Ik Werd Wakker in Mijn Eigen Kist — Toen Hoorde Ik Wie Mijn Laatste Drankje Had Bereid

DEEL 11 — DE VAL DIE HIJ ZELF HAD GEBOUWD

Bastiaan dacht dat ik nog steeds de Sophie was met wie hij twaalf jaar getrouwd was geweest.

De vrouw die confrontaties uitstelde.

Die eerst bewijs verzamelde.

Die wilde begrijpen voordat ze handelde.

Daarom deden we precies wat hij verwachtte.

Marieke liet via zakelijke kanalen uitlekken dat ik voorlopig niet terug zou keren in mijn onderneming.

Mijn moeder vertelde bekenden dat ik emotioneel instabiel was.

Een journalist die via de politie niets kon krijgen, publiceerde dat mijn herstel ‘langdurig’ zou zijn.

En ik verscheen nergens.

Voor de buitenwereld was ik een gebroken vrouw die ternauwernood aan de dood was ontsnapt.

Dat was wat Bastiaan wilde geloven.

Ondertussen onderzocht ik samen met financiële experts elk bedrijf waar hij de afgelopen vijftien jaar bij betrokken was geweest.

Er verscheen een patroon.

Steeds wanneer hij een relatie beëindigde, begon kort daarna een nieuwe financiële constructie.

Steeds met vrouwen die vermogen, vastgoed of toegang tot kapitaal hadden.

Niet iedereen was gestorven.

Twee voormalige partners bleken nog te leven.

Eén van hen, Annemarie, woonde tegenwoordig in Groningen.

Toen Vos haar sprak, vertelde zij dat Bastiaan haar jaren geleden had geprobeerd over te halen hem mede-eigenaar van haar familiebedrijf te maken.

Toen ze weigerde, werd hij agressief.

Niet fysiek.

Strategisch.

Hij verspreidde geruchten.

Leende geld op haar naam.

Probeerde haar familie tegen haar op te zetten.

Zij verbrak de relatie en liet haar advocaat alles blokkeren.

Drie weken later was Bastiaan verdwenen.

‘Waarom heeft ze nooit aangifte gedaan?’

‘Ze had onvoldoende bewijs.’

‘Dus toen is hij naar Evelien gegaan?’

‘Waarschijnlijk.’

Ik sloot mijn ogen.

Hij had geoefend.

Elke vrouw had hem geleerd wat bij de volgende beter moest.

Tot hij bij Evelien mogelijk ontdekte dat overlijden lucratiever was dan een scheiding.

Daarna kwam ik.

Maar ik had één verschil.

Ik was wakker geworden.

De politie dacht dat Bastiaan via België naar Frankrijk zou proberen te reizen.

Ik dacht van niet.

‘Hij gaat niet weg.’

Vos keek me verbaasd aan.

‘Waarom niet?’

‘Omdat zijn geld hier zit.’

‘Een voortvluchtige kiest vaak voor veiligheid.’

‘Bastiaan niet.’

Ik kende zijn trots.

Zijn obsessie met controle.

Zijn overtuiging dat hij slimmer was dan iedereen.

‘Hij gaat iets proberen terug te halen.’

‘Wat?’

‘De enige plek waarvan hij denkt dat niemand weet dat hij er nog iets heeft.’

De opslagbox was leeggehaald.

De villa verzegeld.

Zijn kantoor doorzocht.

Maar er bestond nog een plaats.

Ons vakantiehuisje bij Loosdrecht.

Officieel van mijn moeder.

In werkelijkheid gebruikte Bastiaan het regelmatig voor zakelijke gesprekken.

De politie had er nog niet gezocht omdat het juridisch nooit op zijn naam had gestaan.

Ik vertelde Vos over een verborgen kluis onder de vloer van de werkkamer.

‘Waarom wist u daarvan?’

‘Omdat ik hem ooit heb zien knielen toen hij dacht dat ik sliep.’

‘Heeft u gekeken wat erin zit?’

‘Nee.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat ik mijn man vertrouwde.’

Die zin smaakte bitter.

Vos liet het huis observeren.

Twee nachten gebeurde niets.

De derde nacht, om 01.16 uur, verscheen een grijze bestelauto.

Een man met pet en bril stapte uit.

Zelfs op korrelig camerabeeld herkende ik de manier waarop hij liep.

Bastiaan.

Hij ging naar binnen.

De politie wachtte.

Niet omdat ze hem wilden laten ontsnappen.

Omdat ze wilden weten wat hij kwam halen.

Na elf minuten verscheen hij weer.

Met een metalen cassette.

Agenten kwamen vanuit drie richtingen.

Bastiaan rende.

Twintig meter.

Meer kreeg hij niet.

Ze brachten hem geboeid naar een wagen.

In de cassette zat contant geld.

Drie telefoons.

Een USB-stick.

En een brief.

Niet aan mij.

Aan Feline.

Als je dit leest, is Sophie dood en moet jij verdwijnen.

Daaronder stond een route naar Portugal.

Nieuwe identiteit.

Contant geld.

Instructies.

Feline had dus gelijk gehad.

Bastiaan was van plan geweest met haar een nieuw leven te beginnen.

Alleen stond onderaan nog één regel.

Neem bij vertrek de groene capsules uit het kleine doosje. Eén voor jezelf en één voor Sem. Dan slapen jullie tijdens de rit.

Feline las de brief in aanwezigheid van haar advocaat.

Volgens Vos staarde ze minutenlang naar die zin.

Toen vroeg ze:

‘Was hij van plan mijn zoon ook te vermoorden?’

