Ik kon amper op mijn benen staan toen mijn man zijn koffer dichttrok en zei: ‘Over vierenzeventig dagen ben ik terug. Jij redt je wel.’ Uren later waren mijn medicijnen verdwenen, stroom en water afgesloten en alle deuren van buitenaf vergrendeld. Ik dacht dat hij me had achtergelaten om te sterven—tot de brandweer binnenbrak en achter de kapstok één klein apparaat vond dat hij vergeten was weg te halen

Mijn handen trilden zo hard dat de eerste twee lucifers braken.

De derde brandde.

De vlam kroop traag door de droge doek. Eerst kwam er nauwelijks rook. Ik schoof een reclamefolder van de gemeente onder de stof en blies tot zwarte slierten naar het plafond stegen.

De rookmelder begon te krijsen.

Ik bleef eronder liggen en wachtte.

Na een minuut gebeurde er niets. Na vijf minuten rook de hal naar gesmolten kunststof. Ik doofde de vlammen met een wollen jas en liet de rook verder opstijgen.

De melder bleef piepen.

Ik dacht aan onze buurman, Henk Smit, een gepensioneerde buschauffeur die iedere middag om vier uur zijn hond uitliet. Bram vond hem bemoeizuchtig. Ik had nog nooit zo gehoopt dat Bram gelijk had.

Er klonk gebonk tegen het voorraam.

‘Eline?’

Henk.

Ik probeerde te antwoorden, maar er kwam nauwelijks geluid uit mijn keel.

‘Eline, ben je daar?’

Ik sloeg met een schoen tegen de radiator. Eén keer. Nog een keer.

Daarna herinner ik me alleen flarden: glas dat brak, zware laarzen in de hal en een stem die zei dat mijn bloeddruk bijna niet meetbaar was.

Een brandweerman tilde me op. Een tweede liep naar de voordeur en keek naar buiten.

‘Deze is geblokkeerd met een bouwbalk,’ zei hij.

‘Achterdeur ook,’ riep iemand vanuit de keuken. ‘En de hoofdkraan staat dicht.’

De man die mij droeg keek omlaag.

‘Woont u alleen?’

‘Mijn man,’ fluisterde ik. ‘Frankrijk.’

Achter hem stootte een collega tegen de kapstok. Een regenjas viel op de grond en onthulde de kleine camera met het blauwe lampje.

‘Die nemen we niet mee,’ zei de eerste brandweerman.

‘Nog niet,’ antwoordde zijn collega. Hij hurkte neer en keek naar het apparaat. ‘Maar de politie wil dit waarschijnlijk wel zien.’

In het ziekenhuis bleek mijn natriumgehalte gevaarlijk laag en mijn bloeddruk 70 over 42. De arts zei dat ik zonder behandeling waarschijnlijk niet tot de volgende ochtend had gehaald.

Ik kreeg hydrocortison via een infuus. Toen ik wakker werd, zat rechercheur Anouk Meijer naast mijn bed. Ze was begin veertig, droeg een donkerblauw jasje en had een papieren beker koffie op haar knie staan.

‘Uw man zegt dat u verward bent geraakt door uw medicatie,’ zei ze. ‘Volgens hem hebt u zichzelf opgesloten en daarna brand gesticht.’

‘Vanuit Frankrijk?’

‘Volgens zijn verklaring zat hij al voorbij Antwerpen toen wij hem belden.’

‘En gelooft u hem?’

Anouk zette de koffie op het nachtkastje.

‘Ik geloof beelden.’

De camera had bijna elf uur opgenomen.

Op de eerste opname stond Bram, een dag voor zijn vertrek, terwijl hij de sleutels uit de raamkrukken haalde. Daarna testte hij de grendel van de achterdeur.

Op de tweede opname droeg hij mijn medicijnvoorraad in een boodschappentas naar buiten.

Op de derde stond hij bij de meterkast. Hij keek twee keer over zijn schouder voordat hij de hoofdschakelaar omzette.

Maar er was nog een opname.

De avond voor zijn vertrek had mijn jongere zus Femke de hal betreden.

Femke Vermeer was vijfenveertig en mede-eigenaar van Vermeer Vastgoed, het bedrijf dat wij na de dood van onze vader hadden geërfd. Ze zette haar tas op de vloer, kuste Bram op zijn mond en overhandigde hem een bruine envelop.

Niet vluchtig. Niet per ongeluk.

Zoals mensen elkaar kussen wanneer ze de route naar elkaars lichaam al kennen.

Op het ziekenhuisbeeldscherm bevroor Anouk de opname. Femkes hand lag tegen Brams nek. Zijn trouwring was duidelijk zichtbaar.

‘Herkent u de envelop?’ vroeg ze.

Ik knikte.

‘Van onze notaris.’

Twee maanden eerder had ik ontdekt dat er vanuit Vermeer Vastgoed in totaal 418.000 euro was overgemaakt naar Noordhaven Advies, een onderneming zonder werknemers en zonder openbaar kantooradres. Bram had jarenlang de financiële administratie van ons familiebedrijf verzorgd.