‘Voor het verlies van het hotel. Voor de bank. Voor jou. Ze had geen kracht meer om tegen iedereen te vechten.’
‘En jij besloot dat ik beter af was zonder jou.’
‘Ik dacht dat.’
‘Dat was niet aan jou.’
Hij knikte. ‘Nee.’
Hij vertelde me dat hij eerst naar Antwerpen was gegaan. Daarna had hij in verschillende plaatsen gewerkt, meestal in keukens of magazijnen. Hij had brieven geschreven, maar ze nooit verstuurd. De eerste jaren dacht hij dat mijn moeder ze tegenhield. Later was hij bang dat ik ze zou terugsturen.
‘Dat klinkt handig,’ zei ik.
‘Dat was het niet.’
‘Voor mij wel. Ik hoefde alleen maar te geloven dat je een dief was.’
‘Ik weet het.’
‘Nee. Dat weet je niet.’
Hij zweeg. Ik wilde dat hij zich verdedigde, zodat ik iets had om af te wijzen. In plaats daarvan keek hij naar de brief die mijn moeder had achtergelaten.
‘Wat wil je nu doen?’ vroeg hij.
‘De waarheid op tafel leggen.’
‘Eva, als Maarten ziet dat je dit hebt—’
‘Dan weet hij dat ik het weet.’
‘Je moet voorzichtig zijn.’
‘Ik ben al zestien jaar voorzichtig geweest.’
De volgende ochtend stuurde ik Maarten een bericht dat we om tien uur met de accountant zouden vergaderen. Hij kwam precies op tijd, met een leren map en een kop koffie. Toen hij de oude ordners op tafel zag, ging hij niet zitten.
‘Waar heb je dit gevonden?’
‘In het hotel.’
‘Dit hoort niet in jouw kantoor.’
‘Het ligt in mijn hotel.’
‘De dossiers zijn achterhaald.’
‘De facturen niet. Dezelfde onderneming levert nu nog steeds diensten aan ons.’
Hij keek naar de accountant. ‘Heb jij dit onderzocht?’
‘Ik ben gevraagd de betalingen te controleren,’ zei die. ‘Dat ben ik aan het doen.’
‘Door wie?’
‘Door mij,’ zei ik.
Maarten legde zijn map neer. ‘Dit is een oude kwestie. Bernard heeft het destijds onderzocht en is tot niets gekomen.’
‘Mijn vader verdween.’
‘Hij heeft de keuze gemaakt om te vertrekken.’
‘Hij is niet aangeklaagd.’
‘Omdat hij zelf zei dat hij verantwoordelijk was.’
Ik schoof de brief van mijn moeder naar hem toe. ‘Hij zei dat omdat hij dacht dat jij het hotel zou laten instorten als hij je aanwees.’
Maarten raakte de brief niet aan.
‘Je weet niet wat er toen speelde,’ zei hij.
‘Dan leg jij het nu uit.’
‘Ik was een junior medewerker. Ik deed wat me gevraagd werd.’
‘Door wie?’
‘Je vader.’
‘Hij heeft jouw facturen goedgekeurd.’
‘Precies.’
‘De bankafschriften laten zien dat het geld niet naar hem ging.’
‘Die zijn niet compleet.’
‘De accountant is ze aan het controleren.’
Maarten keek naar de man naast me. ‘Je hebt geen toegang tot de oude archieven.’
‘Ik heb wel toegang tot de betalingen die jij de afgelopen twee jaar hebt laten uitvoeren,’ zei de accountant. ‘Die komen van dezelfde rekening.’
Er viel een stilte in de kamer. Buiten schoof een fietser met een natte jas langs het raam.
Maarten haalde langzaam adem. ‘Dit is een persoonlijke afrekening.’
‘Je hebt gister iemand laten wegsturen omdat hij er arm uitzag,’ zei ik. ‘Dat was geen administratieve beslissing. Dat was jouw houding.’
‘Ik beschermde het merk.’
‘Je beschermde je eigen positie.’
Hij glimlachte flauwtjes. ‘Dat kun je niet bewijzen.’
‘Nog niet.’
De accountant opende zijn laptop. Hij draaide het scherm naar Maarten. Er stonden betalingen op naar de onderneming die de onderhoudscontracten uitvoerde. De eigenaar was een neef van Maarten. Twee facturen waren bijna identiek, maar hadden verschillende nummers. De bankrekeningen waren op dezelfde dag aangemaakt.
Maarten keek ernaar. ‘Dat is een fout van de leverancier.’
‘Dan is het makkelijk uit te leggen,’ zei ik. ‘Je kunt de volledige contracten aan onze jurist geven.’
‘Dat is niet nodig.’
‘Dat beslis ik.’
‘Eva, denk na. Als je dit naar buiten brengt, beschadig je het hotel.’
‘Je hebt het al beschadigd.’
‘Ik heb dit bedrijf overeind gehouden toen jij nog met een advocaat vocht om de erfenis van je moeder.’
‘Je hebt jezelf betaald uit het geld van het hotel.’
‘Ik heb risico genomen.’
‘Met mijn geld.’
‘Met geld dat er anders niet meer was geweest.’
‘Jij hebt de keuze gemaakt om het te nemen.’
Hij keek naar de ordners. Zijn gezicht was niet langer kalm. Hij zag er niet schuldig uit, maar betrapt. Dat was iets anders.
‘Je vader heeft zijn handtekening gezet,’ zei hij.
‘Ja.’
‘Hij heeft de facturen goedgekeurd.’
‘Ja.’
‘En jij denkt dat dat hem onschuldig maakt?’
‘Nee. Ik denk dat hij verantwoordelijkheid draagt voor wat hij tekende. Jij voor wat jij daarna deed.’
Maarten zette zijn koffie neer. ‘Je weet niet wat je met deze informatie in gang zet.’
‘Dat wel.’
Ik vertelde hem dat zijn toegang tot de administratie onmiddellijk werd ingetrokken. De jurist zou de contracten controleren en de accountant zou de betalingen rapporteren. Hij had het recht om met een advocaat te overleggen. Zijn salaris liep door zolang de procedure liep, maar hij zou het hotel niet meer vertegenwoordigen.
‘Je kunt me niet op basis van een paar oude mappen ontslaan.’
‘Ik ontsla je niet. Ik schors je.’
‘Dit blijft niet zo.’
‘Nee,’ zei ik. ‘Het wordt waarschijnlijk erger.’
Hij keek naar mij, toen naar de ordners. ‘Je vader heeft je altijd geleerd om mensen te wantrouwen.’
‘Nee. Hij heeft me geleerd om deuren open te laten.’
Hij pakte zijn map en liep weg.
De beveiligers begeleidden hem naar buiten. Dit keer gaf niemand de opdracht om hem waardig weg te begeleiden. Hij liep zelf.