Ik kon amper op mijn benen staan toen mijn man zijn koffer dichttrok en zei: ‘Over vierenzeventig dagen ben ik terug. Jij redt je wel.’ Uren later waren mijn medicijnen verdwenen, stroom en water afgesloten en alle deuren van buitenaf vergrendeld. Ik dacht dat hij me had achtergelaten om te sterven—tot de brandweer binnenbrak en achter de kapstok één klein apparaat vond dat hij vergeten was weg te halen

Hij noemde de betalingen tijdelijke advieskosten. Femke zei dat ik door mijn ziekte overal achterdocht in zag.

Ik had de boekhouder toch om alle onderliggende facturen gevraagd. Ook had ik een afspraak gemaakt met notaris De Bruin in Utrecht om Brams volmacht in mijn levenstestament in te trekken.

Die afspraak stond gepland voor de week na zijn vertrek.

‘Noordhaven Advies is van een oud-studiegenoot van uw man,’ zei Anouk. ‘Het geld werd telkens binnen achtenveertig uur doorgestort naar rekeningen in België en Luxemburg.’

‘Van Bram?’

‘Onder andere.’

Ik keek opnieuw naar het stilstaande beeld van mijn zus. Ze had tijdens mijn ziekenhuisopname soep gebracht. Ze had naast mijn bed gezeten en gezegd dat Bram uitgeput was van alle zorg.

Terwijl ik haar bedankte, had zij waarschijnlijk al geweten hoe hij aan die zorg zou ontsnappen.

‘Waarom vierenzeventig dagen?’ vroeg ik.

Anouk schoof een uitdraai naar me toe.

Over vierenzeventig dagen zou een stuk bedrijfsgrond bij Nieuwegein worden overgedragen aan een projectontwikkelaar. De officiële verkoopprijs bedroeg 2,1 miljoen euro. Uit onderschepte e-mails bleek dat de werkelijke afspraak 2,8 miljoen was.

Het verschil zou via een Belgische vennootschap verdwijnen.

Mijn handtekening was niet meer nodig. Bram kon met de volmacht uit mijn levenstestament namens mij tekenen, zolang niemand officieel mijn wilsbekwaamheid of zijn bevoegdheid betwistte.

‘Maar een notaris hoort mij te spreken.’

‘Dat vond notaris De Bruin ook,’ zei Anouk. ‘Hij heeft vorige week geweigerd de akte te passeren zonder persoonlijk contact met u. Uw zus had inmiddels een andere notaris benaderd en gezegd dat u terminaal ziek was.’

Ik keek naar de infuusslang in mijn arm.

‘Ze wilden niet alleen dat ik de verkoop miste.’

‘Nee.’

Anouk zei het zonder omweg.

Bram had drie weken eerder mijn levensverzekering verhoogd naar 750.000 euro. De begunstigde was hijzelf. In de aandeelhoudersovereenkomst van Vermeer Vastgoed stond bovendien dat mijn aandelen bij mijn overlijden eerst aan Femke moesten worden aangeboden.

Bram kreeg het verzekeringsgeld en mijn nalatenschap. Femke kreeg volledige controle over het bedrijf. Beiden behielden hun aandeel in de verzwegen 700.000 euro.

‘Ze hoefden alleen te wachten tot uw overlijden op een medische complicatie leek,’ zei Anouk.

Mijn vingers trokken het laken strak.

‘Hij wist dat ik zonder hydrocortison zou sterven.’

‘Hij heeft acht dagen geleden gezocht hoelang iemand met bijnierinsufficiëntie zonder medicatie kan overleven.’

Anouk zweeg even.

‘Op dezelfde laptop zocht hij daarna naar fietsroutes in Frankrijk.’

Bram werd die middag aangehouden in een appartement in Antwerpen. Niet op een fiets, maar aan een eettafel met Femke. In de badkamer stonden twee tandenborstels. In een keukenkast lagen mijn medicijnen, inclusief de noodinjectie.

Femke beweerde dat zij niet wist wat Bram in ons huis had gedaan. Ze gaf toe dat ze een verhouding hadden en dat ze geld hadden weggesluisd, maar noemde mijn opsluiting een plan van Bram alleen.

De camerabeelden zeiden iets anders.

Op het geluid was Femkes stem duidelijk te horen.

‘Geen telefoon, geen water en vooral geen injectie,’ zei ze in de hal. ‘Als je één ding laat liggen, belt ze binnen een uur een ambulance.’

Bram antwoordde: ‘Na morgen kan ze niemand meer bellen.’

Daarna vroeg Femke of de buurman iets kon zien.

‘Henk kijkt alleen als er een ambulance staat,’ zei Bram.

Dat was zijn misrekening. Henk keek ook als een rookmelder bleef piepen.

Noor kwam de volgende avond terug uit Slovenië. Ze liep mijn ziekenhuiskamer binnen met haar jas nog aan en legde haar telefoon op het bed.

‘Papa heeft me dit gestuurd,’ zei ze.

De berichten begonnen twee weken voor zijn vertrek.

Je moeder heeft behoefte aan afstand.

Bel haar voorlopig niet zelf. Ze raakt snel overprikkeld.

Als ze vreemde dingen zegt, komt dat door de medicatie.

In het laatste bericht, verstuurd nadat Bram al uit huis was vertrokken, stond: Mama wil vierenzeventig dagen geen contact. Respecteer dat alsjeblieft.