DEEL 4 — DE AUDIT
Marit Kuipers kende ik alleen van naam.
CFO van Van den Bergh Logistics.
Ze kwam ziekenhuis in een wollen jas en sneakers, alsof ze rechtstreeks uit trein kwam.
Toen zij Reinout zag huilde ze.
Niet netjes.
Ze sloeg hand voor mond.
‘Jij bent wakker.’
Reinout knikte.
‘Waarom heeft niemand mij—’
Esther onderbrak.
‘Wie vertelde u dat hij niet aanspreekbaar was?’
‘Christiaan.’
Natuurlijk.
Marit ging zitten.
‘Reinout, audit.’
Hij keek.
‘Doorgaan.’
‘Is door interimcommissie gepauzeerd.’
Zijn gezicht verstrakte.
‘Wie?’
‘Christiaan en interim-COO hebben continuïteit aangevoerd. Ik stemde tegen.’
‘Resultaten?’
‘Ik heb kopie.’
Christiaan had dus niet alles kunnen stoppen.
Marit gaf geen documenten aan mij.
Terecht.
Maar later vertelde Esther in algemene termen dat audit voorlopige afwijkingen van ongeveer €4,7 miljoen had gevonden in contracten met drie transportonderaannemers.
Twee ondernemingen waren reëel.
Eén bestond nauwelijks.
Crown Route Services B.V.
Bestuurder:
een voormalige studievriend van Christiaan.
Betalingen:
advies, spoedcapaciteit, grensdocumentatie.
Veel facturen weinig onderbouwing.
Nog geen bewijs dat Christiaan geld ontving.
Wel genoeg voor onderzoek.
Reinout had hem drie maanden eerder vragen gesteld.
Christiaan ontkende betrokkenheid.
Twee weken later werd Reinout ziek.
Toeval?
Mogelijk.
Bewijs?
Nog niet.
Maar toen kwam onverwachte wending.
De Ruiter was niet alleen privéarts.
Hij bezat via zijn vrouw twintig procent van een zorgconsultancybedrijf dat betalingen had ontvangen van Crown Route.
Niet gigantisch.
€86.000 over twee jaar.
‘Dat kan legitiem zijn,’ zei Esther.
‘Wat voor dienstverlening?’
‘Medische keuringen van chauffeurs.’
‘Bestaat.’
‘Ja.’
Dus weer geen simpele lijn.
Geen film waarin iedere slechterik factuur ‘moordgeld’ krijgt.
Maar belangen liepen door elkaar.
De politie nam medisch dossier serieus.
De ziekenhuisapotheek kon niet verklaren waarom bepaalde stoffen niet geregistreerd waren.
De Ruiter beweerde dat hij noodmedicatie uit eigen voorraad had gebruikt wegens spasmen.
Maar Reinout had geen gedocumenteerde spasmen op die momenten.
Marije bevestigde dat.
Ik ook.
Dokter Vermeer ook.
Daarmee ontstond patroon.
Niet één injectie.
Meerdere bezoeken waarbij na De Ruiters komst Reinout opvallend minder reageerde.
Marije had het gezien maar toegeschreven aan ziekte.
‘Ik voel me verschrikkelijk,’ zei ze tegen mij.
‘Waarom?’
‘Ik was verpleegkundige. Ik had het moeten zien.’
‘Ik woonde er dag en nacht en zag pas iets toen Sem op hem lag.’
Ze keek.
‘Dat kind heeft hem letterlijk wakker gemaakt.’
Ik glimlachte voor het eerst.
‘Sem wil later geld.’
‘Minstens studie.’
Ik werd serieus.
‘Nee.’
‘Grap.’
Maar het raakte.
Ik wilde niet dat Reinout ooit vond dat hij ons moest kopen.
Hij had ons al loon betaald.
Meer niet.
Toch zou geld later een andere rol krijgen.
Niet zoals Christiaan dacht.