De notaris nam langzaam zijn bril af.
Mijn moeder zei:
‘Dat klinkt uit zijn verband gerukt.’
Claire keek haar aan.
‘Een opname van vierentwintig minuten is behoorlijk veel verband.’
Pieter stond op.
‘Ik ga.’
‘Nee,’ zei ik.
Hij bleef staan.
Ik schoof een document naar hem toe.
Niet de volmacht.
Een ander document.
‘Wat is dit?’ vroeg Sanne.
‘De reden waarom ik wél gekomen ben om te tekenen.’
Ik pakte de pen.
Mijn zus keek naar Claire.
Toen naar de notaris.
Toen weer naar mij.
‘Maarten.’
Ik zette mijn handtekening.
Eén keer.
Rustig.
Geen speech.
Geen dreigement.
Alleen mijn naam.
Maarten de Bruin.
Claire draaide het document zodat zij het konden lezen.
Het was een overeenkomst tot overdracht van mijn aandelen in De Bruin Bouwgroep.
Maar niet aan Sanne.
Aan een nieuwe holding die volledig onder mijn zeggenschap stond.
De constructie was legaal voorbereid op basis van een reeds bestaande aandeelhoudersregeling met voorkeursrechten die mijn vader jaren geleden had laten opstellen.
Omdat Sanne haar eigen aandelen als zekerheid had verpand voor persoonlijke schulden zonder de vereiste melding aan de vennootschap, was een clausule geactiveerd.
Dat was het tweede nieuws dat Claire die ochtend had gevonden.
En twist twee.
Sanne was niet alleen van plan geweest mijn aandelen af te pakken.
Ze had haar eigen helft al op het spel gezet.
‘Dat kan niet,’ zei ze.
Claire legde een kopie van de aandeelhoudersovereenkomst neer.
‘Artikel veertien.’
Sanne las.
Ik zag het moment waarop ze het begreep.
Haar lippen gingen iets van elkaar.
Mijn moeder pakte het document.
‘Wat betekent dit?’
‘Dat Sanne haar verpanding had moeten melden,’ zei Claire. ‘Dat heeft ze niet gedaan. De vennootschap kan daardoor een contractueel voorkeursrecht uitoefenen.’
‘Dus?’ vroeg mijn moeder.
‘Dus haar aandelen kunnen onder de afgesproken waarderingsmethodiek worden aangeboden aan Maartens holding, onder toezicht van een onafhankelijke deskundige.’
Sanne stond op.
‘Ik ga nergens mee akkoord.’
‘Dat hoeft vandaag ook niet,’ zei Claire. ‘Maar de procedure begint vandaag.’
‘Dit is wraak.’
Ik keek haar aan.
‘Nee.’
Mijn stem was laag.
‘Wraak was geweest als ik gisteren de keuken was binnengelopen en je tegen de muur had gezet.’
Niemand sprak.
‘Dit is administratie.’
Van der Meer kuchte.
Heel even dacht ik dat hij zijn lach inhield.
Sanne wees naar mij.
‘Je maakt de familie kapot.’
‘Nee.’
Ik legde de pen neer.
‘Jullie probeerden een huis te verkopen waarin mijn vrouw en kind wonen.’
Mijn moeder schudde haar hoofd.
‘We wilden alleen het bedrijf redden.’
‘Met zevenhonderdtachtigduizend voor een huis dat bijna een miljoen waard is?’
Pieter keek naar de vloer.
Ik draaide me naar hem.
‘Waar ging het verschil heen?’
Hij zei niets.
‘Pieter.’
Sanne zei scherp:
‘Hou je mond.’
Daarmee gaf ze hem weg.
Niet juridisch.
Wel menselijk.
Claire sloot haar map.
‘Ik stel voor dat niemand hier verdere verklaringen aflegt zonder eigen juridisch advies.’
Maar Pieter was klaar met gehoorzamen.
‘Het geld was nodig voor de lening.’
Sanne draaide zich naar hem.
‘Ik zei dat je je mond moest houden.’
‘Welke lening?’ vroeg ik.
Hij keek mij aan.
‘De lening bij Vermeer Capital.’
‘Hoeveel?’
‘Driehonderdtachtigduizend.’
‘Waarvoor?’
Hij slikte.
‘Een vastgoedproject in Almere.’
Ik moest bijna lachen.
Niet omdat het grappig was.
Omdat het zo banaal was.
Geen geheime maffia.
Geen meesterplan.
Een mislukt vastgoedproject.
Een te dure lening.
Twee mensen die dachten dat familievermogen hetzelfde was als gratis geld.
Nederlandse tragedie in zijn puurste vorm: een Excelbestand dat slecht eindigt.
‘En mijn moeder?’ vroeg ik.
Pieter keek naar Ria.
Zij werd rood.
‘Laat mij erbuiten.’
‘Dat kan niet meer.’
‘Ik wilde alleen helpen.’
‘Waarom zat Marieke dan zonder eten?’