Niemand gaf antwoord.

Dat hoefde niet.

Voor het eerst begreep mijn zus volledig met wie ze had samengewerkt.

En diezelfde avond bekende ze alles.

DEEL 12 — DE BEKENTENIS VAN MIJN ZUS

Feline wilde mij zien.

Ik zei nee.

Ze vroeg opnieuw.

Ik zei opnieuw nee.

De derde keer stuurde haar advocaat een brief.

Geen excuus.

Geen smeekbede.

Alleen één zin:

Sophie heeft het recht om te horen wat ik heb gedaan zonder dat Bastiaan mijn woorden kan verdraaien.

Ik ging akkoord.

Niet voor haar.

Voor mezelf.

De ontmoeting vond plaats in een beveiligde ruimte.

Feline zat achter een tafel.

Geen make-up.

Haar haar in een slordige staart.

Ze leek tien jaar ouder.

Mijn gouden ketting droeg ik weer zelf.

Ik wist dat ze hem zag.

Ze keek onmiddellijk weg.

‘Hoi,’ zei ze.

Ik antwoordde niet.

‘Ik weet niet waar ik moet beginnen.’

‘Begin bij de melk.’

Ze sloot haar ogen.

‘Bastiaan gaf me het flesje.’

‘Waarom deed je het?’

‘Hij zei dat je alleen diep zou slapen.’

‘En daarna?’

‘Dan zouden we je laptop ontgrendelen en documenten kopiëren.’

‘En de kist?’

Ze begon te huilen.

Ik voelde niets.

‘Wanneer hoorde je dat ik dood was?’

‘Rond vier uur ’s nachts.’

‘En je dacht niet: vreemd, ze zou alleen slapen?’

‘Ik raakte in paniek.’

‘Maar je belde geen ambulance.’

‘Bastiaan zei dat het te laat was.’

‘Je belde de politie niet.’

‘Nee.’

‘Je vertelde mama niets.’

‘Nee.’

‘Je liet een arts mijn dood vaststellen.’

‘Ja.’

‘En daarna liet je Bastiaan mijn ketting om jouw nek doen.’

Ze bedekte haar gezicht.

‘Ja.’

‘Kijk naar me.’

Langzaam liet ze haar handen zakken.

‘Je hebt mij niet verloren toen je iets in mijn melk deed, Feline.’

Ze begon te snikken.

‘Je verloor mij toen je dacht dat ik dood was en besloot dat mijn sieraden je goed zouden staan.’

‘Ik weet het.’

‘Nee. Dat weet je niet.’

Ik leunde naar voren.

‘Waarom haatte je me zo?’

‘Ik haatte je niet.’

‘Dan was geld genoeg?’

‘Het ging niet alleen om geld.’

‘Dan om Bastiaan?’

Ze kneep haar ogen dicht.

‘Jij had altijd alles.’

Daar was hij.

De waarheid.

Niet de juridische.

De menselijke.

‘Wat had ik?’

‘Mama was altijd trots op jou. Je bedrijf. Je huis. Je huwelijk. Jij loste alles op. Zelfs als je hielp, voelde ik me kleiner.’

‘Dus daarom sliep je met mijn man?’

Ze huilde weer.

‘In het begin voelde het alsof iemand eindelijk mij koos.’

‘Hij koos je niet.’

‘Dat weet ik nu.’

‘Hij bestudeerde je.’

‘Dat weet ik.’

‘Hij gebruikte je.’

‘Dat weet ik!’

Haar stem sloeg over.

Voor het eerst zag ik woede.

Maar niet op mij.

Op zichzelf.

‘Ik wilde één keer niet het mislukte zusje zijn. Eén keer wilde ik degene zijn die iets had wat jij niet had.’

Ik keek haar aan.

‘En daarvoor moest ik dood?’

Ze kon geen antwoord geven.

Na een lange stilte vertelde ze de rest.

Bastiaan had haar een jaar eerder benaderd toen ze diep in de schulden zat.

Eerst geld.

Daarna aandacht.

Daarna de affaire.

Hij overtuigde haar dat ik hem vernederde.

Dat ik hem financieel gevangenhield.

Dat mijn bedrijf eigenlijk door hem groot was geworden.

Dat ik hem nooit zou laten scheiden zonder alles af te pakken.

Langzaam veranderde hij mij in het verhaal van mijn eigen zus van mens in obstakel.

Het plan om mijn zakelijke toegang te stelen kwam eerst.

Daarna het testament.

Pas op de laatste dag vertelde hij haar dat ik ‘tijdelijk uitgeschakeld’ moest worden.

‘En dokter De Ruiter?’

‘Bastiaan zei dat hij zou controleren of het veilig was.’

‘Hij verklaarde me dood.’

Feline keek naar de tafel.

‘Toen wist ik dat er geen weg terug was.’

‘Er was altijd een weg terug.’

‘Ik was bang.’

‘Ik lag in een kist.’

Ze brak.

Echt brak.

Maar vergeving kwam niet.

Misschien ooit.

Misschien nooit.

Toen ik opstond, zei ze:

‘Sophie?’

Ik draaide me om.

‘Er is nog iets dat ik niet aan de politie heb verteld.’

Ik voelde onmiddellijk weerstand.

‘Waarom niet?’

‘Omdat ik eerst zeker wilde weten dat Sem veilig was.’

‘Wat?’

Ze keek naar de camera in de hoek van de ruimte.

‘Bastiaan heeft niet alleen jouw handtekening vervalst.’

Mijn maag trok samen.

‘Welke nog meer?’

‘Mama’s.’