- Je kind merkt dat hij moet plassen of poepen.
- Je kind vindt een natte of volle luier vervelend.
- Je kind kan zelf naar het potje of de wc lopen.
- Je kind kan zijn broek omlaag trekken.
- Je kind kan zonder veel hulp gaan zitten.

Zo werkt de driedaagse aanpak
Voldoet je kind aan deze voorwaarden, dan kun je beginnen met de korte training. Volgens Brown is het slim om hiervoor twee of drie dagen vrij te maken. Plan geen afspraken en blijf zoveel mogelijk thuis. Zet je telefoon weg en richt je aandacht echt op je kind. Dat klinkt streng, maar die focus is juist belangrijk. Je moet snel kunnen reageren op signalen.
Op de eerste dag vervang je de luier door een oefenbroekje. Dat is geen gewone luier, maar ook geen normale onderbroek. Een oefenbroekje vangt kleine ongelukjes op. Toch voelt je kind wel dat het nat wordt. Daardoor leert hij sneller wat er gebeurt. Dat gevoel ontbreekt vaak bij een gewone luier, omdat die vocht goed opneemt.
Daarna ga je oefenen met het potje of de wc. Gebruik je de wc, dan is een brilverkleiner handig. Zo zit je kind veiliger en rustiger. Laat je kind ook oefenen met het broekje aan- en uittrekken. Dat lijkt simpel, maar voor jonge kinderen is het een belangrijke stap. Hoe zelfstandiger dit gaat, hoe makkelijker het hele proces wordt.
Vervolgens help je je kind om naar zijn lichaam te luisteren. Vraag niet steeds gespannen of hij moet plassen. Probeer het rustig te houden. Zeg bijvoorbeeld dat hij op het potje kan gaan zitten als hij druk voelt. Lukt het niet, dan is dat geen ramp. Je zegt gewoon dat jullie het later opnieuw proberen. Zo blijft de sfeer veilig.
Vaste momenten helpen veel
Tijdens deze dagen laat je je kind op vaste momenten op het potje zitten. Dat geeft duidelijkheid en structuur. Veel kinderen hebben die herhaling nodig. Brown raadt aan om dit meteen in de ochtend te doen. Ook voor en na een dutje is een goed moment. Na maaltijden is de kans op ontlasting vaak groter. Daarom is dat ook handig.
Daarnaast kun je je kind voor het slapengaan nog even laten proberen. Doet hij nog niets uit zichzelf, zet hem dan ongeveer elke twee uur op het potje. Maak daar geen groot drama van. Het hoeft geen lang moment te zijn. Even zitten en proberen is genoeg. Daarna mag hij weer verder spelen. Een handig schema kan er zo uitzien: