract.
Volgens de aangeleverde berichtgeving zou Van Wulfen in 2017 zijn gevraagd een overeenkomst te ondertekenen waarin beperkingen stonden op wat hij over zijn zaak naar buiten mocht brengen.
Daarbij zouden ook verwijzingen naar strafrechtelijke bepalingen zijn opgenomen.
De politieke vraag die hierdoor ontstaat, is duidelijk: hoe ver mag een overheidsorganisatie gaan wanneer een medewerker beweert misstanden te hebben gemeld?
Een organisatie heeft uiteraard het recht om vertrouwelijke informatie en staatsgevoelige gegevens te beschermen. Maar bij klokkenluiders ligt dat extra gevoelig, omdat juist hun mogelijkheid om misstanden te melden onderdeel is van het integriteitsstelsel.
Een tweede dossier: financiële misstanden
De zaak gaat volgens de aangeleverde tekst bovendien verder dan alleen de behandeling van Van Wulfen.
Er wordt ook verwezen naar een tweede kwestie uit 2016 op Vliegbasis Eindhoven. Daarbij zouden declaraties en het gebruik van militaire vliegtuigen een rol hebben gespeeld.
Volgens de aangeleverde tekst zou het Huis voor Klokkenluiders later hebben geconcludeerd dat er daadwerkelijk sprake was van fraude.
Dat is een zeer ernstige bewering.
Daarbij wordt bovendien een juridische kwestie naar voren gebracht over verklaringen die Boekholt-O’Sullivan zou hebben afgelegd. Volgens de tekst zou zij tijdens een gerechtelijke procedure hebben verklaard dat zij geen aangifte had gedaan en geen vermoeden had van een strafbaar feit.