IK GING MET LUNCH NAAR HET ZIEKENHUIS OM MIJN MAN TE VERRASSEN

DEEL 4 — MAARTEN

De volgende ochtend stond Maarten voor deur.

Zonder Jeroen.

‘Mag ik binnen?’

‘Heeft hij je gestuurd?’

‘Nee.’

‘Weet hij dat je hier bent?’

‘Ja.’

‘Dat is tegenstrijdig.’

‘Hij vroeg me niet te komen. Ik zei dat ik toch ging.’

Ik liet hem binnen.

Hij had een papieren zak van bakker.

‘Ik heb brood.’

‘Om schuld af te kopen?’

Hij trok gezicht.

‘Terecht.’

We gingen keuken.

Maarten zat waar Jeroen normaal zat.

Dat vond ik irritant.

‘Waarom heb je mij nooit gebeld?’

Hij keek naar handen.

‘Omdat ik arts ben.’

‘Dat is geen antwoord.’

‘Zijn gezondheid is zijn informatie.’

‘Je bent ook zijn vriend.’

‘Juist.’

‘En mijn vriend, dacht ik.’

Hij slikte.

‘Dat dacht ik ook.’

‘Dus?’

‘Ik maakte verkeerde keuze.’

Eenvoudig.

Geen verdediging.

‘Wanneer wist jij?’

‘Eerste tremor bijna negen maanden geleden.’

Nog eerder.

‘Wat deed je?’

‘Ik zei dat hij bedrijfsarts moest bellen en niet moest opereren totdat duidelijk was.’

‘Deed hij dat?’

‘Niet meteen.’

‘Hoelang?’

‘Een paar weken.’

‘En jij liet hem?’

Maarten keek gekweld.

‘Ik heb hem bij twee operaties geassisteerd en extra gecontroleerd.’

‘Dus jij wist dat hij mogelijk onveilig was en hielp hem toch.’

‘Ja.’

‘Waarom?’

‘Omdat hij mijn vriend is. Omdat wachtlijst uitpuilde. Omdat klachten wisselden. Omdat ik dacht dat ik kon ingrijpen.’

Hij sloot ogen.

‘En omdat artsen verschrikkelijk goed zijn in regels voor anderen en slecht in ze op zichzelf toepassen.’

‘Van Dijk?’

Maartens ogen vulden.

‘Die operatie veranderde alles.’

‘Vertel.’

‘Ik mag geen patiëntdetails delen.’

‘Wat kun je wel?’

Hij dacht.

‘Jeroen had ochtend van operatie meer stijfheid dan normaal.’

‘Wist jij dat?’

‘Ja.’

‘En jullie gingen door.’

‘Het was hoogrisicozaak. Annuleren betekende mogelijk weken wachten. De afdelingsleider vond dat Jeroen technisch nog voldoende functioneerde zolang ik erbij stond.’

‘Wie?’

‘Professor Van Aken.’

Naam kende ik.

Hoofd hartchirurgie.

Jeroens mentor.

Man die speech op onze bruiloft had gehouden.

‘Bedrijfsarts?’

‘Had schriftelijk geadviseerd operatieve werkzaamheden tijdelijk te staken tot neurologische beoordeling.’

Mijn maag draaide.

‘Dus Jeroen mocht niet opereren.’

‘Het advies was duidelijk.’

‘En toch stond hij daar.’

‘Ja.’

‘Waarom?’

Maarten keek me recht aan.

‘Omdat Van Aken zei dat annuleren grote risico’s voor patiënt en afdeling gaf. En Jeroen wilde horen dat hij nog nodig was.’

Daar zat het.

Niet pure druk.

Ook verslaving aan identiteit.

‘Tijdens operatie ging iets mis?’

‘Er ontstond bloeding bij kwetsbaar weefsel. Dat kan ook zonder motorische klacht gebeuren. Jeroen voelde dat zijn rechterhand niet deed wat hij wilde. Hij droeg over aan mij.’

‘Te laat?’

‘Dat onderzoeken ze.’

‘Wat denk jij?’

Maarten huilde.

‘Ik heb dit honderden keren in hoofd herhaald.’

‘En?’

‘Ik weet het niet.’

‘Jeroen denkt dat hij patiënt heeft gedood.’

‘Ja.’

‘En jij?’

‘Ik denk dat we allemaal fouten maakten.’

‘Van Aken?’

‘Ja.’

‘Jij?’

‘Ja.’

‘Ziekenhuis?’

‘Ja.’

‘Jeroen?’

Maarten knikte.

‘Ja.’

Dat waardeerde ik.

Geen held.

Geen zondebok.

‘Waarom vertelde Jeroen thuis niet?’

‘Na operatie wilde hij het die avond zeggen.’

‘Dat deed hij niet.’

‘Hij reed naar huis. Zat twintig minuten in auto. Daarna kwam terug.’

Ik herinnerde die nacht? Maybe he came home later.

‘Hij zei dat Emma wakker zou zijn.’

‘Ze sliep.’

‘Ik weet.’

‘Volgende dag zei hij na uitslag neuro.’

‘En daarna?’

‘Na scan.’

‘Daarna diagnose.’

‘Ja.’

‘En toen nog zes weken.’

Maarten knikte.

‘Iedere nieuwe mijlpaal werd reden om nog één dag te wachten.’

Ik dacht aan mijn eigen leven.

Hoe vaak stel je moeilijk gesprek uit tot maandag, na verjaardag, na vakantie.

Tot uitstel zelf waarheid wordt.

‘Hotel op onze trouwdag?’

Maarten keek geschrokken.

‘Je weet dat?’

‘Bon.’

‘Hij had lumbaal? Parkinson usually doesn't need lumbar puncture. Better he had sleep study? Let's say medicatieproef and overnight observation? Could be DaT-scan outpatient. Maybe a different neurologic test with hospital hotel for early appointment. Better: he stayed in hotel after late multidisciplinary meeting because he couldn't face home. Let's say he stayed at ziekenhuislogies.’

‘Hij zat die dag in uitslaggesprek. Daarna liep hij uren langs kanaal. Hij durfde niet naar huis.’

‘Dus hotel.’

‘Ja.’

Ik lachte bitter.

‘Mijn man miste onze trouwdag omdat hij bang was mijn huwelijk te verstoren.’

‘Ik weet hoe absurd dat klinkt.’

‘Nee. Tragisch.’

Maarten schoof iets over tafel.

Mijn briefje.

Van lunch.

‘Hij vroeg of ik dit terug wilde brengen.’

Ik keek.

‘Waarom niet zelf?’

‘Hij denkt dat hij geen recht heeft hier binnen te lopen.’

‘Eindelijk correcte inschatting.’

Maarten knikte.

Ik pakte briefje.

Hij stond op.

‘Annemarie.’

‘Ja?’

‘Hij is ziek. Maar dat is geen vrijbrief voor wat hij deed.’

Mijn ogen vulden.

‘Dank.’

‘En jij hoeft vandaag niet te beslissen of je hem vergeeft.’

Dat was eerste zin die iemand zei waardoor ik iets meer lucht kreeg.