Zindelijk worden is voor veel ouders een flinke uitdaging. Het maakt daarbij niet zoveel uit welke methode je gebruikt. Je hebt bijna altijd geduld, rust en herhaling nodig. Toch denkt de Amerikaanse kinderarts Ari Brown dat het ook sneller kan. Volgens haar kun je sommige kinderen in twee tot drie dagen helpen met zindelijk worden. Zij noemt dat eigenlijk een soort korte zindelijkheidstraining, waarbij je even nergens anders mee bezig bent.

Dat klinkt natuurlijk aantrekkelijk. Zeker als je al maanden bezig bent met luiers, ongelukjes en twijfel. Toch werkt zo’n snelle aanpak niet bij ieder kind. Het belangrijkste is dat je kind er echt klaar voor is. Begin je te vroeg, dan kan het juist veel frustratie geven. Voor jou, maar ook voor je kind. Zindelijk worden moet geen strijd worden, maar een leerproces.
Eerst kijken of je kind eraan toe is
Veel ouders vragen zich af wanneer ze moeten beginnen met zindelijkheidstraining. Daar is geen vaste leeftijd voor. Het ene kind is er vroeg bij, terwijl het andere kind meer tijd nodig heeft. Volgens Brown zijn meisjes gemiddeld iets eerder klaar dan jongens. Dat kan te maken hebben met lichaamsbewustzijn. Ook vinden sommige meisjes het eerder vervelend om vies of nat te zijn.
Toch zegt dat niet alles. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Een jongen kan net zo goed vroeg zindelijk zijn. Een meisje kan juist later zijn. Het is daarom belangrijk om niet te vergelijken. Je kind hoeft niet eerder zindelijk te zijn dan het buurkind. Het is geen wedstrijd. Je kind moet vooral begrijpen wat er in zijn lichaam gebeurt.
Volgens Brown kun je pas goed beginnen als je drie signalen herkent. Je kind moet voelen dat hij moet plassen of poepen. Dat merk je bijvoorbeeld als hij zich afzondert. Sommige kinderen gaan in een hoekje staan of hurken even. Dat kan betekenen dat ze hun lichaam beter beginnen te begrijpen.
Daarnaast moet je kind een natte of volle luier vervelend vinden. Hij laat dan merken dat hij verschoond wil worden. Dat kan met woorden, gebaren of gedrag. Ook moet je kind praktisch genoeg kunnen meedoen. Hij moet naar de wc kunnen lopen, zijn broek omlaag trekken en op het potje gaan zitten. Lukt dat nog niet, dan is wachten vaak slimmer.
Let dus goed op deze punten: