‘Als je nu doodgaat, heb ik mijn weddenschap gewonnen én ben ik van je af.’
Dat waren de woorden die mijn man uitsprak, nog geen minuut voordat ik op de marmeren vloer van onze woonkamer in elkaar zakte.
Hij dacht dat ik hem niet had gehoord.
Maar ik hoorde ieder woord.
En toen ik drie dagen later mijn ogen opendeed in het Erasmus MC in Rotterdam, ontdekte ik dat de weddenschap slechts het begin was geweest.
Mijn naam is Marieke van Dijk. Ik ben 39 jaar en werk als financieel controller. Mijn man, Daan Vermeer, was 43 en directeur van een vastgoedontwikkelingsbedrijf in Rotterdam.
We waren bijna twee jaar getrouwd.
Tot die avond dacht ik dat ons huwelijk misschien niet perfect was, maar dat er onder alle afstand, zakelijke diners en stille verwijten nog iets bestond wat op liefde leek.
Ik had geen idee dat mijn huwelijk voor Daan was begonnen als een spelletje tussen drie mannen met veel geld en te weinig geweten.
En dat de prijs die hij wilde winnen veel groter was dan de weddenschap zelf.
Ik leerde Daan kennen tijdens een benefietavond voor een stichting die kinderen uit gezinnen met schulden ondersteunde. Hij was charmant zonder opdringerig te zijn, goed gekleed en opvallend geïnteresseerd in mijn werk.
Ik werkte destijds voor een middelgrote investeringsmaatschappij in Utrecht. Mijn vader had me geleerd dat financiële onafhankelijkheid geen luxe was, maar een vorm van veiligheid.
‘Vertrouw nooit iemand die boos wordt wanneer je naar de cijfers vraagt,’ zei hij altijd.
Mijn vader overleed vier jaar voordat ik Daan ontmoette.
Soms denk ik dat ik, als hij nog had geleefd, veel eerder had gezien wat er mis was.
Daan stuurde bloemen naar mijn kantoor, onthield hoe ik mijn koffie dronk en stond op een regenachtige dinsdag onverwacht met een pan zelfgemaakte soep voor mijn deur.
Toen mijn moeder een knieoperatie onderging, bracht hij haar zonder klagen naar het ziekenhuis.
‘Die man kijkt naar je alsof je het enige bent wat hij ziet,’ zei ze later.
Ik geloofde haar.
Acht maanden na onze eerste ontmoeting vroeg hij me ten huwelijk tijdens een weekend in Maastricht.
Er waren geen fotografen, geen publiek en geen overdreven aanzoek. Alleen een klein restaurant, een ring en een man die mijn hand vasthield.
‘Ik wil thuiskomen bij iemand die me niet nodig heeft voor mijn geld,’ zei hij.
Ik vond dat destijds een prachtige zin.
Later begreep ik hoe zorgvuldig hij zijn woorden had gekozen.
Na onze bruiloft verhuisde ik naar zijn villa in Hillegersberg. Ik hield mijn eigen bankrekening, bleef werken en stelde voor om de gezamenlijke kosten naar verhouding te verdelen.
Daan lachte.
‘Marieke, ik kan ons allebei onderhouden.’
‘Dat hoeft niet.’
‘Je bent soms ontzettend koppig.’
Hij zei het glimlachend, maar zijn blik bleef een seconde te lang op mij rusten.
Na het huwelijk veranderde hij langzaam.
Eerst waren er kleine opmerkingen.
Mijn kleding was te eenvoudig voor zijn zakelijke evenementen. Mijn collega’s waren saai. Mijn moeder belde te vaak. Mijn baan leverde volgens hem meer stress dan geld op.
Wanneer ik bezwaar maakte, sloeg hij een arm om me heen.
‘Ik wil alleen dat je het gemakkelijker krijgt.’
Het vreemde was dat hij me tegelijkertijd steeds vaker bij zijn bedrijf betrok.
Vermeer Projectontwikkeling had ambitieuze plannen voor een voormalig industrieterrein aan de Maas. Daan wilde er luxe appartementen, kantoren en horeca realiseren.
Het project heette Maaszicht.
Tijdens etentjes vroeg hij naar mijn mening over financiering, risicobeheer en vastgoedwaarderingen.
Ik gaf hem soms algemene adviezen, maar weigerde zijn bedrijfsadministratie over te nemen.
‘Je zou mijn financieel directeur kunnen worden,’ zei hij op een avond.
‘Ik ben liever je vrouw.’
Hij zweeg even.
‘Dat is niet altijd genoeg.’
Ik dacht dat hij bedoelde dat we elkaar te weinig zagen.
Ik had het mis.
Zes weken voordat ik instortte, begon Daan zich merkwaardig te gedragen.
Hij kwam later thuis en nam telefoontjes aan op het terras, zelfs wanneer het vroor. Wanneer ik binnenkwam, draaide hij zijn scherm weg.
Op een donderdag hoorde ik hem in de keuken fluisteren.
‘Nog even geduld. Ze heeft geen idee.’
Toen ik vroeg over wie hij sprak, zei hij dat een van zijn medewerkers zijn baan zou verliezen.
Ik wilde hem geloven.
Maar een paar dagen later zag ik op zijn tablet een bericht van zijn zakenpartner, Olivier Smit.
De termijn loopt af. Je hebt beloofd dat je haar zover zou krijgen.
Toen ik het bericht opende, was de rest van het gesprek verwijderd.
Daan werd woedend toen ik hem ernaar vroeg.
‘Sinds wanneer controleer jij mijn privéberichten?’
‘Het verscheen op het scherm terwijl ik naast je zat.’
‘Je ziet spoken.’
Hij liep de kamer uit en sloeg de deur harder dicht dan nodig was.
Die nacht sliep hij in de logeerkamer.
De volgende ochtend stond er een bos witte rozen op tafel.
Er zat geen kaartje bij.
Twee weken later kreeg ik tijdens een vergadering plotseling last van hartkloppingen. Ik werd duizelig en moest gaan zitten.
Mijn huisarts liet bloedonderzoek doen en verwees me voor aanvullend onderzoek vanwege mijn aanhoudende vermoeidheid.
Ik vertelde Daan dat ik me zorgen maakte.
Hij keek nauwelijks op van zijn telefoon.
‘Je werkt te hard.’
‘Ik slaap al weken slecht.’
‘Dan moet je minder piekeren.’
Later bleek dat ik ernstige bloedarmoede had, veroorzaakt door een langzaam bloedende maagzweer. Mijn ijzerwaarden waren alarmerend laag. Mijn huisarts had me geadviseerd onmiddellijk contact op te nemen als de klachten verergerden.
Ik had die waarschuwing serieus genomen.
Daan kennelijk niet.
Op vrijdagavond organiseerde hij een diner voor Olivier Smit en diens vrouw. Ook zijn oude studievriend Victor Meijer, een vermogende vastgoedinvesteerder, was uitgenodigd.
Ik wilde eigenlijk afzeggen. Ik had de hele middag een branderig gevoel in mijn maag en voelde me slap.
‘Kunnen we het verplaatsen?’ vroeg ik.