‘Nee.’
‘Mooi.’
‘Hij zei ook dat jij door verdriet niet in staat bent rationele financiële beslissingen te nemen.’
Ik verstijfde.
‘Wat?’
‘Ik wil dat je rustig blijft.’
‘Hij wil mij handelingsonbekwaam laten verklaren?’
‘Niet zo snel. Hij heeft woorden gebruikt waarvan ik vermoed dat hij zelf niet begrijpt wat ze juridisch betekenen.’
Ik keek naar zee.
‘Maar hij gaat zeggen dat ik niet goed bij mijn hoofd ben.’
‘Mogelijk.’
‘Omdat ik op cruise ben gegaan.’
‘Mogelijk.’
Ik begon te lachen.
Eva zweeg.
‘Therese?’
‘Sorry.’
‘Wat is er grappig?’
‘Mijn zoon heeft zijn dieren zonder toestemming bij een rouwende weduwe gedumpt en denkt dat ík irrationeel ben omdat ik vakantie neem.’
Nu lachte Eva ook.
‘Daar zit een zekere ironie in.’
De vrouw die Daan bij mijn huis had gezien, kwam overigens niet ‘van de rechtbank’, zoals hij in paniek had geschreven.
Ze was een kandidaat-gerechtsdeurwaarder die namens mijn advocaat documenten kwam betekenen die betrekking hadden op de financiële vordering en formele communicatie.
Daan had in zijn paniek zijn eigen versie van het verhaal gemaakt.
Het huis was ook niet plotseling door een rechter ‘afgepakt’.
Het was verkocht omdat ík eigenaar was en ík dat had besloten.
Dat verschil was belangrijk.
Ik wilde geen sprookje waarin één telefoontje alles oploste.
Mijn vrijheid was niet ontstaan door een truc.
Ze was ontstaan doordat Hendrik en ik maandenlang papierwerk hadden gedaan terwijl hij ziek was.
Handtekeningen.
Bankafschriften.
Gesprekken.
Notariële aktes.
Juridisch advies.
Grenzen.
Vrijheid ziet er van buiten soms spectaculair uit.
Van binnen bestaat ze vaak uit dossiers.
Laura belde die middag vanaf Schiphol.
Ik nam deze keer op.
‘Therese!’
Geen hallo.
‘Waar zijn onze dieren?’
‘Veilig.’
‘Waar?’
‘Bij een erkende opvang via Anja’s neef. Jullie hebben de gegevens per bericht gekregen.’
‘Wij zitten op Schiphol!’
‘Dat begrijp ik.’
‘We moeten vliegen!’
‘Dan zou ik instappen.’
‘Hoe moeten we die dieren ophalen?’
‘Na jullie vakantie.’
‘We kunnen ze daar toch niet dagen laten zitten?’
‘Dan hadden jullie misschien vooraf moeten vragen of ik beschikbaar was.’
Stilte.
‘U zei ja.’
‘Dat klopt.’
‘Dus u hebt gelogen.’
Ik keek naar de zee.
‘Nee. Ik heb gezegd dat jullie ze konden achterlaten. Ik heb niet gezegd dat ik persoonlijk een week thuis zou blijven om ze te verzorgen.’
‘Dat is hetzelfde!’
‘Blijkbaar niet.’
‘Dit is kinderachtig.’
‘Misschien.’
‘We hebben hiervoor betaald!’
‘Waarvoor?’
‘Voor de reis!’
‘Dan moet je vooral gaan.’
Ze ademde hard.
‘Daan is volledig overstuur.’
‘Dat geloof ik.’
‘U hebt zijn vaders huis verkocht!’
Daar was het.
Zijn vaders huis.
Niet mijn huis.
Niet het huis van zijn ouders.
Zijn vaders huis.
‘Het was ook mijn huis, Laura.’
‘Maar Daan zou het erven.’
‘Volgens wie?’
Geen antwoord.
‘Volgens Daan?’
Stilte.
‘Volgens jou?’
Ze hing op.
De cruise voer eerst richting Noorwegen.
Daarna Schotland.
IJsland.
Canada.
Later zouden we naar warmere gebieden gaan.
Een jaar.
Toen ik boekte, had ik gedacht dat ik misschien na twee maanden spijt zou krijgen.
In plaats daarvan gebeurde er iets vreemds.
De eerste drie dagen voelde ik me schuldig wanneer ik niets deed.
Ik maakte mijn bed zelf op voordat het personeel kwam.
Ik bracht mijn eigen koffiekopje terug.
Ik bood aan een dienblad van een andere passagier te dragen.
Op de vierde ochtend zei een medewerkster lachend:
‘Mevrouw De Vries, u bent hier gast.’
Gast.
Ik wist bijna niet meer hoe dat voelde.
Daan las ondertussen verder.
Pagina negen ging over de € 43.000.
Pagina tien tot en met twaalf bevatten bankafschriften.
Pagina dertien bevatte de correspondentie waarin hij informeerde naar de woning.
Pagina veertien bevatte een overzicht van de bedragen die ik hem in de afgelopen twaalf jaar vrijwillig had gegeven.
Dat totaal kende ik zelf niet eens.
€ 96.400.
Hulp bij huur.
Auto.
Schulden.
Kinderkamer.