Ook op logistiek gebied blinkt het Chinese concern uit, dankzij een eigen vloot van vrachtschepen. Daar bevinden zich ook schepen tussen, die duizenden elektrische auto’s tegelijk naar Europa kan vervoeren.
BYD toont daarmee aan dat industriële onafhankelijkheid, van onderdelen en accu’s tot logistiek, essentieel is om betaalbare en technologisch geavanceerde elektrische auto’s aan te bieden.
Dat model is bij westerse en Japanse fabrikanten nog ongekend, en zou de normen voor productie en prijsstelling ingrijpend kunnen veranderen nu elektrisch rijden in opmars is.

In Europa hanteert BYD bovendien een nieuwe strategie om de kosten verder te verlagen en sancties tegen Chinese fabrikanten te ontlopen, door zijn voertuigen lokaal te produceren in een nieuwe fabriek in Hongarije, wat tevens het nieuwe Europese hoofdkwartier van het merk moet worden.
De bevindingen werpen een interessant licht op de concurrentiestrijd in de auto-industrie. Traditionele fabrikanten legden zich de afgelopen decennia juist toe op het uitbesteden van onderdelen aan gespecialiseerde toeleveranciers om kosten te spreiden en flexibel te blijven.
BYD doet tegenovergestelde concurrenten
BYD bewandelt de tegenovergestelde weg en lijkt daar voordeel uit te halen, die verticale integratie brengt echter ook risico’s met zich mee. Een fabrikant die vrijwel alles zelf maakt, draagt zelf de volledige investeringslast en het risico van technologische misstappen.
Zolang de vraag groeit, werkt dat model uitstekend, maar bij een teruglopende markt kan het juist tot een zware last worden. Voor Europese kopers betekent de ontwikkeling vooral dat de druk op de prijzen van elektrische auto’s verder toeneemt.
Gevestigde merken zien zich gedwongen hun kostenstructuur te herzien om concurrerend te blijven, wat op termijn tot een breder aanbod van betaalbare elektrische modellen kan leiden.
Of de lokale productie in Hongarije het prijsvoordeel volledig behoudt, zal moeten blijken, aangezien Europese arbeids- en energiekosten hoger liggen dan in China.