DEEL 5 — MIJN ZUS HAD ME NIET VOOR HET GELD VERRADEN
De volgende ochtend mocht mijn moeder weer bij me.
Ze had dezelfde kleding aan als de dag ervoor.
Alsof ze geen seconde thuis was geweest.
Ze ging zitten, legde haar tas op de grond en keek me minutenlang zwijgend aan.
‘Waarom Feline?’
Ik wist niet wat ik moest antwoorden.
Mijn moeder wel.
Ze begon zelf.
‘Ik heb haar altijd beschermd.’
Er zat geen woede in haar stem.
Dat maakte het erger.
‘Toen ze haar opleiding niet afmaakte, betaalde jij haar huur. Toen Sem werd geboren, betaalde jij de kinderopvang. Toen zijn vader verdween, heb jij haar advocaat betaald.’
Ik keek naar mijn handen.
‘Misschien was dat juist het probleem.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Misschien wilde ze niet geholpen worden.’
Mijn moeder snoof bitter.
‘Ze nam het geld anders graag aan.’
Die middag kwam Vos terug.
Ze had de eerste resultaten van de huiszoeking.
De politie had mijn woning afgesloten voordat Bastiaan terug kon.
In een keukenlade waren verpakkingen en een klein leeg flesje gevonden.
Het moest nog onderzocht worden.
Belangrijker was mijn cloudaccount.
De camera had Feline opgenomen.
Niet duidelijk genoeg om precies te zien wat ze gebruikte, maar duidelijk genoeg om te zien dat ze vlak voor ze mij de mok gaf iets uit een klein flesje in mijn drankje deed.
Bastiaan verscheen acht minuten later in beeld.
Hij keek naar de mok.
Toen naar Feline.
En stak zijn duim omhoog.
Mijn ogen vulden zich met tranen.
Niet omdat ik nog bewijs nodig had.
Omdat bewijs iets definitiefs heeft.
Tot dat moment kon een klein, irrationeel deel van mij nog doen alsof ik alles verkeerd had begrepen.
De beelden maakten die mogelijkheid kapot.
‘Waar zijn ze nu?’
‘Bastiaan is aangehouden voor verhoor. Feline ook.’
‘Gearresteerd?’
‘Nog niet formeel voor poging tot moord. Het onderzoek loopt.’
‘Dus ze kunnen vrijkomen?’
Vos knikte.
‘In theorie.’
Ik dacht aan Sem.
‘Waar is hij?’
‘Bij uw moeder, als u daarmee instemt.’
Ik keek op.
‘Mijn moeder?’
‘Feline heeft aangegeven dat er voorlopig niemand anders is.’
Ondanks alles stak die zin door me heen.
Sem had geen schuld.
Hij had mijn leven gered.
‘Hij mag bij mama blijven.’
Vos stond op, maar stopte bij de deur.
‘Er is nog iets.’
‘Wat?’
‘We hebben Feline apart ondervraagd.’
Mijn spieren spanden zich aan.
‘Heeft ze bekend?’
‘Niet volledig.’
‘Wat betekent dat?’
‘Ze beweert dat Bastiaan haar heeft verteld dat het middel u alleen een paar uur buiten bewustzijn zou houden.’
Ik lachte schor.
‘En daarna hebben ze me toevallig in een kist gelegd?’
‘Ze zegt dat ze pas later begreep wat hij werkelijk van plan was.’
‘Ze droeg mijn ketting.’
Vos zei niets.
Ik keek uit het raam.
‘Waarom zou ze hem helpen?’
‘Volgens haar omdat Bastiaan haar onder druk zette.’
‘Waarmee?’
Vos aarzelde.
‘Een affaire.’
Mijn hoofd draaide naar haar toe.
‘Wat?’
‘Feline verklaart dat zij en Bastiaan ongeveer twee jaar een verhouding hebben gehad.’
Er bestaan woorden die je hoort.
En woorden die fysiek inslaan.
Dit was het tweede soort.
Ik kon ineens nauwelijks ademen.
Niet vanwege het gif.
Niet vanwege de kist.
Niet vanwege de verzekering.
Twee jaar.
Twee jaar lang had ik verjaardagen gevierd met mijn zus aan tafel terwijl ze met mijn man naar bed ging.
Twee jaar lang had ze mijn kinderenwens besproken, mijn huwelijksproblemen aangehoord, met mij wijn gedronken en gezegd dat Bastiaan ‘gewoon onder druk stond’.
