Ik sloot de deur en draaide het slot om. Daarna belde ik de wijkagent, niet het alarmnummer. Mijn stem bleef rustig totdat ik zei dat mijn moeder zonder toestemming mijn woning was binnengegaan en financiële documenten had meegenomen.
Toen begonnen mijn handen te trillen.
De deurbelcamera had alles opgenomen.
Mijn moeder legde de map na twintig minuten op de stoep. Voordat ze vertrok, boog ze naar de camera.
‘Je zult hier spijt van krijgen.’
Diezelfde middag kwam buurman Kees de map binnenbrengen. Hij was zevenenzestig, gepensioneerd notarieel medewerker en zo discreet dat hij zelfs bij het klagen over afvalcontainers fluisterde.
Hij legde de ordner op tafel.
‘Controleer of alles erin zit.’
Ik bladerde door de tabbladen. De kopieën van mijn vaders nalatenschap zaten er nog in. De bankafschriften van mijn moeder ook. Achterin ontbrak echter een plastic insteekhoes.
‘Wat zat daar?’
Ik wist het niet meteen.
Kees tikte op twee kleine scheurtjes bij de ringen.
‘Er is iets uit gehaald.’
Die nacht, toen Lotte na de voeding tegen mijn borst in slaap viel, liep ik in gedachten door de administratie van drie jaar eerder. Mijn vader had mijn moeder het vruchtgebruik van zijn spaargeld nagelaten. Femke en ik hadden ieder een vordering op haar gekregen die pas opeisbaar zou worden na haar overlijden of als zij langdurig in een zorginstelling terechtkwam.
Er was niets bijzonders aan die constructie.
Wel was er destijds een aparte spaarrekening geweest met 46.000 euro. Mijn vader noemde dat geld “de meisjespot”. Hij had jarenlang gezegd dat Femke en ik er later ieder de helft van zouden krijgen.
Na zijn dood vertelde mijn moeder dat de rekening grotendeels was opgegaan aan de verbouwing van het huis.
Ik had haar geloofd.
Om 03.12 uur opende ik de bankapp die ik al jaren niet meer voor haar administratie gebruikte. Mijn toegang werkte niet meer, wat logisch was. De tijdelijke machtiging was verlopen.
Daarna zocht ik in mijn oude e-mails.
Ik vond een afschrift dat ik kort na mijn vaders overlijden had opgeslagen. Op de spaarrekening stond toen 45.842 euro.
Drie maanden later had mijn moeder gezegd dat er nog nauwelijks iets over was.
De verbouwing bestond uit een nieuwe keuken, dubbel glas aan de achterkant en een aangepaste douche. Zelfs ruim gerekend kwam dat niet in de buurt van 45.000 euro.
De volgende ochtend belde ik Kees.
‘Als iemand een oude kopie van een volmacht heeft, kan die daar dan nog iets mee?’
‘Niet als de volmacht correct is beëindigd.’
‘En als er een handtekening op staat?’
Het bleef stil aan de andere kant.
‘Welke handtekening?’
Dat wist ik nog niet.
Twee dagen later ontving ik een e-mail van mijn bank. Er was geprobeerd om vanaf mijn spaarrekening 2.000 euro over te maken. De opdracht was tegengehouden omdat de ondertekening via een verouderd formulier was ingediend.
De bijlage bevatte een scan.
Onderaan stond mijn naam.
De handtekening leek op die van mij, maar de eerste letter liep verkeerd door. Mijn moeder had mij duizenden keren zien tekenen. Ze was dichtbij gekomen, alleen niet dichtbij genoeg.
Boven de handtekening stond dat ik toestemming gaf voor de overboeking naar de rekening van Femke Jansen-de Wit.
De aanvraag was drie dagen voor Lottes geboorte gedateerd.
Dus voordat mijn moeder dat bericht stuurde, had zij al geprobeerd het geld zonder mijn toestemming te nemen.
Ik belde Femke.
Ze nam pas op nadat ik haar een foto van het formulier had gestuurd.
‘Mam zei dat jij het ermee eens was,’ zei ze.
‘Waarmee?’
‘Met die telefoons.’
‘Heb jij ze besteld?’
‘Nog niet.’
Ik keek naar Lotte, die op mijn onderarm lag en met haar lippen in haar slaap kleine zuigbewegingen maakte.
‘Waarom zei mam dan dat je ze al had besteld?’
Femke zuchtte.
‘Omdat ze dacht dat je dan sneller zou betalen.’
‘Heb jij om tweeduizend euro gevraagd?’