‘Als ik morgen een volmacht teken, kan die verder gaan dan een woning.’
Ik belde iemand die ik liever niet midden in de nacht belde.
Mijn advocaat.
Claire Vos.
Ze nam na vier keer overgaan op.
‘Maarten?’
‘Sorry.’
‘Mensen bellen mij na middernacht zelden omdat alles uitstekend gaat.’
‘Ik denk dat mijn familie probeert mijn huis te verkopen.’
Even stilte.
‘Dat is vrij specifiek.’
‘En misschien mijn aandelen.’
‘Stuur alles wat je hebt.’
‘Nu?’
‘Je belt me om kwart voor één. Dus ja, nu.’
Om drie uur had Claire de opname, foto’s van de blauwe plek, screenshots van berichten die Marieke nog via haar tablet kon openen en de naam van de bv uit het koopcontract.
Om half acht belde ze terug.
‘Ik heb slecht nieuws en interessant nieuws.’
‘Begin met slecht.’
‘De bv heet Veldzicht Beheer.’
‘Nooit van gehoord.’
‘Jij niet. Pieter wel.’
Ik ging zitten.
‘Van hem?’
‘Niet rechtstreeks. De bestuurder is zijn broer.’
Daar was twist één.
Niet mijn zus alleen.
Niet mijn moeder alleen.
Pieter zat er middenin.
Claire ging verder.
‘Het huis zou worden gekocht voor zevenhonderdtachtigduizend euro. Op basis van recente verkoopprijzen in jouw straat is dat vermoedelijk ruim onder marktwaarde.’
‘En daarna?’
‘Waarschijnlijk doorverkoop of herfinanciering.’
‘Kunnen ze dat doen als ik teken?’
‘Dat hangt af van wat je tekent.’
‘Ze noemen het een volmacht voor mijn vaders nalatenschap.’
Claire zweeg.
‘Maarten.’
‘Ja?’
‘Je vaders nalatenschap is al bijna twee jaar afgewikkeld.’
Ik voelde iets kouds door mijn borst trekken.
‘Dus?’
‘Dus er is geen normale reden waarom je daarvoor morgen een nieuwe volmacht zou moeten tekenen.’
Om negen uur stond ik voor het kantoor van notaris Erik van der Meer aan de Maliebaan.
Regen tikte tegen de hoge ramen.
Claire zat naast me.
Marieke was met Lucas bij haar zus in Amersfoort gebleven.
Ik wilde haar niet meenemen.
Niet uit schaamte.
Uit bescherming.
Om vijf voor tien kwamen mijn moeder, Sanne en Pieter binnen.
Sanne bleef staan toen ze Claire zag.
‘Wat doet zij hier?’
‘Goedemorgen,’ zei Claire.
Mijn moeder trok haar jas uit.
‘Maarten, dit is een familiezaak.’
‘Daarom heb ik een advocaat meegenomen.’
‘Dat slaat nergens op.’
‘Dat zullen we zien.’
De notaris kwam binnen met een dossier.
Hij was een man van begin zestig met een bril die voortdurend naar het puntje van zijn neus zakte.
‘Ik begrijp dat er vragen zijn.’
‘Geen vragen,’ zei Sanne snel. ‘We willen alleen tekenen.’
Van der Meer keek naar haar.
‘Mevrouw De Bruin, uw broer is degene die eventueel tekent.’
Ik zag haar mond verstrakken.
Het document werd voor mij neergelegd.
Claire las.
Nog geen minuut later tikte ze met haar vinger op bladzijde vier.
‘Daar.’
Ik las de regel.
De volmacht gaf Sanne bevoegdheid om namens mij ‘beschikkingshandelingen betreffende registergoederen en zakelijke belangen voortvloeiend uit de nalatenschap van Willem de Bruin’ te verrichten.
Breed geformuleerd.
Veel breder dan mij was verteld.
‘Dit is geen simpele administratieve volmacht,’ zei Claire.
Sanne leunde naar voren.
‘Het is standaardtekst.’
‘Nee,’ zei Van der Meer.
Iedereen keek naar hem.
Hij schoof zijn bril omhoog.
‘Niet voor wat u mij telefonisch hebt omschreven.’
Pieter werd bleek.
‘Wat bedoelt u?’
Van der Meer opende een tweede map.
‘Ik heb gisteravond aanvullende stukken ontvangen van mevrouw De Bruin.’
‘Welke stukken?’ vroeg ik.
De notaris keek naar Sanne.
‘Een voorgenomen overdracht van aandelen in De Bruin Bouwgroep.’
Mijn adem bleef steken.
Niet alleen mijn huis.
Mijn helft van het bedrijf.
Sanne keek mij nu recht aan.
‘Dat was tijdelijk.’
Claire lachte niet.
‘Aandelen overdragen is zelden tijdelijk.’
‘Het bedrijf gaat kapot,’ zei Sanne.
Daar was het eindelijk.
Geen beleefdheid meer.
Geen “we bedoelen het goed”.
‘Wat?’
‘Het bedrijf gaat kapot,’ herhaalde ze. ‘Omdat jij weigert te doen wat nodig is.’
‘Welke noodzaak?’
Pieter keek naar de tafel.
Sanne niet.
‘Er staat bijna vierhonderdduizend euro open.’
‘Waar?’
‘Leningen.’
‘Welke leningen?’
Nu zei niemand iets.
Claire keek van Sanne naar Pieter.
‘Zakelijke leningen?’
Geen antwoord.
‘Persoonlijke leningen?’
Pieters kaak bewoog.
Ik wist genoeg.
‘Jullie hebben schulden.’
Sanne sloeg haar armen over elkaar.
‘We hadden investeringen.’
‘Jullie hebben schulden.’
‘We zouden het terugbetalen.’
‘Met mijn huis?’
Mijn moeder kwam ertussen.
‘Maarten, je hoeft haar niet zo aan te vallen.’
Ik draaide mijn hoofd naar haar.
‘Je hebt gisteren mijn zwangere vrouw geen eten gegeven.’
‘Doe niet belachelijk.’
Ik pakte mijn telefoon.
‘Wil je het nog een keer horen?’
Mijn moeder bevroor.
Sanne keek naar Pieter.
Ik drukte op afspelen.
Haar eigen stem vulde de kamer.
“Laat haar maar van de restjes leven.”
Niemand bewoog.
Daarna:
“Morgen bij de notaris houden we het simpel. Maarten hoeft niet te weten dat de verkoop al voorbereid is.”
Ik zette de opname stil.