‘Ze liegt.’
Maar terwijl ik het zei, wist ik dat ze dat niet deed.
Er waren ineens te veel kleine herinneringen.
Bastiaan die wist welke parfum Feline gebruikte.
Feline die zonder te vragen onze alarmcode kende.
Een hotelrekening in Maastricht die Bastiaan had verklaard als klantendiner.
De manier waarop ze elkaar soms niet aankeken.
Vos legde een gesloten map op tafel.
‘Er zijn berichten gevonden.’
Ik keek er niet naar.
‘Hou ze weg.’
‘Dat begrijp ik.’
‘Nee.’
Mijn stem brak.
‘U begrijpt het niet. Mijn zus probeerde me gisteren te vermoorden en dat is op dit moment niet eens het ergste wat ik van haar heb gehoord.’
Vos bleef zwijgen.
Dat waardeerde ik.
Na een tijdje vroeg ik:
‘Waarom zou Bastiaan haar chanteren met een affaire waar hij zelf aan deelnam?’
‘Omdat er meer is.’
Ik voelde onmiddellijk dat ik het antwoord niet wilde horen.
‘Wat?’
Vos keek me recht aan.
‘Feline zegt dat Bastiaan haar ervan heeft overtuigd dat hij na uw dood met haar een nieuw leven zou beginnen.’
Mijn maag draaide om.
‘En geloofde ze dat?’
‘Blijkbaar.’
‘Dus ze deed het uit liefde?’
Vos sloot haar map.
‘Daar twijfel ik aan.’
‘Waarom?’
‘Omdat uw zus drie weken geleden zelf een levensverzekering op Bastiaan heeft afgesloten.’
DEEL 6 — IEDEREEN HAD EEN PLAN VOOR IEDEREEN
Ik dacht aanvankelijk dat ik haar verkeerd had verstaan.
‘Feline heeft Bastiaan verzekerd?’
‘Een polis waarbij zij als begunstigde staat geregistreerd.’
‘Hoeveel?’
‘Driehonderdvijftigduizend euro.’
Ik staarde haar aan.
‘Weet hij dat?’
‘Dat proberen we vast te stellen.’
Ik begon te lachen.
Het was geen normale lach.
Het was rauw, ongelovig en bijna pijnlijk.
Bastiaan dacht dat hij mij kon vermoorden, mijn verzekering kon innen en mijn villa kon overnemen.
Feline dacht blijkbaar dat Bastiaan daarna van haar zou zijn.
En tegelijkertijd had zij een verzekering op zijn leven geregeld.
Een huis vol mensen die allemaal dachten dat ze de slimste waren.
‘Ze waren van plan elkaar ook te verraden.’
‘Dat is mogelijk.’
‘Nee.’
Ik keek Vos aan.
‘Dat is zeker.’
Diezelfde middag kwam advocaat Marieke Smit naar het ziekenhuis.
Ik kende haar al acht jaar.
Marieke was het soort vrouw dat zelfs een vriendelijke begroeting liet klinken alsof er zojuist een dagvaarding was betekend.
Ze zette haar leren map op het tafeltje.
‘Ik heb drie dingen gedaan.’
‘Welke?’
‘Eén: je bankrekeningen laten blokkeren voor elke transactie waarvoor Bastiaan zelfstandig bevoegd is.’
Ik knikte.
‘Twee: conservatoire maatregelen voorbereid voor de villa.’
‘Goed.’
‘Drie: een scheidingsverzoek opgesteld.’
Ik keek haar aan.
‘Zo snel?’
‘Sophie, je bent wakker geworden op je eigen uitvaart.’
‘Goed punt.’
Mijn moeder, die in de hoek zat, maakte voor het eerst in twee dagen een klein geluid dat op een lach leek.
Marieke schoof een document naar me toe.
‘Ik heb daarnaast de statuten van je onderneming bekeken.’
Mijn bedrijf, Vermeer Strategie & Vastgoedadvies, had ik vijftien jaar geleden opgericht.
Bastiaan was vijf jaar later ingestapt.
Niet als mede-eigenaar.
Als commercieel directeur.
Hij vertelde iedereen graag dat het ‘ons bedrijf’ was.
Juridisch bezat hij geen enkel aandeel.
‘Hij heeft betalingen goedgekeurd waarvoor hij geen bevoegdheid had,’ zei Marieke.
‘Hoe?’
