DEEL 3
De volgende ochtend zat Liana in een klein kantoor tegenover rechercheur Thomas Vermeer.
Ze had nauwelijks geslapen.
Haar kinderen verbleven voorlopig bij haar zus, nadat haar advocaat met spoed een tijdelijke regeling had aangevraagd. De opluchting dat ze veilig waren, werd overschaduwd door één vraag.
Wat had Adrian nog meer gedaan?
Thomas schoof een dossier naar haar toe.
‘Er is iets wat u moet zien.’
Op de eerste pagina stond de naam van een buitenlandse onderneming.
Northbridge Holdings.
Liana fronste.
‘Ik ken dat bedrijf niet.’
‘Volgens de documenten bent u de uiteindelijk belanghebbende.’
Ze keek hem verbijsterd aan.
‘Dat is onmogelijk.’
Thomas draaide de volgende pagina om.
Daar stond haar naam.
Haar geboortedatum.
En een handtekening die sprekend op de hare leek.
‘We vermoeden dat uw identiteit zonder uw toestemming is gebruikt,’ legde hij uit.
Liana voelde haar maag samentrekken.
‘Waarvoor?’
‘Om geldstromen te verhullen. De vijfentwintig miljoen waarover uw man sprak, is waarschijnlijk slechts een deel van het bedrag dat via deze constructie is verplaatst.’
‘Hoeveel dan?’
Thomas aarzelde.
‘Voorlopig hebben we aanwijzingen voor transacties van meer dan veertig miljoen dollar. Niet al dat geld is noodzakelijkerwijs verdwenen, maar de constructie is ernstig genoeg om verder te onderzoeken.’
Liana staarde naar het dossier.
Veertig miljoen.
Haar naam.
Haar identiteit.
Alles wat ze ooit had opgebouwd, dreigde gebruikt te worden om haar als hoofdschuldige neer te zetten.
‘Waarom zou Adrian dit doen?’ fluisterde ze.
Thomas keek haar ernstig aan.
‘We denken dat hij het bedrijf financieel heeft uitgehold en iemand nodig had die de schuld kon krijgen.’
Die middag bezocht Liana haar advocaat, mevrouw De Vries.
Samen bekeken ze haar oude arbeidsovereenkomsten, oprichtingsakten en aandeelhoudersdocumenten.
Toen bleef De Vries plotseling bij een pagina hangen.
‘Wacht eens even.’
‘Wat is er?’
‘Hebt u ooit uw aandelen officieel aan Adrian verkocht?’
‘Nee. Hij zei alleen dat hij de dagelijkse leiding zou overnemen toen onze tweede dochter werd geboren.’
De advocaat keek haar scherp aan.
‘Dan is er mogelijk iets belangrijks dat hij voor u heeft verborgen.’
Ze legde een document op tafel.
De oorspronkelijke oprichtingsakte.
Daarop stond dat Liana vijftig procent van de aandelen bezat.
Maar in een latere wijziging was haar aandeel teruggebracht tot nul.
Onder die wijziging stond opnieuw haar handtekening.
Liana schudde langzaam haar hoofd.
‘Ik heb dit nooit getekend.’
‘Dan moeten we ook deze overdracht laten onderzoeken,’ zei De Vries.
Liana voelde voor het eerst sinds haar gedwongen vertrek een sprankje hoop.
Adrian had niet alleen geprobeerd haar vrijheid af te nemen.
Hij had mogelijk ook haar eigendom gestolen.
Maar net toen ze opstond om te vertrekken, ging de telefoon van haar advocaat.
De Vries luisterde zwijgend.
Haar gezicht werd steeds ernstiger.
‘Wanneer is dat gebeurd?’
Een korte stilte.
‘Begrijp ik. Stuur me alles onmiddellijk door.’
Ze legde neer.
Liana voelde een koude rilling.
‘Wat is er?’
De advocaat keek haar aan.
‘Adrian heeft geprobeerd een noodprocedure te starten om de kinderen bij zijn moeder onder te brengen.’
‘Wat?’
‘En er is nog iets.’
De Vries draaide haar computerscherm naar Liana.
Een document verscheen.
Een verklaring waarin stond dat Liana psychisch instabiel zou zijn en gevaarlijk gedrag tegenover haar kinderen zou hebben vertoond.
Onderaan stond de naam van iemand die bereid was daarover te getuigen.
Celine.
Liana deinsde achteruit.
‘Nee… dat kan niet.’
De vrouw die haar leven had gered, zou nu tegen haar getuigen?