DEEL 5 — DE WAARHEID AAN EMMA
Jeroen kwam die middag.
Emma was thuis.
Ik had gewild dat we gesprek eerst samen voorbereidden.
Maar er bestond geen perfecte handleiding voor:
Papa heeft Parkinson en heeft daar maanden over gelogen.
We zaten aan eettafel.
Jeroen tegenover Emma.
Ik ernaast.
Zijn rechterhand lag onder tafel.
Ik zag het.
‘Haal je hand tevoorschijn,’ zei ik.
Hij keek.
‘Wat?’
‘Als je haar waarheid vertelt, verberg je symptoom niet tijdens gesprek.’
Hij slikte.
Legde beide handen op tafel.
Rechtervingers trilden licht.
Emma keek.
‘Dat deed je vorige keer ook.’
Jeroen knikte.
‘Ja.’
‘Waarom?’
‘Omdat ik een ziekte heb waardoor mijn hersenen mijn bewegingen soms minder goed aansturen.’
‘Kanker?’
‘Nee.’
‘Ga je dood?’
‘Niet binnenkort hierdoor.’
‘Iedereen gaat dood.’
Jeroen lachte door tranen.
‘Dat klopt.’
‘Hoe heet het?’
‘Parkinson.’
Emma dacht.
‘Dat hebben oude mensen.’
‘Vaker. Maar soms ook jongere.’
‘Ben jij oud?’
‘Volgens mama wel.’
Ik keek vernietigend.
Emma glimlachte heel even.
Daarna serieus:
‘Kun je nog opereren?’
Jeroen keek naar mij.
‘Nee.’
Eén woord.
Zijn stem brak.
Emma’s gezicht veranderde.
Ze wist hoe belangrijk dat was.
‘Nooit meer?’
‘Waarschijnlijk niet.’
‘Daarom kwam je niet op mijn verjaardag?’
Jeroen huilde nu.
‘Die dag was ik in ziekenhuis voor onderzoek.’
‘Dus er was geen operatie.’
‘Nee.’
‘Je loog.’
‘Ja.’
‘Waarom?’
Hij ademde.
‘Omdat ik bang was.’
‘Mama zei dat.’
Hij keek naar mij.
‘Ik dacht dat als ik het niet vertelde, jij je geen zorgen hoefde te maken.’
Emma fronste.
‘Maar ik dacht dat je mij niet belangrijk vond.’
Jeroen sloot ogen.
Die zin deed meer dan alles.
‘Nee.’
Hij schoof stoel niet dichter.
Goed.
‘Emma, jij bent belangrijker dan iedere operatie. Ik heb juist door mijn leugen laten voelen alsof dat niet zo was.’
‘Dat is stom.’
‘Heel stom.’
‘Ben je ontslagen?’
‘Niet precies. Ik werk voorlopig niet als chirurg.’
‘Wat dan?’
‘Nog niks.’
Emma keek naar trillende hand.
‘Doet het pijn?’
‘Niet echt.’
‘Kan ik hem aanraken?’
Jeroen stak hand uit.
Zij legde twee vingers erop.
Tremor ging door.
Ze keek gefascineerd.
‘Kun je hem stoppen?’
‘Soms even. Niet altijd.’
‘Kun je tekenen?’
‘Slecht.’
‘Je tekende altijd al slecht.’
Ik lachte onverwacht.
Jeroen ook.
Toen Emma begon te huilen.
Niet luid.
‘Ik ben boos.’
‘Dat mag.’
‘Heel boos.’
‘Ook.’
‘Ik wil nu niet knuffelen.’
‘Hoeft niet.’
Ze stond.
‘Ik ga naar boven.’
Bij trap draaide ze.
‘Pap?’
‘Ja?’
‘Kom je zaterdag naar hockey?’
Jeroen’s gezicht brak.
‘Als jij dat wilt.’
‘Je mag kijken. Niet praten.’
‘Afgesproken.’
Ze ging.
Jeroen bleef zitten.
‘Ik verdien haar niet.’
Ik werd boos.
‘Hou op.’
Hij keek.
‘Wat?’
‘Dat dramatische zelfhaatgedoe helpt niemand.’
‘Annemarie—’
‘Je bent haar vader. Niet omdat je verdient. Omdat je het bent. Doe beter.’
Hij knikte.
‘En wij?’
Daar was vraag.
‘Wij zijn niet Emma.’
‘Weet ik.’
‘Ik heb tijd nodig.’
‘Hoeveel?’
‘Geen idee.’
Hij keek naar gang.
‘Ik slaap bij Maarten.’
‘Voorlopig.’
‘Oké.’
Hij stond.
Bij deur:
‘Ik heb nog iets wat je moet weten.’
Mijn maag zakte.
‘Nóg iets?’
‘Over Van Aken.’
‘Wat?’
‘Hij heeft mij gevraagd een verklaring te tekenen waarin staat dat ik op eigen initiatief klachten niet had gemeld.’
‘Maar dat is niet helemaal waar.’
‘Nee.’
‘Heb je getekend?’
Jeroen keek weg.
‘Nog niet.’
‘Waarom overweeg je dat?’
‘Omdat afdeling anders in enorme problemen komt.’
Ik staarde hem aan.
‘Dus zelfs nu probeer je iedereen te redden.’
‘Het ziekenhuis—’
‘Nee.’
Ik liep naar hem.
‘Luister goed. Je hebt geen recht meer om waarheid voor andere mensen te herschrijven omdat jij denkt dat gevolgen te zwaar zijn.’
Hij verstijfde.
‘Niet voor mij. Niet voor Emma. Niet voor ziekenhuis.’
‘Als ik niet teken, kan Van Aken—’
‘Dat is Van Akens probleem.’
‘Hij was mijn mentor.’
‘En Emma is je dochter.’
Stilte.
‘Kies eindelijk voor waarheid zonder te berekenen wie er last van krijgt.’
Hij vertrok.
Die avond stuurde hij één bericht.
Ik teken niet.
Ik antwoordde:
Goed.
Niet:
ik ben trots.
Dat moest nog verdiend worden.