‘Met jouw digitale autorisatie.’
‘Die heb ik nooit gegeven.’
‘Dat dacht ik al.’
Er waren dus niet alleen vervalste testamenten.
Mijn zakelijke identiteit was eveneens gebruikt.
‘Hoeveel?’
Marieke keek me strak aan.
‘Tot nu toe hebben we 286.400 euro aan verdachte betalingen gevonden.’
Ik voelde een druk achter mijn ogen.
‘Bijna drie ton?’
‘En we zijn nog niet klaar.’
‘Waarheen?’
‘Een deel naar De Ruiter. Een deel naar een adviesbureau van Ruben Hofman. En minstens 74.000 euro naar een bedrijf in België.’
‘Van wie?’
‘Daar komen we op terug.’
Ik haatte die zin inmiddels.
‘Waarom niet nu?’
Marieke keek naar Vos, die eveneens in de kamer stond.
De rechercheur knikte.
Marieke draaide haar laptop.
Op het scherm stond een uittreksel van een Belgische onderneming.
Directeur:
Feline Vermeer.
Mijn zus.
‘Ze heeft een bedrijf?’
‘Sinds negen maanden.’
‘Dat wist ik niet.’
‘Dat was waarschijnlijk de bedoeling.’
De naam was FV Heritage Consulting.
Heritage.
Erfenis.
Mijn zus had een bedrijf opgericht met een naam die bijna klonk als een grap over mijn toekomstige dood.
Ik voelde mijn woede langzaam veranderen.
De eerste uren was ik geschokt geweest.
Daarna gebroken.
Nu werd ik koud.
Bijna kalm.
‘Ik wil alles weten.’
Marieke keek me onderzoekend aan.
‘Alles?’
‘Elke betaling. Elk contract. Elke e-mail. Elke declaratie. Elk document waarop mijn naam staat.’
‘Dat is veel.’
‘Dan beginnen we vandaag.’
Mijn moeder pakte mijn hand.
‘Je moet herstellen.’
Ik keek naar haar.
‘Dat doe ik.’
‘Dit noem jij herstellen?’
‘Ja.’
Ik wees naar de map.
‘Want zolang ik niet weet hoe diep dit gaat, lig ik in mijn hoofd nog steeds in die kist.’
Die avond kwam Sem langs.
Mijn moeder had hem schoongewassen en een donkerblauwe trui aangetrokken.
Hij stond aarzelend bij mijn bed.
‘Ben je boos op mama?’
Mijn keel trok dicht.
Ik wees naar de stoel.
‘Kom eens.’
Hij klom erop.
‘Heb ik iets fout gedaan?’
‘Nee.’
‘Omdat ik zei dat je keek?’
‘Sem.’
Ik pakte voorzichtig zijn hand.
‘Omdat jij dat zei, leef ik nog.’
Zijn ogen werden groot.
‘Echt?’
‘Echt.’
Hij dacht daar lang over na.
Toen haalde hij iets uit zijn broekzak.
Mijn gouden ketting.
Ik verstijfde.
‘Waar heb je die vandaan?’
‘Mama had hem afgedaan toen de politie kwam.’
Hij legde hem in mijn hand.
‘Oma zei dat hij van jou is.’
Ik kneep mijn vingers eromheen.
‘Dank je.’
Sem bleef zitten.
Toen zei hij iets waardoor alle warmte uit de kamer verdween.
‘Tante Sophie?’
‘Ja?’
‘Die meneer van gisteren was ook bij ons thuis toen mama jouw melk maakte.’
‘Welke meneer?’
‘De dokter.’
DEEL 7 — HET KIND DAT MEER HAD GEZIEN DAN IEDEREEN DACHT
Vos wilde Sem niet onder druk verhoren.
Daar was ik blij om.
Een gespecialiseerde rechercheur sprak met hem in een kindvriendelijke ruimte terwijl mijn moeder in de buurt bleef.
Hij bleek verbazingwekkend veel te hebben gezien.
Niet omdat iemand hem iets had verteld.
Omdat volwassenen de neiging hebben kinderen als meubels te behandelen wanneer ze geheime dingen bespreken.
Sem vertelde dat dokter De Ruiter twee dagen voor mijn zogenaamde dood bij Feline thuis was geweest.
Hij had een bruin envelopje achtergelaten.
Bastiaan was er later ook gekomen.
Ze hadden ruzie gemaakt in de keuken.
