Saskia keek naar de map. ‘Omdat ik dacht dat ik haar daar veilig kon laten.’
Ze liet mij een kopie zien van de eigendomspapieren. Saar stond geregistreerd op naam van Ria. Er zat ook een getekende verklaring bij waarin Maarten toestemming kreeg om de merrie te verzorgen en medische beslissingen te nemen zolang Ria in het zorgcentrum verbleef. Er stond niets over verkoop.
‘Hij heeft gezegd dat hij haar naar een slachterij bracht omdat ze toch niet meer te redden was,’ zei Saskia. ‘Mijn moeder heeft dat nooit goedgekeurd.’
‘En de rekening voor de dierenarts?’
‘Die heeft hij betaald, zei hij.’
Er viel een stilte. Saskia streek met haar duim langs de rand van de map.
‘Hij vertelde ons dat ze onderzocht was. Als hij dat niet heeft gedaan, heb ik haar daar ook aan overgelaten.’
Haar stem brak niet. Ze leek eerder kwaad op zichzelf omdat ze de waarheid niet eerder had willen zien.
De agenten vroegen Saskia om haar papieren en een verklaring. Diezelfde avond kwam er een tweede twist, al wist ik dat toen nog niet.
De politie had Maartens stal onderzocht met toestemming van de eigenaar van het terrein. In zijn kantoor vonden ze geen recente dierenartsnota’s voor Saar, wel een uitdraai van bankoverschrijvingen vanaf Ria’s rekening. In zes maanden tijd was er ruim negenduizend euro naar Maarten overgemaakt, telkens met omschrijvingen als “voer”, “hoefsmid” en “behandeling”.
De hoefsmid bleek niet te zijn geweest. Het voerbedrijf had maar twee leveringen geregistreerd. De dierenarts had Saar sinds april niet gezien.
Maarten werd de volgende dag aangehouden voor verhoor. Hij ontkende dat hij geld had gestolen. Hij zei dat hij Ria geld had voorgeschoten en dat de overschrijvingen terugbetalingen waren. De aangifte van Saskia maakte dat verhaal ingewikkelder, maar nog niet onmogelijk.
Twee dagen later belde Henk aan.
Hij stond op mijn stoep met zijn pet in beide handen. Achter hem hing de lucht laag boven de weilanden. Zijn fiets stond schuin tegen mijn tuinhek.
‘Ik moet je iets vertellen.’
Ik liet hem binnen. Hij bleef staan bij de keukentafel.
‘Die avond zei ik dat Maarten wist wat hij deed,’ zei hij. ‘Dat wist ik niet.’
‘Je stond erbij.’
‘Ja.’
‘Je had de politie kunnen bellen.’
Hij knikte. ‘Ik weet het.’
Hij had Saar de week ervoor ook zien hinken. Maarten had verteld dat een dierenarts was geweest en dat ze oud en versleten was. Henk had het geloofd omdat hij geen ruzie wilde met iemand die hem al eens had uitgescholden over een grenspaal.
‘Dat klinkt niet als een reden.’
‘Nee,’ zei hij. ‘Het is alleen de reden.’
Hij vertelde toen dat hij op de dag van het incident eerder die middag een bestelbus achter de stal had gezien. Maarten had met iemand gesproken, vlak bij de trailer. Henk had niet verstaan wat ze zeiden, maar wel gezien dat de ander een envelop overhandigde.
‘Waarom vertel je dit nu pas?’
‘Ik dacht dat het met die verkoop te maken had. Misschien is het niets.’
‘Dan bepaalt de politie wel of het iets is.’
Henk keek naar de vloer. ‘Mijn vrouw zei dat ik het moest melden.’
Ik stuurde zijn naam door aan de rechercheur. De volgende ochtend belde die terug. Ze wilden met Henk praten.
Toen kreeg ik van Saskia een bericht: Mijn moeder wil je spreken.
Ria van Loon zat in een rolstoel bij het raam van haar kamer. Ze droeg een grijze vest over een bloes met kleine blauwe bloemen. Op het tafeltje stond een onaangeroerd kopje thee. Saskia zat naast haar, met haar handen in haar schoot.
‘U hebt Saar gezien?’ vroeg Ria.
‘Ja.’
‘Loopt ze nog?’