Hans is 51 en zit aan de keukentafel met z’n laptop open en een stapel rekeningen. Energie. Boodschappen. Verzekeringen. Alles stijgt in prijs. Alleen zijn loon blijft achter. “En dan hoor ik wat een Kamerlid opstrijkt. Dan ben ik het snel zat.”
Twee totaal verschillende werelden
Hans vindt dat politici in een heel andere bubbel zitten. “141.000 euro per jaar. Dat is ruim drie keer wat veel mensen verdienen. Dan voel je die inflatie echt niet.”
Hij stoort zich aan debatten waarin Kamerleden over koopkracht praten alsof het iets theoretisch is. “Voor mij betekent koopkracht of je aan het eind van de maand nog wat overhoudt. Voor hen is het een rekensom op papier.”
Dure tijden zijn niet hypothetisch
Hans voelt het dagelijks in zijn portemonnee. “De supermarkt is niet te doen. Je legt dezelfde boodschappen als vorig jaar in je mandje en je bent zo twintig euro extra kwijt.”
Ook de vaste lasten lopen op. “Energie duurder. Gemeentelijke heffingen duurder. Zorgpremie omhoog. Alles stijgt, behalve het salaris.”
En dan ziet hij Kamerleden beweren dat het wel meevalt. “Dan denk je: logisch. Jij merkt het niet.”
Geen stress, geen zorgen
Volgens Hans zit het grote probleem erin dat politici geen geldzorgen hebben. “Als je weet dat er elke maand ruim elfduizend euro bruto binnenkomt, slaap je heel anders.”
Hij beweert niet dat Kamerleden geen verantwoordelijkheid hebben. “Ze werken hard, dat geloof ik heus.”
Maar volgens hem missen ze gevoel voor de werkelijkheid van veel Nederlanders. “Je voelt niet hoe het is als je moet kiezen: sparen of de auto laten repareren.”