Sem had vanuit de gang gehoord dat zijn moeder zei:
‘Als dit misgaat, laat jij mij vallen.’
Waarop Bastiaan had geantwoord:
‘Als je gewoon doet wat ik zeg, kan er niets misgaan.’
Maar het belangrijkste kwam daarna.
Sem herinnerde zich een naam.
‘Ruben.’
De verdwenen kandidaat-notaris.
Volgens Sem had zijn moeder telefonisch tegen iemand gezegd:
‘Ruben, zorg dat die handtekening nergens naar ons leidt.’
Het onderzoek versnelde.
Nog diezelfde avond werd Ruben Hofman gevonden in een hotel in Utrecht.
Hij had zich niet verstopt omdat hij mij had proberen te vermoorden.
Hij was gevlucht omdat hij dacht dat Bastiaan hem de schuld wilde geven.
Ruben brak tijdens het eerste verhoor.
De vervalste testamentaire wijziging was inderdaad door hem voorbereid.
Bastiaan had hem verteld dat ik ernstig ziek was en mijn nalatenschap nog snel wilde regelen.
Ruben wist dat het niet klopte.
Hij had geld aangenomen.
Veel geld.
Maar hij beweerde dat hij niets wist van het plan om mij te doden.
‘Dat zegt iedereen,’ zei ik.
Marieke zat naast mijn ziekenhuisbed.
‘Klopt.’
‘Gelooft u hem?’
‘Niet volledig.’
‘Vos?’
‘Ook niet.’
‘Mooi.’
Mijn fysiotherapie was intussen begonnen.
Elke stap voelde alsof ik een lichaam bestuurde dat niet helemaal van mij was.
Maar ik liep.
Eerst vijf meter.
Daarna tien.
Op de vierde dag bereikte ik zelfstandig de deur.
Op de vijfde dag mocht ik douchen zonder hulp.
Kleine overwinningen.
Ondertussen vielen de grotere leugens uit elkaar.
De Belgische rekening van Feline bleek gebruikt voor geld dat uit mijn bedrijf was weggesluisd.
Maar er was iets vreemds.
Meer dan de helft van dat geld was binnen 24 uur doorgestuurd naar een andere rekening op naam van Northbridge Holdings.
Gevestigd in Luxemburg.
‘Van Bastiaan?’ vroeg ik.
Marieke schudde haar hoofd.
‘We weten het nog niet.’
‘Van De Ruiter?’
‘Waarschijnlijk niet.’
‘Van wie dan?’
‘Daar zit de financiële recherche achteraan.’
Die middag werd Bastiaan vrijgelaten in afwachting van verder onderzoek.
Ik was woedend.
Vos waarschuwde me vooraf.
‘We hebben sterke aanwijzingen, maar voor voorlopige hechtenis moet de verdenking juridisch voldoende worden onderbouwd. Hij heeft een advocaat die overal bezwaar tegen maakt.’
‘Dus hij kan gewoon naar huis?’
‘Niet naar de villa. Die is onderdeel van het onderzoek.’
‘Waar gaat hij dan heen?’
Vos keek naar haar aantekeningen.
‘Hotel Van der Valk in Haarlem.’
Ik lachte zonder humor.
‘Romantisch.’
Feline bleef langer vast vanwege het videomateriaal waarop zij het drankje bereidde.
Maar ook zij hield vol dat zij niet wist dat ik zou worden doodverklaard.
Volgens haar had Bastiaan gezegd dat het plan uitsluitend bedoeld was om mij tijdelijk uit te schakelen zodat ze bepaalde documenten konden kopiëren.
‘En waarom kwam er dan een arts?’ vroeg ik.
‘Daar heeft ze geen geloofwaardig antwoord op.’
Op de zesde avond kreeg ik mijn eigen telefoon terug.
De politie had hem onderzocht.
Er stonden honderden berichten op.
Familie.
Klanten.
Vrienden.
Condoleances.
Mensen hadden afscheid van me genomen terwijl ik nog ademde.
Ik opende niets.
Tot ik een bericht zag van een onbekend nummer.
Verzonden om 02.17 uur, ongeveer vier uur vóór mijn officiële ‘overlijden’.
Als je dit nog kunt lezen, drink niets wat Feline je geeft. Bastiaan weet dat je de betalingen hebt ontdekt.
Ik stopte met ademen.
Daaronder stond nog één bericht.
Je bent niet de eerste.