Je lichaam weet wanneer de dood nadert en het begint allemaal bij je neus

Voor sommige mensen voelt zo’n moment alsof hun dierbare niet alleen is.

Dat kan troost bieden.

Anderen geven er een religieuze of spirituele betekenis aan. Zij kunnen geloven dat een overleden familielid aanwezig is of dat de stervende zich voorbereidt op een overgang naar een ander bestaan.


Dat zijn persoonlijke overtuigingen. De wetenschap kan niet bevestigen dat iemand tijdens het sterven daadwerkelijk contact heeft met een hiernamaals.

Een belangrijk verschil tussen geloof en wetenschap

Het is verleidelijk om bijzondere ervaringen meteen als bewijs voor een leven na de dood te beschouwen.

Maar daarvoor bestaat geen wetenschappelijk bewijs.


Aan de andere kant betekent het ontbreken van een wetenschappelijke verklaring ook niet dat een ervaring voor de persoon zelf onbelangrijk is.

Daarom proberen zorgverleners meestal niet te bepalen wat iemand “echt” ziet.

Ze luisteren.

Ze blijven rustig.


En ze proberen ervoor te zorgen dat de stervende zich veilig voelt.

Andere veranderingen die vaak voorkomen

Naast veranderingen in bewustzijn en gedrag verandert het lichaam in de laatste levensfase geleidelijk.

Zo kan iemand:


  • steeds meer slapen;
  • minder eten en drinken;
  • minder reageren;
  • minder behoefte hebben aan gesprekken;
  • veranderingen in de ademhaling krijgen;
  • koudere handen en voeten krijgen;
  • minder urine produceren;
  • momenten van verwardheid of onrust ervaren.

Niet iedere persoon krijgt al deze verschijnselen en het verloop kan sterk verschillen.

Sommige mensen blijven relatief helder tot kort voor hun overlijden, terwijl anderen al eerder nauwelijks reageren.

Er bestaat dus geen vast “script” voor de laatste uren van het leven.


Wat kunnen familieleden doen?

Wanneer een dierbare vreemde dingen zegt of bewegingen maakt, kan het voor familieleden moeilijk zijn om te weten hoe ze moeten reageren.

In veel situaties is het niet nodig om iemand te overtuigen dat wat hij ziet niet bestaat.

In plaats daarvan kun je rustig blijven zitten en bijvoorbeeld vragen:


“Voel je je veilig?”

Of:

“Kan ik iets voor je doen?”