Daar draaide mijn hoofd naar haar toe.
‘Wat?’
‘Ze zei dat ik te veel stress had. Dat ik mezelf gek maakte. Je moeder vond dat ook.’
Ik stapte uit bed.
‘Waar is je telefoon?’
‘Beneden.’
‘Geef me je pols.’
‘Maarten—’
‘Alsjeblieft.’
Ze stak haar arm uit.
De blauwe plek was duidelijker in het licht van het nachtlampje.
Vier afdrukken.
Een duim aan de andere kant.
Ik kneep mijn ogen dicht.
Niet lang.
Twee seconden.
Toen stond ik op.
‘Pak wat spullen voor jou en Lucas.’
‘Waar gaan we heen?’
‘Naar een hotel.’
‘En zij?’
‘Die blijven hier.’
Ze keek me aan alsof ik gek geworden was.
‘Dit is óns huis.’
‘Precies.’
Om half één ’s nachts zaten we in een hotel aan de rand van Utrecht.
Lucas sliep met zijn knuffelkonijn onder zijn kin.
Marieke zat tegenover me aan een klein bureau.
Tussen ons lag mijn telefoon.
Ik speelde de opname af.
Toen Sanne zei dat ik niet hoefde te weten dat de verkoop al voorbereid was, sloeg Marieke haar hand voor haar mond.
Niet omdat ze het niet wist.
Omdat ze eindelijk hoorde dat ze niet gek was.
Dat begreep ik pas toen ze zei:
‘Ze hebben me wekenlang verteld dat ik dingen verkeerd begreep.’
Ik keek haar aan.
‘Wat nog meer?’
Toen kwam alles.
Mijn moeder had gezegd dat ik genoeg van Marieke begon te krijgen.
Sanne had beweerd dat ik privé met een advocaat sprak over een scheiding.
Pieter had terloops gevraagd of Marieke wist hoe weinig rechten ze zou hebben als het huis juridisch alleen van mij was.
En dat laatste was waar.
Ik had het huis zeven jaar vóór ons huwelijk gekocht.
Marieke had bijgedragen aan de verbouwing, aan de hypotheek, aan ons leven.
Maar op papier stond de woning op mijn naam.
Mijn familie wist dat.
Ze hadden daar blijkbaar een kans in gezien.
‘Waarom zouden ze dit doen?’ vroeg Marieke.
Ik wist het antwoord nog niet volledig.
Maar ik had een vermoeden.
Mijn vader, Willem de Bruin, was twee jaar eerder overleden. Hij had een klein bouwbedrijf gehad en daarnaast meerdere panden in Utrecht en Nieuwegein.
Na zijn dood erfden Sanne en ik ieder de helft van zijn aandelen.
Sanne werkte nooit in het bedrijf.
Ik wel.
Mijn vader had zijn hele leven één fout gemaakt: hij had familie en eigendom als hetzelfde beschouwd.
Na zijn dood ontdekte ik hoe duur die fout was.
Het bedrijf had liquiditeitsproblemen.
Sanne had geld nodig.
Veel geld.
Ze ontkende het altijd.
‘Misschien gaat het niet alleen om het huis,’ zei ik.
Marieke keek me aan.
‘Wat bedoel je?’
‘Als ik morgen een volmacht teken, kan die verder gaan dan een woning.’
Ik belde iemand die ik liever niet midden in de nacht belde.
Mijn advocaat.
Claire Vos.
Ze nam na vier keer overgaan op.
‘Maarten?’
‘Sorry.’
‘Mensen bellen mij na middernacht zelden omdat alles uitstekend gaat.’
‘Ik denk dat mijn familie probeert mijn huis te verkopen.’
Even stilte.
‘Dat is vrij specifiek.’
‘En misschien mijn aandelen.’
‘Stuur alles wat je hebt.’
‘Nu?’
‘Je belt me om kwart voor één. Dus ja, nu.’
Om drie uur had Claire de opname, foto’s van de blauwe plek, screenshots van berichten die Marieke nog via haar tablet kon openen en de naam van de bv uit het koopcontract.
Om half acht belde ze terug.
‘Ik heb slecht nieuws en interessant nieuws.’
‘Begin met slecht.’
‘De bv heet Veldzicht Beheer.’
‘Nooit van gehoord.’
‘Jij niet. Pieter wel.’
Ik ging zitten.
‘Van hem?’
‘Niet rechtstreeks. De bestuurder is zijn broer.’
Daar was twist één.
Niet mijn zus alleen.
Niet mijn moeder alleen.
Pieter zat er middenin.
Claire ging verder.
‘Het huis zou worden gekocht voor zevenhonderdtachtigduizend euro. Op basis van recente verkoopprijzen in jouw straat is dat vermoedelijk ruim onder marktwaarde.’
‘En daarna?’
‘Waarschijnlijk doorverkoop of herfinanciering.’
‘Kunnen ze dat doen als ik teken?’
‘Dat hangt af van wat je tekent.’
‘Ze noemen het een volmacht voor mijn vaders nalatenschap.’
Claire zweeg.
‘Maarten.’
‘Ja?’
‘Je vaders nalatenschap is al bijna twee jaar afgewikkeld.’
Ik voelde iets kouds door mijn borst trekken.
‘Dus?’
‘Dus er is geen normale reden waarom je daarvoor morgen een nieuwe volmacht zou moeten tekenen.’
Om negen uur stond ik voor het kantoor van notaris Erik van der Meer aan de Maliebaan.
Regen tikte tegen de hoge ramen.
Claire zat naast me.
Marieke was met Lucas bij haar zus in Amersfoort gebleven.
Ik wilde haar niet meenemen.
Niet uit schaamte.
Uit bescherming.
Om vijf voor tien kwamen mijn moeder, Sanne en Pieter binnen.
Sanne bleef staan toen ze Claire zag.
‘Wat doet zij hier?’
‘Goedemorgen,’ zei Claire.
Mijn moeder trok haar jas uit.
‘Maarten, dit is een familiezaak.’
‘Daarom heb ik een advocaat meegenomen.’
‘Dat slaat nergens op.’
‘Dat zullen we zien.’
De notaris kwam binnen met een dossier.
Hij was een man van begin zestig met een bril die voortdurend naar het puntje van zijn neus zakte.
‘Ik begrijp dat er vragen zijn.’
‘Geen vragen,’ zei Sanne snel. ‘We willen alleen tekenen.’
Van der Meer keek naar haar.
‘Mevrouw De Bruin, uw broer is degene die eventueel tekent.’
Ik zag haar mond verstrakken.
Het document werd voor mij neergelegd.
Claire las.
Nog geen minuut later tikte ze met haar vinger op bladzijde vier.
‘Daar.’