Je lichaam weet wanneer de dood nadert en het begint allemaal bij je neus

De laatste fase van het leven blijft voor veel mensen een mysterie. Hoewel overlijden een natuurlijk onderdeel van het leven is, weten we niet precies wat iemand in de laatste uren of minuten ervaart.

Mensen die in de palliatieve zorg werken, maken het stervensproces echter regelmatig van dichtbij mee. Verpleegkundigen, artsen en andere zorgverleners zien daardoor bepaalde veranderingen die bij sommige stervende mensen terugkomen.

Een van de verschijnselen waar zorgverleners en families soms over vertellen, is een opvallende beweging van de handen of armen. Een stervende persoon kan bijvoorbeeld zijn handen optillen, naar iets lijken te reiken of een beweging maken alsof hij iemand begroet.

Maar wat betekent zo’n gebaar eigenlijk?


Het eerlijke antwoord is: dat weten we niet met zekerheid.

Een opvallende beweging in de laatste levensfase

In de palliatieve zorg kunnen mensen in de laatste uren van hun leven allerlei veranderingen in hun bewustzijn en gedrag vertonen.

Sommigen bewegen hun handen of armen langzaam omhoog. Anderen grijpen in de lucht, maken kleine bewegingen met hun vingers of lijken ergens naar te kijken.


Voor familieleden die naast het bed zitten, kan zo’n moment bijzonder indrukwekkend zijn.

Soms lijkt het alsof hun dierbare naar iemand kijkt die voor de anderen niet zichtbaar is.

Het is echter belangrijk om niet automatisch te concluderen dat iemand daadwerkelijk een persoon of aanwezigheid ziet. Veranderingen in bewustzijn, medicatie, zuurstofvoorziening, koorts, pijn, vermoeidheid en andere lichamelijke processen kunnen het gedrag en de waarneming beïnvloeden.

“Ik zie iemand”


Een ander verschijnsel dat in de laatste levensfase wordt beschreven, is dat mensen praten over personen, plaatsen of gebeurtenissen die voor de aanwezigen niet zichtbaar zijn.

Een stervende persoon kan bijvoorbeeld zeggen:

  • “Mijn moeder is hier.”
  • “Ik zie papa.”
  • “Er staat iemand naast mijn bed.”
  • “Ze komen me halen.”

Sommige mensen lijken naar een bepaalde plek in de kamer te kijken of voeren een gesprek terwijl niemand anders daar iemand ziet.